Argusvlinder (Lasiommata megera)
De argusvlinder is een prachtige dagvlinder met zwarte oogjes op de bovenkant van zijn vleugels. Deze vlinder houdt zich op in gevarieerde bloem- en kruidenrijke bermen en graslanden met slootkantjes, heggen, dijken en wegen. Een juiste manier van maaien en een gevarieerde leefomgeving met verschillende overgangen zijn voor de soort belangrijk. Als het goed gaat met de argusvlinder, dan gaat het ook goed met het herstel van andere insecten die een hoge biodiversiteit willen in bloemen, kruiden en planten.
Belangrijke voorwaarden voor de argusvlinder
Voor de argusvlinder is het volgende belangrijk:
Verblijfplaatsen
De leefomgeving van de argusvlinder bestaat uit verschillende graslanden met kale grond langs slootkanten, wegen, dijken, heggen en bosranden. De half-volgroeide rups overwintert in dorre bladeren, takjes, stenen of struiken net iets boven de grond. De pop hangt vaak onder een blad van een waardplant, zoals grassen.
Voedsel
De argusvlinder voedt zich met nectar van verschillende soorten planten, zoals de braam, akkerdistel en rode klaver. Waardplanten voor de argusvlinder zijn grassen uit de familie Poaceae, zoals kweek, beemdgras en kropaar. De rupsen eten vooral ‘s nachts van de waardplanten en, als het niet te koud is, blijven ze de hele winter dooreten.
Veiligheid
Veilige leefomgevingen zijn onder andere kruidenrijke graslanden en bloemrijke bermen. Het verminderen van pesticidengebruik is erg belangrijk, ook het behoud van landschapselementen zoals houtwallen. Samenwerking tussen natuurbeschermers, boeren en beleidsmakers is van belang voor duurzaam landgebruik en het verminderen van versnippering van leefgebieden. Rupsen blijven actief tijdens de winter en verpoppen aan de onderkant van een blad van de waardplant. Het is daarom belangrijk dat er in de winter gras- en kruidenrijke planten blijven staan.
Verbinding
De argusvlinder is een vlinder die veel zwerft. De soort is daarom niet afhankelijk van verbindende landschapselementen.
Voortplanting
Mannetjes zijn territoriaal en verdedigen hun gebied tegen rivalen. Eitjes worden afgezet op waardplanten, bij voorkeur op warme, beschutte plekken. De argusvlinder kent twee (soms drie) generaties. Ze zijn actief van begin mei tot half juni (eerste) en van eind juli tot eind augustus (tweede), soms ook nog van half september tot begin oktober (derde).
Wat kunt u doen?
U kunt het volgende doen om het leefgebied van de argusvlinder te behouden en te versterken:
Beheer van de leefomgeving
Laat bladeren en snoeiafval liggen. Deze bieden belangrijke overwinteringsplekken voor de rupsen van de argusvlinder. Ruim geen uitgebloeide planten op: laat uitgebloeide planten staan, omdat de rupsen van de argusvlinder hierin overwinteren.
Beschikbaarheid van waardplanten
Argusvlinders komen af op 'waardplanten', zoals kweek, beemdgras en kropaar.
Monitoring
Monitor de argusvlinderpopulaties. Verzamelde gegevens over de verspreiding van de argusvlinder helpen om de soort te beschermen. U kunt de vlinders registreren in een app zoals Obsidentify.