Vragen en antwoorden over het Middengebied Zuidplaspolder
Klimaatadaptief bouwen vergroot de veiligheid, leefbaarheid, leefkwaliteit en de duurzaamheid voor nu en voor latere generaties. Het ontwerpen en bouwen volgens deze gedeelde ambitie vraagt een extra investering aan de voorkant, maar voorkomt structurele meerkosten en afwenteling op toekomstige generaties, andere gebieden, functies of van privaat naar publiek. Daarnaast vermindert dit de, door de klimaatverandering toenemende, risico’s op grote schade en kosten flink in de verdere toekomst en draagt het bij aan de bredere maatschappelijke welvaart.
Bouwen in de Zuidplaspolder brengt stevige uitdagingen met zich mee. Het watersysteem in dit gebied, gelegen in de diepste polder van Nederland, is ingewikkeld en de ondergrond is divers van opbouw. Het gebied heeft daarnaast te maken met kwelwater (grondwater dat onder druk aan de oppervlakte uit de bodem komt) dat een slechte invloed heeft op de waterkwaliteit. Ook moet rekening worden gehouden met klimaatverandering. Het effect van de klimaatverandering wordt groter bij bebouwing van het gebied. Hierbij ontstaan ook belangrijke vragen over duurzaamheid, zoetwaterbeschikbaarheid, waterkwaliteit, bodemdaling en waterbeheer.
Wanneer niet wordt voldaan aan onze voorwaarden, dan kan dit onder andere het volgende betekenen:
- De kans op wateroverlast neemt toe, wanneer het Nieuwste Dorp niet voldoende regenwater kan opvangen en dit naar de omgeving wordt afgewenteld.
- Als vaker wordt afgevoerd via de Vierde Tocht, vindt een verslechtering plaats van de waterkwaliteit (Groene Waterparel).
- Als de eerste verdieping niet hoog genoeg boven NAP ligt, kan het zijn dat mensen niet kunnen schuilen op de eerste verdieping wanneer er een overstroming plaatsvindt.
- Zonder rekening te houden met een circulaire waterketen draagt het dorp niet bij aan duurzaam drinkwatergebruik, grondstof- en energieterugwinning en een verbetering van de zuivering van afvalwaterstromen.
Wanneer niet aan onze voorwaarden wordt voldaan, zijn er bij bepaalde rampen (dijkdoorbraak en falen van Hollandse IJsselkering) minder locaties om te schuilen.
Bij de uitvoering van de plannen moet de gemeente zorgdragen voor het voorkomen van bodemdaling door het vaststellen van een restzettingseis. Bij het bouwrijp maken van de grond wordt hier rekening mee gehouden. Het waterschap toetst voor haar eigen kunstwerken (dit zijn waterbouwkundige constructies in, op en langs de kanalen, rivieren, beken en sloten) of er maatregelen zijn getroffen om bodemdaling en daarmee verzakking van kunstwerken te voorkomen.
De gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van het bestemmingsplan. Het waterschap toetst de werkzaamheden op de voor het watersysteem opgestelde uitgangspunten en randvoorwaarden bij de aanvragen van vergunningen voor de werkzaamheden. Na vergunningverlening houdt het waterschap toezicht op de uitvoering.
Nee. Waterveiligheid is randvoorwaardelijk voor de ontwikkeling in het middengebied maar niet het enige thema om een robuust en toekomstbestendig watersysteem in het middengebied te realiseren. We hebben voorwaarden opgesteld die bijdragen aan de bescherming tegen piekbuien (wateroverlast), het behoud van de waterkwaliteit, het omgaan met droogte, de besparing van drinkwater, duurzame afvalwaterzuivering, de toename van biodiversiteit en het voorkomen van kwel en zetting. In samenhang staan deze voorwaarden garant voor een ‘robuust watersysteem’.
De ambitie van de gemeente Zuidplas en haar samenwerkende partners is om van het Nieuwste Dorp hét klimaatdorp van de 21e eeuw te maken. De ontwikkeling van het gebied is wat ons betreft een landelijk voorbeeldproject voor klimaatadaptieve gebiedsontwikkeling, met water en bodem als sturende principes. Als waterschap koppelen we voorwaarden aan deze ambitie. De verantwoordelijkheid voor de doorrekening hiervan op financieel vlak, ligt bij de gemeente Zuidplas. Wij realiseren ons dat striktere voorwaarden aan de voorkant een extra investering vragen. Hiermee voorkom je wel risico’s, schade en grotere kosten in de toekomst wat een positief effect heeft voor de financiële waarde van het gebied. Dit is een gedeelde verantwoordelijkheid, ook het Rijk speelt hierin een rol.
