Rosse metselbij (Osmia bicornis)

Wie waarde hecht aan voldoende bloemen die van nature in Nederland voorkomen in de lente en in de zomer, zorgt goed voor de rosse metselbij.

De rosse metselbij is een wilde bij en een kei in het ‘metselen’ van nestholletjes (broedcellen). Als een van de weinige bijen maakt hij dankbaar gebruik van de insectenhotels. Van maart tot juni vliegt hij rond en zo speelt hij een belangrijke rol in het bestuiven van verschillende plantensoorten. Wie waarde hecht aan voldoende bloemen die van nature in Nederland voorkomen in de lente en in de zomer, zorgt goed voor de rosse metselbij.

Belangrijke voorwaarden voor de rosse metselbij

Voor de rosse metselbij is het volgende belangrijk:

Verblijfplaatsen

De vrouwtjes maken van april tot begin juni nesten in verschillende soorten holletjes. Deze smeren ze af met modder van leem of vochtig zand. Ze nestelen het vaakst in oude kevergangen van 4 tot 8 mm doorsnee (voorkeur 6 mm). Ook accepteren ze bamboestokken, oude muren of rietstengels. Daarom verblijft deze soort als een van de weinigen in insectenhotels waar je zijn metselwerk kunt bekijken.

Voedsel

De rosse metselbij verzamelt stuifmeel van veel verschillende plantensoorten. Hoewel de soort niet erg kieskeurig is, zijn vooral vroegbloeiende (maart/april), vaste planten in trek. Bijvoorbeeld longkruid, aalbes en kruisbes, maar we zien de soort ook veel op andere planten, bloemen en struiken.

Veiligheid

Voor een veilige omgeving is het gebruik van gifstoffen voor de rosse metselbij heel schadelijk. Wie bijenhotels wil plaatsen voor de rosse metselbij, moet deze beschermen tegen natuurlijke vijanden en parasieten.

Verbinding

De rosse metselbij vliegt van begin maart tot eind juni. De soort vliegt vroeg in het jaar op diverse kruiden, struiken en bomen en is tot op 1.300 meter van de nestplaats gezien. Gemiddeld blijft de bij binnen honderd meter. Door het aanleggen van bloemrijke gebieden langs watergangen en dijken kunnen we verbindingen tussen leefgebieden maken. Deze zones, bestaande uit bloeiende planten en struiken die van nature in Nederland voorkomen, werken als ‘nectarstrook’ die verschillende leefgebieden met elkaar verbinden. Dit maakt het voor de rosse metselbijen makkelijker om van het ene gebied naar het andere te vliegen, waardoor ze hun leefgebieden vergroten en beter met elkaar verbinden.

Voortplanting

In maart wordt de rosse metselbij actief en gaan de vrouwtjes na de paring op zoek naar een nestholte. Vervolgens verzamelt ze een nectar en stuifmeel. Dit brengt ze naar het nest totdat de cel genoeg voedsel bevat. Dan legt ze het ei tegen het voedsel aan en bouwt ze een tussenwand van leem of modder. Deze cyclus herhaalt ze totdat ze bij de nestuitgang komt. Dan metselt ze de nestgang volledig dicht met leemachtig modder. Twee dagen nadat het ei gelegd is, komt het uit en eet de larve het voedsel in de broedcel op. De larve ontwikkelt zich in vijf weken en spint daarna een cocon om zich te verpoppen. Pas na de winter vliegen ze uit.

Wat kunt u doen?

U kunt het volgende doen om het leefgebied van de rosse metselbij te behouden en te versterken:

Zorg voor plekken om voort te planten

Maak een bijenheuvel door een hoop zand aan te leggen waarbij de zuidhelling zo steil mogelijk is. Zorg voor half ingegraven boomstammen of stukken hout en voor zonnige, beschutte plekken waar wilde bijen kunnen nestelen. Waar een bijenheuvel niet mogelijk is, kun je insectenhotels plaatsen op locaties waar bijen beschutting en nestgelegenheid kunnen vinden. Om een bijenhotel te beschermen tegen vijanden, kun je fijnmazig gaas plaatsen om vogels te weren en het hotel op een beschutte plek hangen, veilig voor roofdieren. Zorg voor een mix van gangen met verschillende diameters om het risico te spreiden en maak het bijenhotel jaarlijks schoon om parasieten te voorkomen.

Omvormen van openbaar groen

Vervang uitheemse planten (planten die niet van nature in Nederland voorkomen) door inheemse bloeiende soorten (planten die van nature in Nederland voorkomen) om meer voedsel voor bijen te creëren. Denk aan gewone smeerwortel, veldsalie en klimop. Heb je een groter stuk gras? Probeer het grasland dan op verschillende momenten te maaien, zodat er altijd bloemen in bloei staan en er schuilplekken zijn.

Monitoring van bijenpopulaties

Doe mee aan de Nationale Bijentelling en/of registreer bijen in een app zoals Obsidentify. Hiermee helpt u het onderzoek naar de bijenstand.