5  Fosfaat en stikstof

In gebieden met agrarisch gebruik, vooral glastuinbouw, is er vaak veel fosfaat en stikstof in het water. De hoeveelheid fosfaat en stikstof neemt over het algemeen wel af. Het waterschap besteed extra aandacht aan het glastuinbouwgebied om de hoeveelheid fosfaat en stikstof te verminderen.


Introductie

Pictogram van een voorzichtig blij kijkende vis

Fosfaat en stikstof zijn voedingsstoffen die planten en algen nodig hebben om te groeien. Veel fosfaat en stikstof in het water is gunstig voor snelle groeiers zoals algen en kroos. Die soorten kunnen dan heel hard groeien en overlast geven. Andere soorten krijgen daardoor geen kans. Veel fosfaat en stikstof leidt daarom tot soortenverlies en een eenzijdig ecosysteem.

Het waterschap werkt aan het beperken van de hoeveelheid fosfaat en stikstof in het water.1 De doelen voor fosfaat en stikstof zijn afhankelijk van het watertype en zijn daarom niet overal hetzelfde.2 De concentraties van fosfaat en stikstof zijn op veel plaatsen nog te hoog. Op deze plekken worden algen en kroos niet beperkt in hun groei door fosfaat en stikstof.

Fosfaat en stikstof per type landgebruik

De hoeveelheid fosfaat en stikstof heeft een sterke relatie met het landgebruik. In de onderstaande grafiek (Figuur 5.1) is de gemiddelde nutriëntenconcentratie in 2025 weergegeven per type landgebruik.3

In de gebieden die voor landbouw gebruikt worden, is de meeste fosfaat en stikstof aanwezig. Vooral in het glastuinbouwgebied is de hoeveelheid fosfaat en stikstof opvallend hoog.

De grote plassen hebben de laagste nutriëntenconcentraties. Dit komt doordat het waterschap deze plassen zoveel mogelijk beschermt tegen bronnen van fosfaat en stikstof.

De gemiddelde nutriëntenconcentratie per type landgebruik.
Figuur 5.1: Gemiddelde nutriëntenconcentraties per type landgebruik in 2025.

Fosfaat en stikstof zijn voedingsstoffen voor algen en waterplanten. Zolang deze stoffen beschikbaar zijn in het water zullen vooral algen onbeperkt kunnen groeien. Dit leidt tot een slechte waterkwaliteit met troebel water en weinig biodiversiteit. Als fosfaat of stikstof wel op raakt dan worden waterplanten en algen op een gegeven moment beperkt in hun groei. Dit noemen we nutriëntenlimitatie. Hierdoor ontstaat een betere waterkwaliteit met meer biodiversiteit.

In figuur (5.2) is per type gebied weergegeven op hoeveel meetlocaties er geen nutriëntenlimitatie optreedt. Als er geen nutriëntenlimitatie optreedt dan is er meer fosfaat en stikstof aanwezig dan planten en algen kunnen opnemen. Dat is een indicatie dat er teveel fosfaat en stikstof in het water zit. In de meeste gevallen komt dat dan doordat er bronnen zijn waaruit steeds fosfaat en stikstof in het water kom.

In het glastuinbouwgebied is bijna altijd fosfaat en stikstof beschikbaar en treedt bijna nergens nutriëntenlimitatie op. Dit is waarschijnlijk het gevolg van voortdurende emissies uit de glastuinbouw. De boezems ontvangen het hele jaar door water uit het gebied dat altijd een bepaalde hoeveelheid fosfaat en stikstof bevat. Daarom treedt hier vaak geen nutriëntenlimitatie op. In de grote plassen treedt juist wel overal nutriëntenlimitatie op tijdens het groeiseizoen. Dit komt doordat er hier zo min mogelijk water met fosfaat en stikstof wordt ingelaten.

Het aandeel locaties met nutriëntenlimitatie per type landgebruik.
Figuur 5.2: Het aandeel locaties per type landgebruik waar geen nutriëntenlimitatie optreedt waardoor kroos en algen niet beperkt worden in hun groei. Er is sprake van nutriëntenlimitatie als er geen vrij aanwezig fosfaat (PO43-) of stikstof (NH4+ of NO3-) in het water aanwezig is.

Het glastuinbouwgebied

Het glastuinbouwgebied heeft de hoogste concentraties fosfaat en stikstof. Hoewel de concentraties afnemen blijft het verschil met de andere gebieden erg groot. De afname is ook niet zo erg stabiel. In 2025 was de hoeveelheid fosfaat en stikstof in het glastuinbouwgebied aanzienlijk hoger dan in 2023 en 2024. -5.5

Ontwikkeling van de gemiddelde concentratie fosfaat en stikstof in het glastuinbouwgebied ten opzichte van andere gebieden
Figuur 5.5: Ontwikkeling van de gemiddelde concentratie fosfaat en stikstof in het glastuinbouwgebied ten opzichte van andere gebieden

Vanwege de emissies van fosfaat, stikstof en ook bestrijdingsmiddelen (Hoofdstuk 6) besteedt het waterschap extra aandacht aan het glastuinbouwgebied. In het programma Emissieloze Kas wordt samengewerkt met de glastuinbouwsector en andere overheden om emissies terug te dringen.

Pilot nitraatmeter

In 2025 is een pilot uitgevoerd met een nitraatmeter (5.6). Deze meter meet elke kwartier de nitraatconcentratie in het water. Nitraat is een goede indicator voor lozingen. Met de meter kunnen we voortdurend volgen of er aanwijzingen zijn voor een lozing. In 2025 hebben we meerdere malen gezien dat de concentratie in korte tijd sterk toenam (5.7). Op basis hiervan hebben toezichthouders diverse lozingen op kunnen sporen en snel kunnen stoppen. De nitraatmeter heeft zijn waarde bewezen. Daarom worden er in 2026 nog enkele nitraatmeters in het glastuinbouwgebied geplaatst.

Nitraatmeter met een zonnecel
(a) Nitraatmeter met een zonnecel
Nitraatmeter in het kassengebied
(b) Nitraatmeter in het kassengebied
Figuur 5.6
Metingen van de nitraatmeter begin november
Figuur 5.7: Metingen van de nitraatmeter begin november

  1. Hoewel fosfaat en stikstof essentieel zijn, komt het in de praktijk niet voor dat er te weinig fosfaat en stikstof in het water zitten.↩︎

  2. De doelstelling voor fosfaat ligt meestal tussen 0,09 en 0,50 mg P/l. De doelstelling voor stikstof ligt meestal tussen 1,3 en 4,0 mg N/l.↩︎

  3. Voor het type landgebruik zijn alleen de meest voorkomende typen opgenomen. Het type grasland betreft zowel het veenweidegebied in de Krimpenerwaard als het veenweidegebied in Schieland. Onder het type boezem vallen de Rotte, de Ringvaart en de Vaart Bleiswijk.↩︎