Door intensief betrokken te zijn bij de ontwikkeling van het Middengebied, zullen we in elke fase in gesprek gaan met de gemeente over wat al moet worden vastgelegd en wat nog tot op een later moment kan wachten.
Besparing van (onderhouds)kosten is niet onze motivatie. De voorwaarden die wij stellen zijn een vertaling van de gezamenlijke ambitie die de gemeente Zuidplas, de provincie Zuid-Holland en het hoogheemraadschap gezamenlijk hebben vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst. We streven gezamenlijk naar een veilige, leefbare en toekomstbestendige woon-, werk- en leefomgeving, nu én over 100 jaar. Zoals minister mark Harbers in de kamerbrief water en bodem sturend aangaf, moeten we voorkomen dat we problemen afwentelen op toekomstige generaties, naar andere gebieden of functies en van privaat naar publiek. De effecten van klimaatverandering zijn steeds meer merkbaar en we achten het noodzakelijk om deze voorwaarden te stellen.
We willen graag kosten in de toekomst voorkomen. Wij denken dan vooral aan het voorkomen van de zeer hoge economische schade die bijvoorbeeld een clusterbui op het gebied kan veroorzaken. Dit nog bovenop de maatschappelijke schade die dit met zich mee zal brengen. Denk bijvoorbeeld ook aan de kosten die andere gebeurtenissen, zoals een overstroming en verslechtering van de waterkwaliteit met zich meebrengen.
Meerdere van onze voorwaarden zijn bovendien voortgekomen uit wettelijke kaders. Denk aan het Convenant Klimaatadaptief Bouwen (onze voorwaarde t.b.v. de restzettingseis), de Kaderrichtlijn Water (onze voorwaarden t.b.v. de waterkwaliteit) en de landelijke maatlat voor een groene, klimaatadaptieve gebouwde omgeving.
Door vereenvoudiging van het watersysteem zal ons waterschap (en daarmee de inwoners en bedrijven) mogelijk ook kosten besparen, maar dit is niet de insteek waarmee we tot deze voorwaarden zijn gekomen. Onze werkwijze is het vertalen van onze gemeenschappelijke ambities en wettelijke kaders naar voorwaarden die (volgens de huidige kennis) zorgen dat ook de generaties na ons nog veilig en prettig in het gebied kunnen wonen, werken en recreëren. Dit doen we met een team van betrokken experts op het gebied van o.a. hydrologie, ecologie, dijken, en watermanagement en met gebruik van alle (wetenschappelijke) kennis die we voorhanden hebben.
Ja. Als bevoegd gezag kan het hoogheemraadschap gemotiveerd een watervergunning weigeren. Bij de toetsing van aanvragen voor een omgevingsvergunning hanteert het hoogheemraadschap een eigen waterstaatkundig toetsingskader voor het aspect water. Dit staat in artikel 1.12 van de Waterschapsverordening (WSV) van HHSK. We toetsen of vergunningaanvragen voldoen aan de waterstaatkundige doelstellingen en belangen die zijn vastgelegd in deze verordening. Als er vanuit waterstaatkundige perspectief redenen zijn om de vergunning niet te verlenen, kunnen we de aanvraag weigeren.
et bestemmingsplan voor het middengebied-1 biedt ruimte om na verder onderzoek of bij een volgende fase invulling te geven aan aanvullende ambities. Dit geldt niet voor de (onderling samenhangende) hoogte van het vloerpeil en de flexibele bandbreedte voor het waterpeil. Deze twee voorwaarden moeten worden vastgelegd voor aanvang van het bouwrijp maken van de gronden en kunnen niet achteraf worden bijgesteld. De geboden ruimte in het bestemmingsplan kan wel worden ingezet voor andere maatregelen bijvoorbeeld het omleggen van de Vierde Tocht om de waterkwaliteit in het dorp te borgen.
