Op pad met Arie de Gelder en Olaf van Twist over de watersnoodramp in ons gebied

18 januari 2024
In aanloop naar 1 februari zitten Arie de Gelder, teamleider beleid waterkeringen, Olaf van Twist, archivist aan tafel om het verhaal van 1953 te vertellen.

Olaf heeft zich verdiept in de rampnacht en Arie weet veel over Johan van Veen en de dijken van nu.

“In de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 was er storm op zee. Dit zorgde voor hoog water. Het water was zo hoog dat het over de dijk heen gutste, vooral aan de Ouderkerkse kant, maar aan de Nieuwerkerkse kant van de Hollandsche IJssel stond het ook hoog. Aan beide kanten zorgde het hoogwater met golfslag voor een gat in de dijk.

In Nieuwerkerk aan den IJssel ontstond een gat in de dijk ter hoogte van gemaal Esse Gans en Blaardorp. Machinist Kleijbeuker zag dat de dijk was weggeschoven en seinde burgemeester Vogelaar in", vertelt Olaf. Hij vervolgt: “Het dijkleger werd bij elkaar geroepen en verzamelde zich in het café van Koos Honkoop. Dit was een verzamelplek omdat hier een telefoon aanwezig was. Die had je in die tijd niet overal.” “Schipper Arie Evegroen had zijn schip aan de Nieuwerkerkse kant, in de Haven bij Kortenoord, aangelegd zodat het in de luwte lag. Hij was ook naar het café gegaan", valt Arie hem bij. Olaf: “Burgemeester Vogelaar vraagt de schipper om zijn schip De Twee Gebroeders in de dijk te varen om het 14 meter brede gat te dichten. Het vraagt wat overtuigingskracht. Als het schip in naam van de Koningin wordt gevorderd, vaart Arie Evegroen met behulp van Cor Heuvelman zijn schip in het gat.”

“De klap van het schip in het gat is zo hard dat hij aan de andere kant van de Hollandsche IJssel te horen is."

“Hij zet het schip zo met de punt in de dijk dat het door de druk van het water, de wind en de manier van varen, in het gat klapt. De klap is zo hard dat hij aan de andere kant van de Hollandsche IJssel te horen is", weet Olaf. Naast Evegroen en Heuvelman, zijn er nog meer helden die nacht, zoals Hannes van Vliet en zijn broers. “Hannes vaart samen met zijn broers naar het bedrijf van zijn oom om daar zandzakken te halen. Samen met de aanwezige dijklegerleden en andere burgers dichten ze het gat verder door de onderkant van het schip te stutten met de zandzakken. Het is trouwens bijzonder waar overal zandzakken vandaan kwamen. Ook in Capelle aan de IJssel is druk gestapeld om een doorbraak te voorkomen. Door al deze helden is een groot deel van Zuid-Holland in die nacht een ramp bespaard", vertelt Olaf.

De plannen van Johan van Veen

Aan de Ouderkerkse kant gaat het echt mis. Een groot gat van 40 meter ontstaat in de dijk doordat de golven over de dijk heenslaan en de dijk van binnen uit afkalft en dan ineens doorbreekt. Een huis dat vlak achter het gat staat, spoelt weg en twee oudere inwoners van Ouderkerk komen hierbij om het leven. Arie vertelt hoe ze daar het gat hebben gedicht: “Hier zijn twee schepen voor het gat gevaren, zodat het niet meer vol op de wind lag en er achter zandzakken gestapeld konden worden bij laagwater. Jonge krachten uit het IJsseldorp verzamelen zich op de dijk. Alle beschikbare middelen waaronder de schepen en zandzakken worden ingezet om het gat te dichten. Je kunt hier gelukkig gebruik maken van het getij en bij laagwater kun je meer doen dan bij hoogwater. Snelheid is heel belangrijk. Hoe langer een gat openblijft, hoe groter het wordt. Rijksambtenaar Johan van Veen hoort op het nieuws dat er een gevaarlijk instromend gat is bij Ouderkerk en gaat met twee collega's in een auto onderweg naar de Krimpenerwaard. Hij regelt een aantal zaken om het gat in Ouderkerk snel te dichten. Hij weet al waar de zwakste plekken langs de Hollandsche IJssel zich bevinden. Rond 1939 is een vaarwegverbetering al benut om een aantal dijkvakken met vooroevers te versterken en is een Stormvloedcommissie ingesteld waarvan hij secretaris was. In de jaren voor de watersnood meldt hij al dat de dijken te laag zijn. En in de oorlog maakt hij allemaal plannen die ook naar Engeland worden gesmokkeld. Hij maakte meerdere plannen voor afsluitingen tussen de zee en rivieren. Eigenlijk met de insteek om verzilting tegen te gaan, maar het was duidelijk dat door deze dammen ook de waterveiligheid fors zou verbeteren zonder dure en kostbare dijkversterkingen. Al voor de watersnood in 1953 ligt er een plan voor een stormvloedkering in de Hollandsche IJssel. Na de ramp worden de plannen versneld uitgevoerd. De stormvloedkering in de Hollandsche IJssel was als eerst gereed in 1958. Binnen vijf jaar is hij gebouwd. Een enorme prestatie. Van Veen heeft de bouw nog meegemaakt, maar overlijdt een jaar later voordat de andere deltawerken werden gebouwd", vertelt Arie.

Nu en de toekomst

Het belang van de deltawerken is afgelopen kerstperiode heel zichtbaar geweest. Dankzij het sluiten van de keringen is de hoogte van het water op de Hollandsche IJssel meer dan een meter lager gebleven dan zonder stormvloedkeringen. Het was de eerste keer dat dit nodig was. De verwachting is dat dit in de toekomst door zeespiegelstijging en klimaatverandering vaker nodig is. “Johan van Veen heeft ons al die jaren geleden enorm geholpen met zijn onderzoek en zijn ideeën. Terecht dat er een beeld van hem op de dijk in Capelle aan den IJssel staat, dat uitkijkt op de Hollandsche IJsselkering", besluit Arie.