Nieuw bestuur door regen en wind op schouw door de Zuidplaspolder

Nieuw bestuur door regen en wind op schouw door de Zuidplaspolder

Bestuur in de Zuidplaspolder

Op 11 september bracht het nieuwe algemeen bestuur een werkbezoek aan de Zuidplaspolder, om de over de praktijk van het peilbeheer en de problematiek van een transitie van het zogenoemde restveengebied, ter plekke geïnformeerd te worden.

In het clubhuis bij de Willem-Alexander roeibaan in de Eendragtspolder werden de bestuursleden geïnformeerd over het peilbeheer, vooral hoe dit in het laagst gelegen polder van heel Nederland, zelfs Europa, met zoveel hoogte- en grondsoortverschillen werkt. Door de forse hoogteverschillen binnen de polder zijn er bijzonder veel verschillende peilgebieden met elk hun eigen waterhoogte en liggen sommige stukken nauwelijks boven het water. De verschillende gebruiksfuncties in het gebied zoals akkerbouw, veeteelt, wonen of bedrijfsterreinen lopen door elkaar en en vragen veel maatwerk. 

Daarnaast werd de functie van de Eendragtspolder als calamiteitenberging toegelicht. Deze is vooral bekend als Willem-Alexander roeibaan, maar is door het hoogheemraadschap als waterberging aangelegd en 6 jaar gelden geopend om overtollig regenwater uit het omliggende gebied in piekperiodes te kunnen bergen. Als het hoofdgemaal aan het Oostplein in Rotterdam het niet meer kan bijbenen, of zou uitvallen, kan gereguleerd tot maar liefst 4 miljoen m3 water vanuit de Rotte in de Eendragtspolder “geparkeerd” worden waardoor het grote omliggende beheersgebied droog blijft.

Vervolgens werd een beeld geschetst van het veenweidegebied tussen Moordrecht en Nieuwerkerk aan den IJssel. Het verder verlagen van het waterpeil om de bodemdaling bij te houden, wordt hier steeds lastiger en het eind van de fysieke mogelijkheden voor verlaging is in dit restveengebied nu in zicht. Als eerste gebied in Nederland komt daarmee in feite een einde aan de maakbaarheid van alle functies in de laagstgelegen delen van ons land. Het bestuur ging het gebied in om een eigen indruk te krijgen van het diverse landgebruik, de verschillen in peilen en de soms zeer geringe drooglegging. Twee onafhankelijke gebiedsadviseurs brachten daarbij op interactieve wijze de verschillende belangen en levende wensen en ideeën in, die zij in hun gesprekken met bewoners en gebruikers ophalen. Dat leverde voldoende indrukken op voor een boeiende discussie over de toekomst van het restveengebied en wie welke rol in oplossingen zou kunnen of moeten vervullen. Een structurele oplossing raakt alle betrokken gebruikers/eigenaren en vraagt inzet van alle overheden. Afgesloten werd met de afspraak dat het algemeen bestuur in deze bestuursperiode over de voortgang van het gezamenlijk zoeken naar oplossingen tussentijds geïnformeerd zal blijven worden.