Subsidieregeling natuurvriendelijke oevers 2023-2027

Dijkgraaf en hoogheemraden van Schieland en de Krimpenerwaard;

Gelet op de bepalingen in titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 1.3 van de Algemene Subsidie Verordening Schieland en de Krimpenerwaard,

BESLUIT:

De Subsidieregeling natuurvriendelijke oevers 2023-2027 vast te stellen.

Doel: Dijkgraaf en hoogheemraden kunnen op aanvraag een subsidie verlenen voor de aanleg en instandhouding van natuurvriendelijke oevers binnen het beheergebied van Schieland en de Krimpenerwaard, ter verbetering van de waterkwaliteit en de ecologie in het kader van de Kaderrichtlijn Water, en de vergroening van de leefomgeving.

  1. Begripsomschrijvingen

Artikel 1

  1. In deze regeling wordt verstaan onder:
    1. Natuurvriendelijke oever: een geleidelijk oplopende of een ondiepe zone langs de slootkant waar inheemse gebiedseigen oeverplanten groeien die met hun wortels in het water staan. Het droge deel van de oever wordt voor de toepassing van deze regeling niet tot de natuurvriendelijke oever gerekend.
    2. Oeverlijn: de grens tussen water en land, bij een flexibel peil wordt de oeverlijn bedoeld bij het hoogste waterpeil dat voor het betrokken oppervlaktewaterlichaam is vastgesteld.
    3. Hoogheemraadschap: Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard.
    4. Keur: keur van het Hoogheemraadschap.
    5. Algemene regel: regel voor handelingen in het watersysteem ter vervanging van de vergunningplicht.
    6. Watervergunning: een vergunning afgegeven op grond van de Waterwet en de Keur.
    7. Melding: een melding gedaan volgens de algemene regel voor de inrichting van de natuurvriendelijke oever.
    8. ASV: de Algemene Subsidie Verordening Schieland en de Krimpenerwaard.
    9. Ecokleurenkoers: alle watergangen in het beheergebied van het Hoogheemraadschap hebben een kleur gekregen. Deze kleur geeft aan op welke wijze de watergangen onderhouden moeten/mogen worden. Blauwe watergangen zijn van groot belang voor de waterafvoer en hier is intensief onderhoud noodzakelijk. Groene watergangen zijn zo breed dat minder vaak onderhoud noodzakelijk is. Bij oranje watergangen is dit wisselend. De actuele ecokleurenkoers is te vinden op: https://www.schielandendekrimpenerwaard.nl/kaart/ecokleurenkaart/
    10. Hoofdwatergang: watergang die een hoofdfunctie vervult voor het waterbeheer. Hoofdwatergangen worden gebruikt voor de wateraanvoer, waterafvoer en waterberging,
    11. Overige watergang: alle watergangen die in de legger niet als hoofdwatergang of boezemwatergang zijn aangegeven.
  2. Voorwaarden en beoordelingscriteria

Artikel 2.1

Subsidie kan worden aangevraagd voor:

  1. Projecten of activiteiten waarbij een natuurvriendelijke oever landinwaarts wordt aangelegd en in stand wordt gehouden en een bestaande beschoeiing wordt verwijderd of onder de waterbodem wordt gedrukt, zodat een geleidelijke overgang van land naar water wordt gecreëerd, zonder obstakels voor fauna.
  2. Projecten of activiteiten waarbij een steile oever landinwaarts wordt omgevormd tot een natuurvriendelijke oever met een oever met een flauw talud (1:3 of flauwer) of een plasberm, eventueel beschermd tegen afslag door een vooroever (die aan de gestelde eisen voldoet).
  3. Projecten of activiteiten waarbij een flauw talud of een plasberm waterinwaarts wordt aangelegd in een watergang die breder is dan 6 meter met Ecokleurenkoers groen of oranje.

