Meer over de waternavel

Door het explosieve groeiproces van de waternavel kan de plant in korte tijd een groot wateroppervlak bedekken.

Wat zijn de problemen?

Door het explosieve groeiproces van de waternavel kan de plant in korte tijd een groot wateroppervlak bedekken. Uitlopers kunnen ook, maximaal een meter, het land opkruipen. Deze exotische plant houdt van water met hoge nitraat- en fosfaatgehaltes. Op de meeste vindplaatsen is het water ook troebel, als gevolg van zwevend slib met een hoog organisch stofgehalte.

Problemen kunnen zijn:

  • vissterfte door afsluiting en dus zuurstofloosheid van het water;
  • een belemmerde waterafvoer, bij een piekafvoer kunnen planten zich ophopen bij bruggen, dammen, gemalen en dergelijke en daar problemen veroorzaken;
  • als water helemaal dichtgroeit, is dat een probleem voor recreanten als hengelaars en kanovaarders;
  • de grote waternavel verdringt inheemse plantensoorten.

Verspreiding

De plant verspreid zich vooral door stekken: weggegooide stukjes plant komen in het water terecht. Engels DNA-onderzoek, uitgevoerd op planten uit Groot- Brittannië en Nederland, heeft aangetoond dat vrijwel alle waternavel afkomstig is van slechts enkele stekjes uit Zuid-Amerika. De grote waternavel is een exoot, pas in juli komt de groei goed op gang. Koude winters overleeft de plant niet.

Hoe kunt u helpen?

Gooi nooit vijverplanten in het oppervlaktewater!

Wij vragen u dringend Schieland en de Krimpenerwaard te waarschuwen wanneer u de grote waternavel ergens aantreft. Het is belangrijk om aangetroffen exemplaren zo snel mogelijk na ontdekking mét wortel én stok te verwijderen. Liefst door deskundigen, want eventueel achterblijvende plantenresten gaan weer groeien.

Hoe is de grote waternavel te herkennen?

Waternavel 1

 

Waternavel 2

Vaak wordt de grote waternavel te laat herkend. Hij lijkt op een inheemse soort, namelijk de gewone waternavel (Hydrocotyle vulgaris). Hoe kunt u zien of het om grote waternavel gaat? De grootte en groeiwijze zijn opmerkelijk. De bladeren lijken rond (diameter 4 tot 10 cm), maar bestaan eigenlijk uit vijf lobben, het blad is aan één kant diep ingesneden tot aan de bladsteel. De bladeren van de gewone waternavel zijn rond, kleiner en niet ingesneden. De gewone waternavel groeit alleen op het land of op drassige bodems en niet in het water, zoals zijn exotische soortgenoot

Overige bijzonderheden:

  • de groei begint eind mei, is het sterkst in juli en augustus, en gaat door tot in oktober;
  • de eerste bladeren drijven in mei/juni op het water;
  • vanaf juli steken de bladeren zo'n 10-30 cm boven water uit;
  • in het najaar drijven de bladeren van nieuwe stekjes al op het water; 
  • de stengels zijn wel 0,5 cm dik en kruipen over de grond en over of net onder het wateroppervlak;
  • op de knopen van de stengels zit bij elk blad een bosje wortels, tot meer dan 5 cm lang;
  • bloemen zijn zeldzaam, relatief klein en grauwwit van kleur;
  • de planten groeien vanuit de oeverlijn in cirkelvorm als een soort deken over het water;
  • in zachte winters kunnen de planten langs de oevers ook in de winter groen blijven.