

Schieland en de Krimpenerwaard zorgt voor het waterpeil in de sloten en plassen in het beheersgebied. Met het systeem van watergangen, boezems, stuwen, gemalen en inlaten wordt het water afgevoerd in natte perioden en aangevoerd in droge perioden.
In het beheersgebied hanteert Schieland en de Krimpenerwaard niet één en hetzelfde peil. Het te hanteren waterpeil wordt zoveel mogelijk aangepast aan het gebruik van de grond. Zo is bijvoorbeeld in een stadsomgeving een ander waterpeil nodig, dan in een agrarische omgeving. Schieland en de Krimpenerwaard kent in totaal 184 peilgebieden.
Het te hanteren waterpeil wordt bereikt door het samenspel van inlaten, stuwen en gemalen. Ten westen van de Hollandsche IJssel werkt Schieland en de Krimpenerwaard met een boezemwatersysteem: het water wordt door poldergemalen vanuit de polders naar boezemwater gepompt en van daaruit pompen boezemgemalen het water naar de rivier. Ten oosten van de Hollandsche IJssel (in de Krimpenerwaard) wordt het water direct vanuit de polder naar de rivier gepompt.