Artikel 2.2

  1. In afwijking van artikel 3.1 van de ASV komen publiekrechtelijke rechtspersonen niet in aanmerking voor een financiële bijdrage op grond van deze regeling.
  2. Een subsidie wordt niet verleend indien er al andere afspraken zijn over medefinanciering door het Hoogheemraadschap. Of bij een project waarin sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling.
  3. Al gerealiseerde natuurvriendelijke oevers komen niet voor subsidie in aanmerking.
  4. Aanvrager draagt zelf tenminste 10% van de projectkosten bij.

Artikel 2.3

Subsidie wordt geweigerd indien minimaal een van de volgende punten van toepassing is:

  1. De aan te leggen natuurvriendelijke oever is minder dan 50 meter lang.
  2. Het natte deel van de aan te leggen natuurvriendelijke oever is smaller dan 1 meter.
  3. De natuurvriendelijke oever voldoet niet aan de Algemene regel “Het aanleggen van natuurvriendelijke oevers langs oppervlaktewaterlichamen” of komt niet in aanmerking voor een watervergunning.
  4. De oever ligt binnen 50 meter van een riool overstort.
  5. De oever is te schaduwrijk.
  6. De hellingshoek van een flauwe oever is steiler dan 1:3.
  7. De aanleg van een plasberm voldoet niet aan de voorwaarde van minimaal 20 en maximaal 50 cm diepte.
  8. Een vooroeverconstructie voldoet niet aan de voorwaarde dat er in de vooroever om de 50 meter een opening van minimaal 1 meter breed en 30 cm diep aanwezig moet zijn.
  9. Een vooroeverconstructie is niet aan beide zijden open en/of komt meer dan 10 cm boven het zomerpeil uit.
  10. Aanvrager gaat niet akkoord met het aanbrengen van een muskusrattenvangvoorziening op plaatsen waar muskusratten schade veroorzaken.

Artikel 2.4

Alle aanvragen voor subsidie als bedoeld in deze regeling worden beoordeeld op de volgende aspecten:

  1. Locatie: de aan te leggen oever moet een merkbaar effect hebben op het watersysteem;
  2. Onderhoud: Ruimte voor natuurvriendelijk onderhoud van de oever en onderhoudsplan;
  3. Ontwerp: Het ontwerp en de uitvoering van de oever biedt voldoende ruimte voor de en groene beleving van de oever;
  4. Waterberging: De aanleg van de oever creëert extra waterberging en/of is duurzaam gericht op het voorkomen van oeverafkalving;
  5. Kosten: De aanleg van de oever is kosteneffectief.
  6. Begrotingsvoorbehoud en subsidieplafond

Artikel 3

  1. Het college stelt een subsidieplafond vast als bedoeld in art. 2.1 van de ASV, onder voorbehoud van verstrekking van de bijbehorende middelen door de Verenigde vergadering.
  2. Het beschikbare bedrag wordt verdeeld conform artikel 2.2 sub b van de ASV.
  3. Bij de verdeling als bedoeld in het tweede lid wordt gebruik gemaakt van het beoordelingskader als bedoeld in bijlage 1 van deze regeling.
  4. De aangevraagde bijdrage kan geheel of gedeeltelijk worden verleend.
  5. Hoogte van de bijdrage

Artikel 4

  1. De maximale bijdrage voor een natuurvriendelijke oever inclusief het aanbrengen dan wel verwijderen van een (onderwater) beschoeiing of een vooroever is € 175 per meter. De maximale bijdrage voor andere natuurvriendelijke oevers is € 100 per meter.
  2. De hoogte van de bijdrage is maximaal 90% van de kosten die voor vergoeding in aanmerking komen.
  3. De kosten die voor subsidie in aanmerking komen, zijn:
    Kosten voor aanleg van de oever, waaronder:
    - Het verwijderen van bestaande beschoeiing;
    - Het aanbrengen van onderwaterbeschoeiing en/of oeverbeschermingsmateriaal;
    - Grondverzet;
    - Herprofilering;
    - Het inzaaien en/of aanplanten;
    - Voorbereidingskosten die noodzakelijk zijn ten behoeve van het indienen van de aanvraag. Voor deze kosten geldt een plafond van 10% van de aanlegkosten. Kosten boven dit plafond komen niet voor subsidie in aanmerking;
    - Het plaatsen van een afrastering tegen inlopen van vee en/of een vee drenkplaats. Voor deze kosten geldt een plafond van 10% van de aanlegkosten. Kosten boven dit plafond komen niet voor subsidie in aanmerking;
  4. In het geval dat voor een project al een gedeeltelijke bijdrage wordt verleend door een andere (overheids-)organisatie, wordt deze bijdrage in mindering gebracht op de door het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard beschikbaar gestelde financiële bijdrage.
  5. De aanvraag en vaststelling