Als waterschap kijken wij bij een woningbouwontwikkeling ver vooruit, minstens naar het jaar 2100, omdat een woonwijk vaak langer dan 100 jaar blijft staan. Dit vinden wij noodzakelijk, omdat ook volgende generaties nog veilig moeten kunnen wonen in het gebied. Een gemiddeld huis staat op dit moment zelfs 120 jaar. Wij gaan uit van een scenario waarin sprake is van 1,5 meter zeespiegelstijging. Dit lijkt, gezien de scenario’s die steeds naar boven worden bijgesteld, geen onrealistisch uitgangspunt.
Als waterschap gaan wij uit van de meest extreme situatie die zich kan voordoen. Dit is een situatie waarin de dijk tussen het Middengebied en de Hollandsche IJssel doorbreekt in combinatie met een zeespiegelstijging van 1,5 meter en een niet gesloten Algerakering. In dat geval vinden wij het belangrijk dat mensen op de eerste verdieping van hun huis droge voeten behouden en zodoende veilig kunnen schuilen.
De neerslag en verdamping zijn door het jaar heen niet in balans. Daarnaast worden de effecten van klimaatverandering steeds groter en onvoorspelbaarder. Zo worden regenbuien steeds heviger en komen deze in de toekomst vaker voor. Ook komt droogte vaker voor en worden de droge periodes langer. Het watersysteem moet het grootste deel van deze extremen opvangen. Een belangrijke maatregel om dit bereiken is het realiseren van een zo groot mogelijke peilfluctuatie. In principe geldt daarbij de stelregel: hoe groter de bandbreedte, hoe minder water af- en aangevoerd hoeft te worden. Afhankelijk van de ruimtelijke invulling (taludshelling, wateroppervlakten, overloopgebieden, etc.) kunnen aan- en afvoer dan nog iets toe- of afnemen.
Flexibel peil bij de ontwikkeling van gebieden
Bij ontwikkeling van gebieden moet hier rekening mee worden gehouden. Dit kan door regenwater zoveel mogelijk vast te houden tijdens natte periodes om dit water te kunnen gebruiken tijdens droge periodes (dit vraagt bijvoorbeeld een flexibele bandbreedte in peilbeheer). Dit zorgt ervoor dat zo min mogelijk zoet water (van buiten het gebied) hoeft te worden aangevoerd tijdens droge periodes. Bij een bandbreedte van 50 cm is dit jaarlijks een reductie van 34%. Dit is belangrijk, want de beschikbaarheid van zoet water in droge periodes wordt steeds minder vanzelfsprekend. Minder aanvoeren van water van buitenaf zorgt ook voor een verbetering van de waterkwaliteit en heeft een positief effect op de ecologie. Als laatste zorgt een flexibel peil ervoor dat er meer flexibiliteit in het watersysteem om ruimte voor aanpassingen te creëren. Ervaring in andere ontwikkelingen in de Zuidplaspolder, zoals Westergouwe en Glasparel+, heeft ons geleerd dat we in de praktijk vaak aanpassingen moeten maken die vooraf niet zijn voorzien op de tekentafel.
Met een bandbreedte van 0,5 meter (50 cm) voor het middengebied wordt invulling gegeven aan de nieuwste klimaatinzichten (KNMI, 2023). Deze maatregel zorgt ervoor dat het watersysteem beter bestand is om extremen op te vangen zoals hevige regenbuien en perioden van droogte zoals hierboven omschreven (link naar vraag en antwoord hierboven Daarnaast geeft deze maatregel invulling aan de eisen uit de kaderrichtlijn Water (KRW). Verder sluit deze maatregel aan bij de landelijke oproep om meer regenwater vast te houden met het oog op langdurige droogte in combinatie met lage rivierafvoeren.
In het bestemmingsplan worden mogelijke functieveranderingen vastgesteld. Hier gaat de gemeente over, niet het waterschap. Het bestemmingsplan schetst het eindplaatje voor het ontwikkelgebied. Mocht er sprake zijn van een functieverandering, dan zal eerst de inrichting worden aangepast, voordat de waterpeilen worden verhoogd. Dit is dus een gefaseerd proces.
Het hoogheemraadschap streeft naar een robuust en veerkrachtig watersysteem in het Nieuwste dorp. Voor ons is de combinatie van een flexibel peil van 0,50 meter en omlegging van de Vierde Tocht een noodzakelijke voorwaarde om de waterkwaliteit, voldoende schoonwater en een gezond ecosysteem te borgen in het gebied en te voldoen aan de KRW-doelstellingen.
