Dotterbloem (Caltha palustris)
De gewone dotterbloem is een bijzondere en oer-Hollandse plant. In het voorjaar geven de planten een gouden rand aan de vochtige oevers van de wateren in de laagveengebieden. Helaas wordt het voortbestaan van de soort bedreigd door vermesting, ontwatering en een slechte waterkwaliteit. En dat terwijl de dotterbloem door het leven gaat als betrouwbare indicator voor natuurvriendelijke oevers en zuurstofrijk water. Laten we vriendelijk blijven voor dit enthousiaste symbool van biodiversiteit.
Belangrijke voorwaarden voor de dotterbloem
Voor de dotterbloem is het volgende belangrijk:
Verblijfplaatsen (groeiplaats)
De groeiplaats van de gewone dotterbloem is op vochtige bodems. Denk aan slootkanten, oeverzones en in moeras- en rietlanden. Het aangrenzende water moet veel zuurstof bevatten en zoet zijn, niet zilt of brak. Ook is de dotterbloem vaak te gezien in afwateringsgreppels van graslanden.
Voedsel
De gewone dotterbloem staat graag op natte standplaatsen die matig tot voedselrijk zijn. De bloemknoppen werden vroeger op zuur gezet en gegeten als kappertjes. Let op: de plant zelf is giftig.
Veiligheid
De dotterbloem is veilig als de bodem constant vochtig blijft en er zo min mogelijk mest is. De dotterbloem biedt veiligheid aan andere soorten, zoals insecten en kleine dieren. De bloemen trekken insecten aan voor voedsel, terwijl de dichte beplanting beschutting biedt voor amfibieën en jonge vogels. Dat zorgt weer voor de biodiversiteit en een gezonde leefomgeving.
Verbinding
De zaden van de plant worden drijvend door de stroming verspreid naar nieuwe groeiplaatsen. Hoe meer geschikte groeiplaatsen verbonden zijn via watergangen (zoals sloten), hoe beter de soort zich dus kan verspreiden.
Voortplanting
Afhankelijk van het weer bloeit de dotterbloem vanaf begin maart, in zachte winters soms al eerder. Ook heeft de dotterbloem vaak een nabloei in augustus - november. Het is een overblijvende plant die meerdere jaren tot bloei kan komen. Na de bloei heeft de plant bruine vruchten met zaden. Deze zaden zijn aan de buitenkant slijmerig en blijven drijven. Zo spoelen deze gemakkelijk met de stroming mee en kan de plant zich over een groter gebied voortplanten.