Artikel 5.1

  1. De subsidie aanvraag wordt uiterlijk op 31 maart of 30 september van het kalenderjaar ingediend.
  2. In afwijking van artikel 4.3 sub a van de ASV kan het college besluiten een aanvraag die (mede) betrekking heeft op een project waarvan de uitvoering reeds is gestart, toch in behandeling te nemen.
  3. Een aanvraag voor een subsidie wordt schriftelijk ingediend met het ‘Aanvraagformulier tot verlening van een bijdrage voor het aanleggen van natuurvriendelijke oevers’.

Artikel 5.2

  1. Een verzoek tot vaststelling van subsidie wordt binnen de in artikel 6.1 van de ASV gestelde termijn schriftelijk aangevraagd met het ‘Aanvraagformulier tot vaststelling van een bijdrage voor het aanleggen van natuurvriendelijke oevers’.
  2. De bijdrage kan op een lager bedrag worden vastgesteld dan bij de verlening van de bijdrage is bepaald of worden geweigerd indien:
    1. De aanleg van de natuurvriendelijke oever niet binnen 12 maanden is gestart of niet geheel heeft plaatsgevonden;
    2. De aanleg van de natuurvriendelijke oever niet conform de aanvraag of in strijd met of zonder een melding of watervergunning is uitgevoerd.
    3. Niet voldaan is aan de verplichtingen en/of nadere uitvoeringsvoorschriften zoals bedoeld in artikel 5.6 van de ASV.
    4. De aanvrager onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit op de aanvraag tot verlenen van de bijdrage zou hebben geleid.
    5. De verlening van de bijdrage anderszins onjuist was en de aanvrager dit wist of behoorde te weten.
  3. Verplichtingen van de aanvrager

Artikel 6

  1. Binnen 12 maanden na de beschikking tot het verlenen van een bijdrage moet met de aanleg van een natuurvriendelijke oever zijn gestart.
  2. Binnen 24 maanden na de beschikking tot het verlenen van een bijdrage moet de aanleg van een natuurvriendelijke oever zijn afgerond.
  3. De aanvrager van een bijdrage moet het Hoogheemraadschap ten minste een week voor de start van de aanleg van een natuurvriendelijke oever in kennis stellen van de start, tenzij de aanleg al bij de aanvraag in uitvoering was en het college besloten heeft deze aanvraag toch in behandeling te nemen.
  4. Voldoet de aanvrager niet aan één van de hiervoor gestelde eisen, dan wordt het besluit tot verlenen van subsidie ingetrokken.
  5. Bovenop het gestelde in de ASV kan het Hoogheemraadschap de verplichting opleggen aan de aanvrager om de natuurvriendelijke oever ten minste 10 jaar in stand te houden.
  6. Slotbepalingen

Artikel 7

  1. Deze regeling is in werking getreden op 1 januari 2023 en loopt tot 1 januari 2028.
  2. Deze regeling kan worden aangehaald als “Subsidieregeling natuurvriendelijke oevers 2023-2027”.

Aldus besloten in de vergadering van dijkgraaf en hoogheemraden van 13 december 2022.

