Krimpenerwaard 1696, 1792 en 1818

In 1680 besloten dijkgraaf en hoogheemraden van de Krimpenerwaard naar voorbeeld van andere waterschappen een kaart van hun beheersgebied te laten maken. Eerst werden er besprekingen gevoerd met Jan Janszoon Douw, landmeter van Rijnland. Wegens omstandigheden is het er niet van gekomen. Douw overleed ook al in 1682. In 1681 is het werk (landmeten en graveren) opgedragen aan de Amsterdamse landmeter en plaatsnijder Johannes Leupenius (1648-1692). De kaart was in 1683 gereed; er werden 200 exemplaren van gedrukt. In de Krimpenerwaard werd nauwelijks turf gewonnen. Het gebied veranderde dus nagenoeg niet in de loop van de 17de en 18de eeuw. Toch verschenen er in totaal acht edities van de overzichtskaart: 1683, 1696, 1706, 1735, 1741, 1755, 1792 en 1818. Wat was het geval? Bijna elke nieuwe dijkgraaf liet bij zijn aantreden een nieuwe editie vervaardigen. Aan de kartografische inhoud veranderde vrijwel niets, alleen de wapenranden langs de zijkanten werden bijgewerkt. Steeds werden ongeveer 200 exemplaren gedrukt. In het archief van het waterschap zijn nu alleen de edities van 1696, 1792 en 1818 nog aanwezig.