Vier typen leefgebieden

We onderscheiden binnen ons werkgebied vier typen leefgebieden. Op deze pagina leest u hier meer over.

Dijken & bermen

Icoonsoorten: rietorchis, knoopkruid, muurpeper, argusvlinder, rosse metselbij, ijsvogel, meervleermuis, otter, paling.

'Het groene lint' is een combinatie van natuurtypen. We zien er de wegbermen (Krimpenerwaard), de dijken en bebouwing met tuinen die aansluiten op het omliggende landschap. Zoogdieren als de hermelijn of de wezel, maar ook vlinders, libellen en bijen trekken vanaf hier veel naar andere gebieden. Er zijn verschillende soorten planten, door de verschillende droge en natte plekken (rietorchis, margriet en knoopkruid). Bloeiende planten trekken verschillende soorten bijen, hommels, libellen en vlinders (argusvlinder) aan.

Boezems, sloten & oevers

Icoonsoorten: rietorchis, dotterbloem, krabbenscheer, roerdomp, ijsvogel, meervleermuis, otter, snoek, paling.

De polders met veen en klei hebben veel sloten en oevers. Ze liggen in een open landschap met hier en daar kleine stukjes natuur, zoals bomen of struiken. Trekvissen als de paling en het driedoornig stekelbaarsje gebruiken het water. Langs het water zijn natte oeverplekken met riet, lisdodde en kattenstaart. Roofvogels en vleermuizen gebruiken planten die omhoog groeien, zoals de knotwilg en zwarte els langs het water. Helder en plantenrijk water met natuurlijke oevers zorgt voor een aantrekkelijk leefgebied voor veel soorten vis (snoek, bittervoorn en brasem), zoogdieren (waterspitsmuis, bever), vogels (ijsvogel, stern, visdiefje en meerkoet), amfibieën, libellen en andere soorten insecten.

Plassen & natte natuur

Icoonsoorten: krabbenscheer, dotterbloem, roerdomp, meervleermuis, otter, snoek, paling.

Grotere waterpartijen en plas/drasgebieden met natuurlijke oevers en paaiplekken voor bijvoorbeeld snoek. De waterrijke plekken zijn het leefgebied voor veel verschillende soorten water- en oeverplanten (gele plomp, waterlelie, rietorchis, fonteinkruiden, kranswieren, gele lis en egelskop). Het water en de bredere rietkragen zijn een plek voor vele vogels (ijsvogel, zwarte stern, meerkoet en rietvogels zoals karekiet en roerdomp). Verschillende waterjuffers en libellen, maar ook de water- en meervleermuis zijn afhankelijk van de waterrijke gebieden. Tenslotte vinden ook amfibieën (bruine kikker, heikikker) en reptielen (ringslang) hier een plekje. De natte natuurgebieden bieden een uitstekend leefgebied voor weidevogels zoals de grutto en de kievit.

Gebouwen & eigen terreinen

Icoonsoorten: knoopkruid, muurpeper, argusvlinder, rosse metselbij, huismus, egel.

We hebben vaak ruime terreinen rondom onze gemalen en afvalwaterzuiveringen. Soorten zoals de egel, de huismus en een variatie aan plantensoorten voelt zich hier prima thuis. Stukken groen, zoals heggen en inheemse bomen, kruidenrijk grasland, natuurlijke oevers en poelen zijn een aantrekkelijk leefgebied voor vogels, insecten, vleermuizen en kleine zoogdieren zoals de egel.