Dijkgraaf en hoogheemraden van Schieland en de Krimpenerwaard,

Secretaris-directeur,

M.J.H. van Kuijk

Dijkgraaf,

drs. A.J.B. van der Klugt

Bijlagen

  1. Onderlinge beoordeling aanvragen
  2. Aanvraagformulier tot verlening van een bijdrage voor het aanleggen van natuurvriendelijke oevers
  3. Aanvraagformulier tot vaststelling van een bijdrage voor het aanleggen van natuurvriendelijke oevers
  4. Toestemmings- en machtigingsformulier

Toelichtingen

Algemeen

Manieren om een natuurvriendelijke oever aan te leggen:
Natuurvriendelijke oevers kunnen op een aantal manieren worden aangelegd. Bijvoorbeeld landinwaarts, door de bestaande oever (deels) verder uit te graven. Als de watergang breed genoeg is, zijn er soms mogelijkheden om een deel van de extra breedte van het water te gebruiken voor de aanleg van een natuurvriendelijke oever. In dit geval kan in de watergang zelf een verondieping worden gemaakt. De waterberging moet wel altijd behouden blijven. Verondiepen kan als het gaat om een overige watergang van minimaal 6 meter breed met de ecokleurenkoers groen. In dit geval moet minimaal 3 meter van het middenprofiel vrij blijven van vegetatie (conform ecokleurenkoers). In hoofdwatergangen mag verondieping van de watergang ten behoeve van een natuurvriendelijke oever alleen buiten het leggerprofiel plaatsvinden in een hoofdwatergang met ecokleurenkoers groen. In watergangen met een ecokleurenkoers blauw moet het doorstroomprofiel volledig in stand blijven. Aanleg binnen 400m van een gemaal is ongewenst tenzij voorzieningen worden getroffen om afslag tegen te gaan.

Oeverbescherming:
Bij hoge stroomsnelheden kan het nodig zijn om een extra oeverbescherming aan te brengen. Dit kan bijvoorbeeld met behulp van kokosmatten, waar planten doorheen kunnen groeien. Na verloop van tijd verteren de matten en nemen de planten de oever beschermende functie over. Ook kan gekozen worden voor niet-afbreekbare, doorgroeibare matten, zoals bijvoorbeeld betumat of enkamat. De keuzes hangen onder andere af van de grondsoort en de kans op afkalving van de oever. Bij diepe watergangen met steile oevers kan het aanbrengen van een onderwaterbeschoeiing nodig zijn om te voorkomen dat de grond van de onderwateroever wegzakt in de watergang. Bij golfslag (door wind of boten) kan het aanbrengen van een vooroeverbeschoeiing noodzakelijk zijn om het risico van afslag van de oever tegen te gaan.

Profiel van een natuurvriendelijke oever:
Hieronder worden de mogelijke aanlegprofielen weergegeven in voorkeursvolgorde. Dat wil zeggen dat profiel 1 de voorkeur heeft boven profiel 2, etc. Voor de beoordeling wordt met name gekeken naar de oeverlijn en vanaf daar minimaal 100 cm het water in. Voor de waterkwaliteit is dit het belangrijkste deel van de natuurvriendelijke oever.

Profiel 1 Flauwe oever

flauwe oever

De meest natuurvriendelijke oever heeft een zeer flauw talud dat loopt vanaf het maaiveld tot de bodem van de watergang. Het talud mag niet steiler zijn dan 1:3, maar is bij voorkeur 1:5 of flauwer. Dit type is vooral geschikt voor watergangen met een geringe afvoer waarin veel ruimte beschikbaar is. Een flauwe oever biedt de meeste ontwikkelingsmogelijkheden voor planten en dieren.

Profiel 2 Geknikt talud

geknikt talud

Op plaatsen waar minder ruimte is voor de aanleg van een natuurvriendelijke oever, kan gekozen worden voor een geknikt profiel. Belangrijk is dat er tot minimaal 1 meter vanaf de oeverlijn een flauw talud moet zijn (flauwer dan 1:3). De helling van de oever daarboven en daaronder kan dan steiler zijn, maar niet steiler dan 1:2.

Profiel 3 Plasberm

plasberm

Als een flauwe of geknikte oever niet mogelijk is kan ook een plasberm worden aangelegd. Deze moet een diepte hebben van 20-50 cm (bij voorkeur niet dieper dan 30 cm). Net als de andere oeverprofielen moet de plasberm minimaal 1 meter breed zijn vanaf de oeverlijn. Een plasberm heeft meestal een eenzijdige floraontwikkeling (bijvoorbeeld alleen riet) omdat de waterbodem op één niveau ligt.

