Planten en dieren waar u rekening mee moet houden

Bij het onderhoud moet u rekening houden met de regels van de Wet Natuurbescherming.

Bij het uitvoeren van onderhoud is de Wet Natuurbescherming van toepassing om planten, dieren en hun leefomgeving te beschermen. Iedereen moet zich aan de Wet Natuurbescherming houden.

Onderstaande diersoorten zijn beschermde diersoorten:

Ring­slang

  • Niet-giftige slang, opvallend gele vlek achter de kop. Lengte max 1.20 meter
  • Vanaf eind maart (voortplanting) tot oktober in en nabij water
  • Eieren in composthopen, rottend riet en aangelegde broeihopen
  • Ringslangen liggen vaak ‘zonnend’ op kale plekjes op flauwe oevers
  • Overwintert tussen struiken, in takkenhopen, in muizenholen etc.

Rug­streep­pad

  • Kleine bruin, grijs of groenige pad met opvallend lichte streep op rug
  • Ondiepe sloten/greppels en plassen met weinig schaduw en lage vegetatie
  • Voortplanting vanaf begin april tot september in ondiep water
  • Opvallende roep, vooral op warme nachten in het voorjaar en zomer
  • Overwintert onder stenen en houten platen, in muizenholen etc.

Hei­kik­ker

  • Klein, bruin met lichte streep over de rug (loopt door tot tussen de ogen)
  • Actieve periode vanaf februari bij dagtemperatuur groter dan 9°C en watertemperatuur groter dan 4°C
  • Vanaf november op droge vorstvrije plekjes in bosjes (overwintering)
  • Kleine geïsoleerde watertjes met natuurlijke oevers nabij griendbosjes

Plat­te schijf­ho­ren

  • Onopvallend en zeer klein ( +/- halve centimeter). Flinterdun
  • Ondiep helder water met ondergedoken waterplanten, zonder schaduw
  • Minst kwetsbare periode voor werkzaamheden is oktober-december
  • Bij baggerwerkzaamheden gefaseerd werken (25% van de bodem sparen)

Grote mod­der­krui­per

  • Opvallende vis, langgerekt met afgeplatte staart, +/- 25 centimeter lang
  • Leeft in ondiep water tussen planten en in modderlaag (10-30 centimeter)
  • Voortplanting van april tot juni in ondiep water met waterplanten
  • Kan overleven in modderbodem van tijdelijk drooggevallen sloot
  • Opvallende vis, langgerekt met afgeplatte staart, +/- 25 centimeter lang

Wa­ter­spits­muis

  • Grote spitsmuis, meestal glanzend zwart vacht met witte buik
  • Langs schoon, niet te voedselrijk en helder water met behoorlijk ontwikkelde watervegetatie en ruig begroeide oevers
  • Voorkeur voor ‘plas-dras’, bloemrijke weilanden en hakhoutbosjes
  • Gehele jaar actief, voortplanting april/mei-september

Kam­sa­la­man­der

  • Groot (tot 18 centimeter). Mannetjes in voorjaar met opvallende rugkam
  • In water van februari tot september (voortplanting), daarna op land
  • Stilstaand water met beschaduwde plekken en veel waterplanten
  • Struikgewas, ruig grasland en/of bosrijk gebied in de buurt van water

Oe­ver­zwa­luw

  • Klein, snel en wendbaar vogeltje. Bovenkant bruin, witte borst en buik
  • Graaft nestpijpen in steile wanden, vaak in kolonies
    - van nature langs oevers van grotere watergangen
    - tegenwoordig vooral op bouwlocaties en bij gronddepots
  • Vanaf april in Nederland
  • Rondvliegende oeverzwaluwen in het voorjaar en zomer? Mogelijk een kolonie in de buurt!

Sier­lij­ke witsnuif­li­bel

  • Forse libel, mannetjes met opvallend lichtblauw achterlijf
  • Beschutte oeverzones langs rustig water met waterlelie en gele plomp
  • Eitjes in het water tussen ondergedoken waterplanten
  • Vliegperiode half mei tot eind juli

Ge­vlek­te witsnuif­li­bel

  • Forse libel, mannetjes roodbruin met gele vlekje op het lichaam
  • Heldere sloten en plassen, met veel water- en oeverplanten
  • Eitjes en larven in het water tussen de planten langs de oever (‘plas-dras’)
  • Vliegperiode van eind april tot begin juni

Groe­ne gla­zen­ma­ker

  • Grote libel met groen lichaam zonder zwarte strepen en blauw achterlijf
  • Stilstaand helder water met Krabbenscheer
  • Eitjes en larven alleen te vinden bij Krabbenscheer
  • Grote libel met groen lichaam zonder zwarte strepen en blauw achterlijf

IJs­vo­gel

  • Langzaam stromend of stilstaand visrijk en helder water omringd door enkele bomen of struiken: meren, oevers, parken, plassen, ruigte.
  • Broedperiode vanaf februari/maart tot eind augustus
  • Graaft nestpijp van 0,5 meter in steile oevers of wortels van bomen
  • Een wegvliegende ijsvogel tussen maart en augustus? Mogelijk een nest in de buurt