Snoek (Esox lucius)
De snoek is een heel belangrijke speler in het ecosysteem. Met zijn gevarieerde dieet van vissen, kikkers, rivierkreeften en soms een vogeltje, houdt de snoek het evenwicht in stand. Voor hem zijn plantenrijk en helder water en verschillende diepe en ondiepe plaatsen belangrijk. Zo kunnen wij blijven genieten van de snoek: het symbool voor een ecologisch gezond en gevarieerd zoetwatermilieu.
Belangrijke voorwaarden voor de snoek
Voor de snoek is het volgende belangrijk:
Verblijfplaatsen
De snoek is goed gecamoufleerd en kan zich verschuilen tussen onderwater- en oeverplanten. Wanneer deze afwezig zijn, gebruikt een jonge snoek drijfbladplanten, zoals waterlelie en gele plomp. De schuilmogelijkheden zijn vooral voor jonge snoeken belangrijk. Grotere snoeken maken er ook gebruik van om op een prooi te kunnen jagen. De vis komt voor in sloten, boezems en polderweteringen, maar ook in rustige rivieren en meren zonder sterke stroming.
Voedsel
De snoek is een roofvis en eet andere vissen. Hij kan in één dag tot 30% van zijn lichaamsgewicht eten. Ze hebben een gevarieerd menu van vissen, rivierkreeften, amfibieën en zelf vogels en knaagdieren. Ze eten zelfs weleens hun eigen soort op!
Veiligheid
De snoek heeft schoon, zuurstofrijk water nodig om te overleven en beschutting zoals waterplanten om zich te verbergen. Voor de voortplanting zijn rustige, ondiepe wateren nodig met veel planten, waar ze de eitjes veilig kunnen afzetten. Een gezonde leefomgeving met voldoende schuilplaatsen en voedsel is heel belangrijk voor de veiligheid van de snoek.
Verbinding
Het verbinden van wateren maakt de leefgebieden groter en daarmee een grotere variatie aan biotopen. De snoek stelt namelijk ‘s winters andere eisen aan zijn leefomgeving dan ‘s zomers. Het is daarom van belang om versnippering tegen te gaan en waterpeilen, vooral in polders, gelijk af te stellen.
Voortplanting
Wanneer de voortplanting begint, is afhankelijk van de watertemperatuur, de aanwezigheid van planten en waarschijnlijk het toenemen van het aantal lichturen. Vanaf een watertemperatuur van zo’n drie graden wordt gepaaid in ondieper water. Als dit er niet is, gaat de snoek op zoek naar een geschikt paaigebied en doet dan dus ook aan paaimigratie. In mei eindigt de paaitijd. Het vrouwtje legt de eitjes op waterplanten aan oeverranden of ondergelopen weiland.

Snoeken komen jaarlijks naar het het Berg en Broekpark om zich daar voort te planten. Aflevering 5 van de serie 'Droge Voeten Natte Voeten' gaat hierover.