Om tot een robuust watersysteem met een optimale waterkwaliteit te komen moet de bestaande Vierde Tocht onderdeel uitmaken van dezelfde waterstructuur als het dorp. Dit levert een eenvoudige aan- en afvoerstructuur op waarbij het dorp en energielandschap waterhuishoudkundig geïsoleerd zijn. Hiermee worden de voorwaarden geschept voor een optimale waterkwaliteit en maximaal waterbergend vermogen. Om de afvoer uit het noordelijk deel van de Zuidplaspolder te waarborgen wordt de afvoerende functie van de Vierde Tocht wordt omgelegd richting de Derde Tocht.
Voor de waterkwaliteit is het noodzakelijk om de nutriëntenbelasting op het oppervlaktewater van het Nieuwste dorp en energielandschap zo laag mogelijk te laten zijn. Een goede waterkwaliteit in de Vierde Tocht en het Nieuwste dorp levert ook minder risico’s op voor de Groene Waterparel. In alternatieven waarbij de Vierde Tocht op een lager peil staat dan het dorp wordt sterk ingeleverd op de systeemrobuustheid, beleving en het uitgangspunt om de eigen broek op te houden. Ook zijn er gevolgen voor de waterkwaliteit in het Energielandschap dat in deze variant verbonden is met de nutriëntrijke afvoer uit het noordelijk gebied. Om net als voor het dorp de afvoer te scheiden van het energielandschap zijn twee aanvullende automatische stuwen nodig. Ook zullen de beheer- en onderhoudskosten hoger zijn.
Bovenstaande is in lijn met het door Witteveen+Bos opgestelde waterstructuurplan (bijlage 23 bij het ontwerp bestemmingsplan) waarin het volgende wordt geadviseerd:
- De route voor de afvoer vanuit het noordwestelijk gebied omleiden langs het dorp/watertuinen met als belangrijkste reden dat dit ontwerp aanzienlijk beter scoort op de waterkwaliteit dan wanneer de afvoer via de Vierde Tocht loopt.
- Ook ligt de belasting significant lager dan in de andere variant, zelfs wanneer er rekening wordt gehouden met alle onzekerheden in de berekening.
- Afvoer via de Vierde Tocht leidt tot een structureel mindere waterkwaliteit. Het effect van de piekafvoer is continu.
HHSK onderzoekt momenteel op welke plek de omleiding het best kan aansluiten op de Derde Tocht.
Ja. In Westergouwe wordt een flexibel peil van 30 cm gehanteerd. Dit is vastgelegd in de watervergunning.
HHSK heeft als ambitie om in 2050 volledig circulair te zijn. Afvalwater is daarbij geen afval, maar een bron van grondstoffen (meststoffen, water, etc.) en energie. Dit gaat het beste als we zoveel mogelijk zorgen voor een andere manier van omgang met ‘afval’water, zoals scheiden, zuiveren en hergebruik. Dit doen we bijvoorbeeld al door regenwater niet meer in het riool terecht te laten komen bij verbouwing van gebieden en nieuwbouwprojecten.
Door bijvoorbeeld vacuümtoiletten te gebruiken is er tot 6x minder schoon drinkwater nodig om de wc door te spoelen. Door de stroom van het toilet vervolgens gescheiden te houden van water van onder andere de douche en wasmachine, kun je beide stromen veel efficiënter zuiveren en er eenvoudiger grondstoffen en energie uit halen. Door de stromen op locatie te zuiveren, bespaar je ook op energiekosten voor transport naar een afvalwaterzuivering. Ook kan het relatief schone water uit douche, wasmachine etc. eenvoudiger worden gebruikt in het gebied zelf. Bijvoorbeeld voor het besproeien van planten, zodat daar geen schoon drinkwater voor hoeft te worden gebruikt. Op deze manier verbinden we de waterketen met het watersysteem en kunnen we echt spreken van een circulaire keten.
We vinden dat in het vastgestelde bestemmingsplan onvoldoende rekening is gehouden met de uitdagingen voor het complexe watersysteem in dit gebied én de uitdagingen die klimaatveranderingen in de toekomst met zich meebrengen.