Profiel 4 Natuurvriendelijke oever met een vooroever

vooroever

Op plaatsen waar veel oeverafslag is kan gekozen worden voor de aanleg van een plasberm of flauwe oever achter een vooroever. De plasberm moet dan wederom minimaal 1m breed zijn met een diepte van 20 cm tot 50 cm (bij voorkeur niet dieper van 30 cm). Om verversing van het water en migratie van fauna achter de vooroever te garanderen is het noodzakelijk om in de vooroever minimaal om de 50 m een opening van 1 m breed te hebben van minstens 30 cm diep. Op de koppen van de vooroever moet deze open zijn. De vooroever zelf mag maximaal 10 cm hoger zijn dan het zomerpeil.

Toelichting artikel 1

In de begrippenlijst wordt verwezen naar een aantal documenten. Deze kunt u vinden via onderstaande links.

Keur: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR387921/1

Algemene regels: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR388001/7#d486366052e392

ASV: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR272097

Ecokleurenkoers: https://www.schielandendekrimpenerwaard.nl/kaart/ecokleurenkaart/

Legger (t.b.v. type watergang): https://www.schielandendekrimpenerwaard.nl/kaart/LeggerviewerHHSK/

Toelichting artikel 2.2

Ad 3

De aanleg van een natuurvriendelijke oever levert een verbetering op voor het watersysteem. Dat is niet het geval als de oever al natuurvriendelijk is. Een oever is al natuurvriendelijk als er al een zone is met oeverplanten met een gemiddelde breedte van 1 meter of meer en als daarbinnen de horizontale bedekking 50% of meer is: zie figuur 1. Oevers die al natuurvriendelijk zijn, komen niet in aanmerking voor subsidie.

Figuur 1. Bovenaanzicht van een oever

bovenaanzicht oever

Ad 4

Na aanleg moet de oever meerdere jaren in stand worden gehouden. De kosten voor het in stand houden van de oever komen niet voor subsidie in aanmerking.

Toelichting artikel 2.3

Ad 1

Vanuit het oogpunt van efficiëntie en effectiviteit moet een nieuwe oever minimaal 50 meter lang zijn. De oever mag in eigendom zijn van meerdere eigenaren, zolang het een aaneengesloten stuk is. Alle eigenaren moeten in dit geval de aanvraag mede ondertekenen en/of het machtigingsformulier invullen.

Ad 2

De natuurvriendelijke oever moet in aanmerking kunnen komen voor een vergunning, of voldoen aan de algemene regel. Ook kan overige wet- en regelgeving van toepassing zijn.

Ad 4

Schaduw zorgt dat planten in een natuurvriendelijke oever minder goed kunnen groeien. Om dit te voorkomen moeten bomen, struikbeplanting en gebouwen ver genoeg van de oever staan. Houd rekening met minimaal 5 meter afstand tot de oever. Objecten die hoger zijn dan 5 meter moeten minimaal de afstand van hun hoogte van de oever af staan. Objecten die volledig aan de noordkant van de oever liggen mogen dichterbij staan, omdat die de inval van zonlicht niet beperken.

Ad 8

Op sommige plekken in het beheergebied van Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard veroorzaken muskusratten schade. Het kan daarom nodig zijn om een vangvoorziening in de nieuwe natuurvriendelijke oever aan te brengen waarmee muskusrattenvangers de bestrijding van muskusratten goed kunnen uitvoeren. De kosten de vangvoorziening worden door Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard betaald. Aanvrager moet wel op voorhand akkoord gaan met het mogelijk plaatsen van een een vangvoorziening.

Toelichting artikel 2.4

Ad 1

De aanleg van een natuurvriendelijke oever moet zinvol zijn. De bijdrage van het Hoogheemraadschap staat in verhouding tot het beoogde resultaat voor de waterkwaliteit. Er wordt bekeken wat de oever kan bijdragen aan de waterkwaliteit in de omgeving. Het type omgeving en de afstand tot verbindingszones en KRW waterlichamen wordt hierin meegenomen.

