Pieter van de Stadt een jaar dijkgraaf
Na tien jaar burgemeester te zijn geweest van de gemeente Lansingerland stapte hij over naar het waterschap. Daar heeft hij geen spijt van. "Heerlijk vind ik het, ontzettend leuk, ook de sfeer en de mensen", zegt hij enthousiast.
“Ik weet het ook niet beter”
Pieter ziet het vak van de dijkgraaf als een sociaal beroep. “Ik moet zorgen dat iedereen zijn draai vindt, het naar zijn zin heeft en zich veilig voelt om te zeggen wat hij wil zeggen. Ik vind het belangrijk dat ik adviseerbaar ben en dat mensen zich gehoord en gewaardeerd voelen. Dat wil iedereen. Ik luister naar de vakspecialisten. Iedereen in onze organisatie is belangrijk. Iedereen is keihard nodig omdat hij of zij iets kan wat wij binnen de organisatie nodig hebben om ons werk goed te kunnen doen. Daar zit de inhoudelijke kennis en daar moet je naar luisteren, ik weet het ook niet beter", legt Pieter uit. Ook extern ziet hij een belangrijke rol voor zichzelf op het relationele vlak. “Ik ga naar vertegenwoordigers van groepen toe of mensen die zich maatschappelijk inzetten. Iedereen heeft recht op uitleg en moet worden gehoord. Dat betekent niet dat ze hun zin krijgen. Dat kan ook lang niet altijd. Neem de waterpeilen, de boeren hebben lage peilen nodig om het land te kunnen bewerken, huiseigenaren willen hogere waterstanden voor hun funderingen en de natuur kan nog meer water in de sloten gebruiken. Dat zijn moeilijke besluiten om te nemen, ze hebben altijd maatschappelijke gevolgen. Het is goed om met elkaar in gesprek te zijn en als de dilemma's van het waterschap ook worden erkend.”
“We staan meer in de picture dan de afgelopen 750 jaar.”
Omdat het waterschap aan zet is bij het nemen van beslissingen in dit soort impactvolle issues, vindt Pieter het ook belangrijk dat bestuursleden van het waterschap daarin hun rol vervullen. “Het algemeen bestuur moet beter in positie komen, daar ben ik ook met ze mee aan de slag. We zijn een waterschap midden in de maatschappij. Dat vraagt een open houding en luisteren naar de verschillende belangen en meningen. Het werk van het waterschap is razend interessant. We staan meer in de picture dan, zeg, de afgelopen 750 jaar. Klimaatverandering, bodemdaling, waterkwaliteit, het zijn allemaal issues die erg actueel zijn. We hebben als overheden teveel doorgeschoven naar de komende generaties, denk aan huizentekort, stikstofproblematiek en microvervuiling in het afvalwater (plastic en PFAS). We moeten onze verantwoordelijkheid nemen zonder het objectieve technische beeld te gebruiken om meningen en emoties plat te slaan. We moeten oprecht luisteren naar wat speelt in de omgeving. Feiten en gevoelens moeten in balans zijn", benadrukt Pieter.
“Er is heel veel om trots op te zijn”
Pieter ziet ook veel dingen al heel goed gaan. “Ik ben trots op de aanwezige vakinhoudelijke kennis, de ongelooflijk goede sfeer die ik hoor en zie, de rol die we pakken in de maatschappij. Er is heel veel om trots op te zijn. We doen veel dingen ontzetten goed, maar je hoeft niet ziek te zijn om beter te worden. We kunnen nog beter de maatschappelijke verbinding zoeken, zowel in beleidsvorming als tijdens de uitvoering. De beslissingen die we als waterschap nemen, zijn nooit makkelijk. Ze hebben altijd gevolgen en je weet nooit vooraf zeker wat de goede beslissing is. We doen ons best en vertrouwen op het goede besluit. Vooral in ons gebied zijn de gevolgen groot en is het werk ingewikkeld. Als je een dijk gaat versterken, staan er zo 800 woningen langs. De wegentaak, hoe gaan we daarmee om? ", licht Pieter een aantal dilemma's in ons werkgebied toe.
Functies burgemeester en dijkgraaf vergelijkbaar
Het werk als dijkgraaf is vergelijkbaar met het werk als burgemeester. "Je bent minder tijd kwijt met het sociale gebeuren", vertelt Pieter: “het bezoeken van mensen die 60 jaar getrouwd zijn, een activiteit bij de lokale voetbalclub of er zijn als een ernstig verkeersongeluk heeft plaatsgevonden. Dat zijn allemaal belangrijke dingen waar ik als burgemeester veel tijd aan besteedde omdat ik dat heel belangrijk vond. Als burgemeester werkte ik met gemak tussen de 60 en 70 uur per week. Dat is nu wel minder. Ik heb meer vrije avonden en ben in de weekenden vaker thuis. Hier moet ik nog wel een beetje aan wennen. Het is zoveel jaar anders geweest.”
Nog geen reacties
Plaats een reactie