Zeven peilbesluiten voor de Krimpenerwaard

Het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard regelt met gemalen, stuwen en inlaten de waterstand in de polders. De waterstand waar we op sturen, noemen wij het waterpeil. De waterpeilen in een gebied liggen vast in een peilbesluit.

De Krimpenerwaard is een veenweidegebied tussen de rivieren Lek, Nieuwe Maas, Hollandsche IJssel en de veenrivier de Vlist. Doordat het veen boven het grondwater verteert, daalt het maaiveld (de bovenkant van de grond) langzaam.

Om de drooglegging (het verschil tussen het maaiveld en het waterpeil) van percelen (stukken grond of water) en gebouwen gelijk te houden, worden in sommige gebieden de waterpeilen van tijd tot tijd aangepast. Het komt ook voor dat we de waterpeilen aanpassen omdat het grondgebruik verandert. 

In een groot deel van de Krimpenerwaard is het laatste peilbesluit van 2011. Daarin is een peilaanpassing (indexering van waterpeilen) tot en met 2020 vastgelegd. Er zijn dus nieuwe peilbesluiten nodig die geldig zijn vanaf 2021.

Deze peilbesluiten zijn nu in ontwerp opgesteld. Vanaf 3 september 2020 tot en met 15 oktober 2020 kan elke belanghebbende zijn of haar zienswijze indienen (reageren) op deze besluiten en de toelichting. Het document waarin uitgelegd wordt welke peilen we waar willen voeren en wat de afweging hierbij is, is de toelichting.

Officieel neemt het waterschapsbestuur straks zeven besluiten, elk voor een specifiek deel van de Krimpenerwaard:

  1. Krimpen
  2. Kromme Geer en Zijde (bij Ouderkerk aan den IJssel)
  3. Den Hoek en Schuwacht (bij Lekkerkerk)
  4. Bergambacht
  5. Stolwijk en Berkenwoude
  6. Beneden Haastrecht
  7. De Nesse

In elk peilbesluit zitten een aantal peilgebieden met een eigen waterstand. Op de kaart is te zien in welk peilgebied uw woning of perceel valt.

Voor een aantal peilgebieden in de Krimpenerwaard zijn in 2016 en 2018 nieuwe peilbesluiten vastgesteld. Dit zijn peilgebieden met vooral of helemaal een natuurfunctie. Over deze gebieden gaat de toelichting niet en deze peilbesluiten veranderen nu ook niet.

Wat zijn de belangrijkste veranderingen in het nieuwe peilbesluit

De vastgelegde waterpeilen in de nieuwe besluiten zijn gelijk aan de peilen zoals ze op dit moment in de praktijk zijn. Er vinden bij vaststelling van de nieuwe besluiten geen veranderingen plaats in het dagelijks peilbeheer.

In een aantal situaties, zoals in de stad Schoonhoven (onderdeel peilbesluit Bergambacht), is in het nieuwe peilbesluit de peilgebiedsbegrenzing nauwkeuriger vastgesteld dan in het oude besluit. In een aantal kleine peilgebieden is het peil in dit peilbesluit aangepast naar het praktijkpeil, als gevolg van een inmeting van de hoogten. Dit betekent in de praktijk geen verandering van waterstanden.

In een groot deel van de peilgebieden, waarin vooral landbouw plaatsvindt, indexeren we het waterpeil. Dit betekent dat we het peil aanpassen aan de maaivelddaling. Het gaat hierbij om de peilgebieden Bergambacht, Vlist-Westzijde, Den Hoek en Schuwacht, Kromme, Geer en Zijde, Stolwijk en Berkenwoude, Stolwijkse Boezem en Beneden Haastrecht. De komende jaren verlagen we de waterstand om de drie of vier jaar met één centimeter.

In een aantal peilgebieden, met gedeeltelijk agrarisch gebruik, houden we vast aan het huidige waterpeil. De peilen worden tijdelijk niet aangepast aan de berekende maaivelddaling. Dit komt door de relatief grote drooglegging en de verschillende vormen van grondgebruik. Het gaat hierbij om de peilgebieden Lekkerkerk, De Nesse, Achterbroek en Kort Schoonouwen. Per peilgebied leggen we in de toelichting uit waarom we deze keuze hebben gemaakt.

In de peilgebieden met vooral bebouwd gebied passen we de peilen niet aan aan de maaivelddaling. Wel kan ook hier de bodem zakken. We verwachten dan dat de grondeigenaren en de beheerders van de groene buitenruimte zo nodig hun gronden zelf ophogen.

Voor veel peilgebieden is een bandbreedte van 5 centimeter vastgesteld als peil. Dit noemen we een flexibel peil. Dat betekent dat het peil onder normale omstandigheden wat kan schommelen. In de vooral agrarische peilgebieden met een flexibel waterpeil, sturen we op de bovenkant of de onderkant van het peil, afhankelijk van de situatie. Hierbij houden we rekening met het seizoen, de vochtigheid van de bodem en de (lange termijn) weersverwachting.

In alle seizoenen sturen we op het niet onnodig inlaten en uitmalen van water. Hierdoor is een schommeling van enkele centimeters in de sloten gebruikelijk.

In bovengemiddeld droge jaren maken we het via de peilbesluiten mogelijk om de waterstanden in de sloten tot 5 centimeter extra te verhogen in het zomerhalfjaar. Dit draagt bij aan het tegengaan van watertekort, en het beperken van veenafbraak en bodemdaling. Deze tijdelijke peilverhoging doen we enkel als dit niet tot grote risico’s leidt.

Het veenweidegebied van de Krimpenerwaard staat volop in de aandacht. Er wordt onder meer gewerkt aan duurzame bedrijfsvoering van bedrijven, en aan het halen van klimaatdoelstellingen door het beperken van uitstoot van broeikasgassen. Ook voeren we als waterschap de komende jaren enkele onderzoeken uit om het peilbeheer te optimaliseren. We evalueren dit peilbesluit daarom uiterlijk na vier jaar, samen met betrokken partijen.