Veel gestelde vragen over baggeren
Bagger is een laag modder of slib op de bodem van sloten. Bagger bestaat uit plantenresten (bijvoorbeeld ingewaaide boombladeren en waterplanten) en klei- en zanddeeltjes die de sloot in waaien.
Baggeren is het verwijderen van een laag modder of slib uit een sloot.
Het kan zijn dat een sloot niet meer diep genoeg is door de bagger. U moet dan de bagger, uit de sloot verwijderen. Als uw buren verantwoordelijk zijn voor dezelfde sloot, kunt u het beste samen de sloot baggeren.
Wanneer er veel bagger op de bodem van een sloot ligt, kan dit de doorstroming van het water verminderen. Daarnaast is het voor gezond water belangrijk dat er zo min mogelijk bagger in de sloot ligt.
U moet baggeren als een sloot niet de minimaal waterdiepte heeft. In de Krimpenerwaard moet de minimale waterdiepte 50 centimeter zijn en in het gebied van Schieland 40 centimeter.
De gemeten waterdiepte vergelijken wij met het schouwpeil. Het schouwpeil is meestal gelijk aan het waterpeil in uw sloot. Als uw sloot in een peilgebied ligt met een flexibel peil dan is het laagste peil het schouwpeil.
Op de pagina Peilbesluiten Schieland en de Krimpenerwaard | Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard kiest u het peilbesluit dat geldt voor uw sloot en kunt u de kaart met het schouwpeil downloaden.
Wij adviseren 10 tot 20 centimeter dieper te baggeren als dat kan. Dan hoeft u volgend jaar niet weer te baggeren.
De beste periode om te baggeren is van 15 juli tot 1 november.
Het is mogelijk om het buiten deze periode te doen, maar u moet dan wel extra aandacht hebben voor de aanwezigheid van planten en dieren.
Zorg dat de natuur (planten en dieren) geen schade krijgt door de baggerwerkzaamheden. Dit geldt het hele jaar, maar in het broedseizoen moeten mogelijk extra maatregelen worden genomen. Bij het baggeren geldt de Wet Natuurbescherming.
Het is belangrijk dat u de hele sloot baggert. Als u de sloot voor de helft uitbaggert, stroomt de achtergebleven slappe bagger terug naar de uitgebaggerde sloothelft. In veel gevallen is de sloot dan nog steeds niet diep genoeg. Daarom is het belangrijk om samen te werken en gezamenlijk de sloot (laten) uitbaggeren.
U kunt de baggerlaag opmeten met een peilstok, een meetlat, de achterkant van een bezem of een hark.
Om te bepalen hoeveel bagger er in de sloot zit, meet u eerst de diepte van het water. Dit is vanaf het wateroppervlak tot de bovenkant van de baggerlaag. U meet dit zoveel mogelijk in het midden van de sloot. Om de baggerlaag daarna op te meten, drukt u de peilstok/meetlat door tot de vaste, harde bodem. Dit is de natuurlijke ondergrond van de sloot. Het verschil tussen de twee metingen is de dikte van de baggerlaag.
Greppels hoeft u niet te baggeren. Deze moeten alleen regelmatig worden uitgegraven, zodat ze niet dicht groeien of verdwijnen.
In de bagger kan zwerfvuil terecht zijn gekomen. Daarnaast kan de bagger ook verontreinigd zijn met bijvoorbeeld zware metalen als koper, lood, zink of bestrijdingsmiddelen. Als u denkt dat de bagger in de sloot is verontreinigd, moet u de bagger laten onderzoeken. Als uit onderzoek blijkt dat sprake is van verontreinigde bagger mag u deze niet op de kant leggen. De bagger moet dan naar een goedgekeurde verwerker. Als het waarschijnlijk is dat u niet verantwoordelijk bent voor de vervuiling van de bagger of als dat niet is na te gaan, betaalt het hoogheemraadschap de afvoerkosten. Dit geldt alleen voor niet-overheden.
Bij de schouw buitengewoon onderhoud – ook wel baggerschouw genoemd - wordt de diepte van de sloot gecontroleerd.
Wanneer er te veel bagger in de sloot zit, kan er te weinig water worden aan- en afgevoerd en dit is ook niet goed voor de waterkwaliteit in de sloot.
De controle van de waterdiepte in sloten hangt af van de onderhoudssituatie van een sloot en het gebied waar een sloot in ligt. Elk jaar is een ander gebied aan de beurt.
Wanneer u de sloot moet onderhouden in het gebied dat dat jaar aan de beurt is, krijgt u een brief met een aankondiging van de waterdieptemetingen die wij laten doen.
Wanneer wij na deze metingen zien dat de waterdiepte niet voldoende is, dan ontvangt u daar een brief over.
De schouw buitengewoon onderhoud is elk voorjaar in de periode maart - april.
In de Krimpenerwaard moet de minimale waterdiepte 50 centimeter zijn en in het gebied van Schieland is dat 40 centimeter waterdiepte. De gemeten waterdiepte vergelijken wij met het schouwpeil. Het schouwpeil is meestal gelijk aan het waterpeil in uw sloot. Als uw sloot in een peilgebied ligt met een flexibel peil dan is het laagste peil het schouwpeil.
Op de pagina Peilbesluiten Schieland en de Krimpenerwaard | Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard kiest u het peilbesluit dat geldt voor uw sloot en kunt u de kaart met het schouwpeil downloaden.