Ad 2

Er zijn een aantal minimumeisen voor het onderhoud opgenomen in het aanvraagformulier tot verlening van subsidie. Daarnaast is het mogelijk om een apart onderhoudsplan in te dienen. In een goed onderhoudsplan staat hoe de oever op langere termijn in stand gehouden wordt, en welk beeld er wordt nagestreefd.

Ad 3

Voor het criterium “ontwerp” is het profiel van de nieuwe oever belangrijk. Er is een voorkeursvolgorde voor het type profiel (flauwe oever, geknikte oever, plasberm, oever met vooroever). Bij de beoordeling wordt gekeken naar onder andere de lengte, breedte, diepte, en taludhoek. Als er vegetatie wordt geplant of gezaaid is dat bij voorkeur met inheemse en streekeigen planten of zaden. De breedte van de strook vegetatie is bij voorkeur 10-20% van de breedte en/of oppervlak van de watergang.

Ad 4

Het aanleggen van een oever kan problemen met afkalving oplossen. Ook kan het ervoor zorgen dat er meer plek is voor water. Als er grond in een watergang gestort wordt moet de hoeveelheid water (m3) die gedempt wordt worden gecompenseerd. Deze compensatie telt niet mee als extra water.

Ad 5

Aanvragen met een lagere kostprijs per meter krijgen in de beoordeling meer punten op dit criterium.

Toelichting artikel 3

Als het beschikbare budget ontoereikend is om alle aanvragen toe te kennen moet het budget worden verdeeld. De aanvragen worden hiervoor onderling vergeleken en beoordeeld op basis van de beoordelingscriteria in artikel 2.4. Per criterium wordt een aantal punten verdeeld (zie bijlage 1: Onderlinge beoordeling aanvragen). Op basis van hun totaalscore worden de aanvragen gerangschikt. De aanvraag met de meeste punten komt als eerste in aanmerking voor subsidie. Als er hierna budget over blijft komt de aanvraag daaronder in aanmerking voor subsidie. Dit wordt herhaald tot het budget op is.

Als het (resterende) budget ontoereikend is om een aanvraag helemaal toe te kennen kan het Hoogheemraadschap besluiten een aanvraag maar deels toe te kennen. In dit geval hoeft de oever ook maar deels te worden aangelegd. Door het Hoogheemraadschap kan worden aangegeven welk deel van de aanvraag moet worden uitgevoerd.

Als een aanvraag volledig toegekend wordt en de aanvrager besluit minder aan te leggen dan wordt de subsidie naar rato verlaagd op voorwaarde dat de natuurvriendelijke oever niet korter wordt dan 50m. Als het wel korter wordt dan 50m, wordt er helemaal geen subsidie uitgekeerd omdat dan niet meer wordt voldaan aan één van de randvoorwaarden van deze regeling.

De aangelegde natuurvriendelijke oever moet over de gehele lengte te voldoen aan de gestelde criteria.

Toelichting artikel 4

Onder voorbereidingskosten vallen kosten voor het maken van het ontwerp en de benodigde onderzoeken maar ook eventuele legeskosten voor vergunningen.

Rekenvoorbeeld:

Er wordt een oever aangelegd met aanlegkosten van € 18.000,-. De voorbereidingskosten van het project zijn € 940,-. Er wordt ook een afrastering aangelegd voor € 2.500,-.

De aanlegkosten komen volledig in aanmerking voor subsidie. Voor zowel de voorbereidingskosten als de afrasteringskosten geldt een plafond van 10% van de aanlegkosten. Voor dit project is dat € 1.800,- per kostenpost. De voorbereidingskosten vallen onder dit plafond en komen volledig in aanmerking voor subsidie. De afrasteringskosten komen boven het plafond uit en komen dus maar deels in aanmerking voor subsidie.

Het totaal aan kosten dat in aanmerking komt voor subsidie is € 18.000,- + € 940,- +
€ 1.800,-= €20.740,-. De maximale subsidie die dit project kan ontvangen is € 18.666,-.