De toezeggingen die de gemeente heeft gedaan over het gezamenlijk opstellen van een integraal en toekomstbestendig waterhuishoudingsplan bieden voor ons nog onvoldoende zekerheid omdat nog niet duidelijk is hoe onze voorwaarden hierin worden meegenomen. Daarnaast is het proces om dit plan op te stellen nog niet opgestart. Normaliter wordt bij grote ontwikkelingen als deze voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan zo'n waterhuishoudingsplan opgesteld. Dat is hier dus niet het geval waardoor er nog veel onduidelijkheid is over hoe het eindplaatje voor het watersysteem eruit gaat zien.
Na een zorgvuldige afweging de afgelopen periode, hebben we daarom beroep ingediend bij de Raad van State tegen het bestemmingsplan.
Het is ongebruikelijk dat een waterschap in beroep gaat tegen een bestemmingsplan van een lokale overheid. Het heeft een sterke voorkeur om verschillen van inzicht bestuurlijk op te lossen om een beroepsgang te voorkomen. Helaas zijn we er, na langdurige inspanning aan beide zijden, nog niet uitgekomen. Aangezien we het heel belangrijk vinden dat het dorp voldoende klimaatbestendig wordt, voelden we ons genoodzaakt om in beroep te gaan. Hiermee beschermen we de belangen van de mensen die in de toekomst komen te wonen en werken in het gebied.
Er zijn andere voorbeelden bekend van situaties waarin waterschappen het niet eens waren met plannen voor woningbouw. In dit artikel van het Financieel Dagblad (betaald) worden voorbeelden genoemd. Het vermoeden is dat dit in de toekomst ook vaker gaat gebeuren op basis van het vastgestelde beleid dat water en bodem sturend moeten zijn bij gebiedsontwikkelingen.
Het kabinet heeft opgeroepen om water en bodem sturend te laten zijn bij beslissingen over de inrichting van ons land. De voorwaarden die HHSK heeft gesteld zijn hierop gebaseerd en op de gebiedsspecifieke uitdagingen die deze bouwlocatie met zich meebrengt.
Wij hebben beroep ingesteld, omdat het vastgestelde bestemmingsplan onvoldoende zorgt voor een goede en veilige waterhuishouding, nu en in de toekomst. Ook vinden we dat het bestemmingsplan onvoldoende recht doet aan wet- en regelgeving en beleid, waaronder de Wet ruimtelijke ordening, de Kaderrichtlijn Water, de Nationale Omgevingsvisie en de kamerbrieven over ‘Water en bodem sturend'.
Het hoogheemraadschap kan het beroep intrekken wanneer overeenstemming is bereikt over een veilige, leefbare en toekomstbestendige woon-, werk- en leefomgeving, vastgelegd in een integraal waterhuishoudingsplan dat de instemming heeft van het college van dijkgraaf en hoogheemraden.
Er is sprake van een wettelijke beroepstermijn van 6 weken na het vaststellen van het bestemmingsplan in de gemeenteraad. Het hoogheemraadschap heeft het beroep 1 dag het verlopen van deze termijn ingediend.
Het waterschap en de gemeente hebben dezelfde ambities. Bij het vertalen van de ambities naar planvorming en duidelijker worden van de bijbehorende kosten, heeft de gemeente een andere afweging gemaakt. We begrijpen dat het erg moeilijk is voor de gemeente om alle belangen tegen elkaar af te wegen en tegelijkertijd het budget te bewaken. Het waterschap is echter van mening dat water geen af te wegen belang is maar een fysiek gegeven dat als sturend principe voor de ruimtelijke ontwikkeling geldt.
- Het hoogheemraadschap is al betrokken vanaf de vroege planvorming.
- In verband met de complexiteit zijn extra mensen en middelen ingezet.
- Regelmatig heeft bestuurlijk overleg plaatsgevonden en ook ambtelijk is intensief afgestemd op verschillende niveaus.
- Het waterschap heeft concrete, onderbouwde voorstellen gedaan voor bijvoorbeeld voorwaarden en veel advies gegeven in de verschillende stadia van de planvorming (stedelijk casco, milieueffectrapportage, bestemmingsplan, waterstructuurplan etc).
- We hebben bijgedragen aan een lobbytraject, samen met de gemeente en provincie Zuid-Holland, met als doel om extra financiering te vinden om het financiële gat te overbruggen.
- We hebben een subsidieaanvraag gedaan t.b.v. het realiseren van een circulaire waterketen.
Ondanks het (zakelijke) verschil van mening op bepaalde vlakken, blijven we op bestuurlijk en ambtelijk niveau in gesprek. We hopen er de komende periode alsnog met elkaar uit te komen.