In 2050 100% circulair

In 2050 100% circulair

Materiaalstroomanalyse

Net als andere waterschappen heeft het hoogheemraadschap van Schieland en Krimpenerwaard zich verbonden aan de landelijke doelstellingen om in 2050 100% circulair te zijn en in 2030 50% minder primaire grondstoffen te gebruiken.

Onze verdere ambities zijn uitgewerkt in de duurzaamheidsnota uit 2017. In 2020 hebben we een materiaalstromenanalyse op laten stellen om daar verder richting en invulling aan te geven.

Circulariteit zit in de genen van waterschapen

Al voordat circulaire economie een begrip werd, waren waterschappen hier mee bezig. Een belangrijke taak is namelijk om de kringloop van (afval)water sluitend te maken, met als belangrijkste grondstof zoet water. Ook zien waterschappen afvalwater als een bron van energie en grondstoffen. Daarnaast gebruiken waterschappen zelf ook veel grondstoffen in hun grond-, weg- en waterbouwwerken (GWW), zoals klei, zand, beton en asfalt.

Lees het rapport (pdf, 7.3 MB)

Waarom een materiaalstromenanalyse?

In de materiaalstromenanalyse zijn hoeveelheden en voorraden van grondstoffen en reststromen in kaart gebracht. Ook is de milieu-impact van materialen op basis van de MKI (milieukostenindicator) inzichtelijk gemaakt.

Albert Sandbrink, civiel technicus bij het waterschap: "Veel collega’s werden een beetje overvallen door de informatievraag die op tafel kwam om de juiste cijfers voor het onderzoek te verzamelen. Uiteindelijk is dat gelukkig wel goed gelukt, alleen was het wel een belangrijk signaal voor ons dat we ook een opgave hebben op vlak van bewustwording, mobilisatie en activatie van de organisatie om met circulariteit aan de slag te gaan."

250.000 ton aan reststromen per jaar

Per jaar komt er ongeveer 250.000 ton aan reststromen bij het waterschap. De grootste stromen zijn bagger uit sloten (ongeveer 78%) en slib (ongeveer 12%), de smurrie die overblijft na het zuiveren van afvalwater. Daarna volgen reststromen die vrijkomen bij beheer en onderhoud bij grond-, weg- en waterbouw (GWW) objecten. Het gaat bijvoorbeeld om asfalt (ruim 10.000 ton) en maaisel (ongeveer 8.000 ton).

Twintig miljoen ton materialen in voorraad

Het waterschap blijkt over een gigantische voorraad aan materialen te beschikken. De grootste voorraad aan materialen is klei en steen verwerkt in dijken (ongeveer 17 miljoen ton). Ook in wegen is een grote voorraad materialen verwerkt (ongeveer 2,4 miljoen ton) in de vorm van asfalt.

Nieuwe grondstoffen vooral voor GWW-Objecten

Per jaar gebruik het waterschap ongeveer 20.000 ton aan nieuwe grondstoffen. Het gaat hierbij vooral om grondstoffen die voor de GWW gebruikt worden: asfalt (52%), beton (14%) en klei (10%). Afhankelijk van de projecten die uitgevoerd worden, kan dit ieder jaar wel sterk verschillen.

Wat doen we al?

Enkele mooie voorbeelden van wat wij doen aan het sluiten van kringlopen zijn Blueroof (uit grof riool afval een voedingsbodem maken voor groene daken), het maken van Bokashi van maaisel (fermenteren van organisch materiaal in een bodemverbeteraar), EU-project USAR (onderzoek naar nieuwe toepassingen voor bagger als grondstof) en deelname aan de Greendeal GWW 2.0.  

Aan de slag om circulariteit in te bedden in eigen organisatie

Bij het onderzoek werd duidelijk dat er meer nodig was dan alleen cijfers. Duidelijk werd ook dat het belangrijk is om uit te leggen waarom die cijfers nodig zijn, wat de overgang naar een circulaire economie inhoudt en het belang voor het waterschap om daar invulling aan te geven.

Albert Sandbrink: "De aanbevelingen uit de materiaalstromenanalyse zijn omarmd door de organisatie. We zijn bezig hier invulling aan te geven en prioriteiten te stellen. Concreet zijn we door het onderzoek aan de slag gegaan met ervaring opdoen met de MKI-waarde en het onderzoeken van het alternatief van groene polymeren (een grondstof dat opgelost in water andere stoffen kan binden).”

In 2021 gaat we aan de slag om de bewustwording van de overgang naar een circulaire economie binnen de eigen organisatie te vergroten. Dit doen we door de aanbevelingen uit de materiaalstromenanalyse uit te werken en waar mogelijk toe te passen.

Laura Koedoot, programmamanager Duurzaam: “We willen stapsgewijs het gebruik van grondstoffen met een negatief gevolg op het milieu en grondstoffen die schaars zijn verminderen door hier alternatieven voor toe te passen. Daarnaast onderzoeken we hoe we grondstoffen kunnen terugwinnen, bijvoorbeeld uit afvalwater, bagger of maaisel.”