Toelichting artikel 5.1

Er zijn twee beoordelingsronden per jaar (na 31 maart en na 30 september), tenzij het budget na de eerste ronde al op is. In dat geval worden aanvragen die ingediend worden na 31 maart doorgeschoven naar de eerste beoordelingsronde in het volgende kalenderjaar.

Bij de aanvraag moet het “Aanvraagformulier tot verlening van een bijdrage voor het aanleggen van natuurvriendelijke oevers” (bijlage 2) volledig ingevuld worden ingeleverd . Bij het formulier moeten ook de in het formulier genoemde bijlagen worden geleverd.

Om voor subsidie in aanmerking te komen moet een melding worden gedaan of een watervergunning te worden aangevraagd. Als al een melding is gedaan of een watervergunning is verleend voor de aanleg, dan moet deze melding of vergunning ook worden bijgevoegd.

Toelichting artikel 5.2

Voor de start van de aanleg moet door het Hoogheemraadschap een melding of een watervergunning zijn verleend. De behandelingstermijn voor een melding bedraagt ca. 2 weken en voor een watervergunning ca. 8 weken. Als er geen melding wordt gedaan of geen vergunning wordt verleend vervalt de subsidie. De subsidie vervalt ook als niet binnen 12 maanden wordt gestart met de aanleg. Het Hoogheemraadschap kan het gereserveerde subsidiebedrag dan vrijgeven voor andere subsidieaanvragen.

Om het toegekende bedrag uitbetaald te krijgen moet het ‘Aanvraagformulier tot vaststelling van een bijdrage voor het aanleggen van natuurvriendelijke oevers’ (uit bijlage 3) volledig worden ingevuld en ingeleverd. Bij dit formulier dienen de nota’s, de eindafrekening en een kostenoverzicht van de aanleg te worden bijgevoegd. Indien er wijzigingen in de aanleg zijn aangebracht ten opzichte van het in de aanvraag vermelde schetsprofiel, moet dit duidelijk worden aangegeven. Conform artikel 6.1 sub 1 van de ASV moet dit aanvraagformulier tot vaststelling binnen 3 maanden na afronding oever worden ingediend.

Bijlage 1: Onderlinge beoordeling aanvragen

Als het beschikbare budget ontoereikend is om alle aanvragen toe te kennen moet het budget worden verdeeld. De aanvragen worden hiervoor onderling vergeleken en beoordeeld op basis van de beoordelingscriteria in artikel 2.4. Per criterium wordt een aantal punten verdeeld over alle aanvragen. Op basis van hun totaalscore worden de aanvragen gerangschikt. De aanvraag met de meeste punten komt als eerste in aanmerking voor subsidie. Als er hierna budget over blijft komt de aanvraag daaronder in aanmerking voor subsidie. Dit wordt herhaald tot het budget op is.

Tabel onderlinge beoordeling aanvragen
Beoordelingscriterium Totaal aantal punten te verdelen over alle aanvragen
Locatie
Ligging natuurvriendelijke oever in:
-     
Afstand tot KRW-waterlichaam
-     
Aanwezigheid Ecologische verbindingszone
(PEHS), natuur en/of recreatiegebied
-     
Woonwijk of stedelijk park voorkeur boven agrarisch
gebied, voorkeur boven industriegebied
-     
Toegankelijkheid van het gebied
50 punten
Ruimte voor natuurvriendelijk
onderhoud
-     
Ecokleurenkoers indeling
-     
Goed beheer- en onderhoudsplan
50 punten
Uitvoering oever
-     
Profiel oever
-     
Lengte en breedte van de oever
-     
Beschaduwing
-     
Aanleg landinwaarts of waterinwaarts
-     
Percentage oevervegetatie (bij voorkeur tussen
10 of 20% van breedte watergang)
50 punten
Waterkwantiteit
-     
Voorkomen oeverafkalving of herstel ingezakte
oever
-     
Creëren extra waterberging op locaties met een
bergingstekort
25 punten
Kosteneffectiviteit
-     
Kosten van voorbereiding en aanleg
50 punten