Vragen en antwoorden over het Middengebied Zuidplaspolder
De neerslag en verdamping zijn door het jaar heen niet in balans. Daarnaast worden de effecten van klimaatverandering steeds groter en onvoorspelbaarder. Zo worden regenbuien steeds heviger en komen deze in de toekomst vaker voor. Ook komt droogte vaker voor en worden de droge periodes langer. Het watersysteem moet het grootste deel van deze extremen opvangen. Een belangrijke maatregel om dit bereiken is het realiseren van een zo groot mogelijke peilfluctuatie. In principe geldt daarbij de stelregel: hoe groter de bandbreedte, hoe minder water af- en aangevoerd hoeft te worden. Afhankelijk van de ruimtelijke invulling (taludshelling, wateroppervlakten, overloopgebieden, etc.) kunnen aan- en afvoer dan nog iets toe- of afnemen.
Flexibel peil bij de ontwikkeling van gebieden
Bij ontwikkeling van gebieden moet hier rekening mee worden gehouden. Dit kan door regenwater zoveel mogelijk vast te houden tijdens natte periodes om dit water te kunnen gebruiken tijdens droge periodes (dit vraagt bijvoorbeeld een flexibele bandbreedte in peilbeheer). Dit zorgt ervoor dat zo min mogelijk zoet water (van buiten het gebied) hoeft te worden aangevoerd tijdens droge periodes. Bij een bandbreedte van 50 cm is dit jaarlijks een reductie van 34%. Dit is belangrijk, want de beschikbaarheid van zoet water in droge periodes wordt steeds minder vanzelfsprekend. Minder aanvoeren van water van buitenaf zorgt ook voor een verbetering van de waterkwaliteit en heeft een positief effect op de ecologie. Als laatste zorgt een flexibel peil ervoor dat er meer flexibiliteit in het watersysteem om ruimte voor aanpassingen te creëren. Ervaring in andere ontwikkelingen in de Zuidplaspolder, zoals Westergouwe en Glasparel+, heeft ons geleerd dat we in de praktijk vaak aanpassingen moeten maken die vooraf niet zijn voorzien op de tekentafel.
Met een bandbreedte van 0,5 meter (50 cm) voor het middengebied wordt invulling gegeven aan de nieuwste klimaatinzichten (KNMI, 2023). Deze maatregel zorgt ervoor dat het watersysteem beter bestand is om extremen op te vangen zoals hevige regenbuien en perioden van droogte zoals hierboven omschreven (link naar vraag en antwoord hierboven Daarnaast geeft deze maatregel invulling aan de eisen uit de kaderrichtlijn Water (KRW). Verder sluit deze maatregel aan bij de landelijke oproep om meer regenwater vast te houden met het oog op langdurige droogte in combinatie met lage rivierafvoeren.
In het bestemmingsplan worden mogelijke functieveranderingen vastgesteld. Hier gaat de gemeente over, niet het waterschap. Het bestemmingsplan schetst het eindplaatje voor het ontwikkelgebied. Mocht er sprake zijn van een functieverandering, dan zal eerst de inrichting worden aangepast, voordat de waterpeilen worden verhoogd. Dit is dus een gefaseerd proces.
Het hoogheemraadschap streeft naar een robuust en veerkrachtig watersysteem in het Nieuwste dorp. Voor ons is de combinatie van een flexibel peil van 0,50 meter en omlegging van de Vierde Tocht een noodzakelijke voorwaarde om de waterkwaliteit, voldoende schoonwater en een gezond ecosysteem te borgen in het gebied en te voldoen aan de KRW-doelstellingen.
Om tot een robuust watersysteem met een optimale waterkwaliteit te komen moet de bestaande Vierde Tocht onderdeel uitmaken van dezelfde waterstructuur als het dorp. Dit levert een eenvoudige aan- en afvoerstructuur op waarbij het dorp en energielandschap waterhuishoudkundig geïsoleerd zijn. Hiermee worden de voorwaarden geschept voor een optimale waterkwaliteit en maximaal waterbergend vermogen. Om de afvoer uit het noordelijk deel van de Zuidplaspolder te waarborgen wordt de afvoerende functie van de Vierde Tocht wordt omgelegd richting de Derde Tocht.
Voor de waterkwaliteit is het noodzakelijk om de nutriëntenbelasting op het oppervlaktewater van het Nieuwste dorp en energielandschap zo laag mogelijk te laten zijn. Een goede waterkwaliteit in de Vierde Tocht en het Nieuwste dorp levert ook minder risico’s op voor de Groene Waterparel. In alternatieven waarbij de Vierde Tocht op een lager peil staat dan het dorp wordt sterk ingeleverd op de systeemrobuustheid, beleving en het uitgangspunt om de eigen broek op te houden. Ook zijn er gevolgen voor de waterkwaliteit in het Energielandschap dat in deze variant verbonden is met de nutriëntrijke afvoer uit het noordelijk gebied. Om net als voor het dorp de afvoer te scheiden van het energielandschap zijn twee aanvullende automatische stuwen nodig. Ook zullen de beheer- en onderhoudskosten hoger zijn.
Bovenstaande is in lijn met het door Witteveen+Bos opgestelde waterstructuurplan (bijlage 23 bij het ontwerp bestemmingsplan) waarin het volgende wordt geadviseerd:
- De route voor de afvoer vanuit het noordwestelijk gebied omleiden langs het dorp/watertuinen met als belangrijkste reden dat dit ontwerp aanzienlijk beter scoort op de waterkwaliteit dan wanneer de afvoer via de Vierde Tocht loopt.
- Ook ligt de belasting significant lager dan in de andere variant, zelfs wanneer er rekening wordt gehouden met alle onzekerheden in de berekening.
- Afvoer via de Vierde Tocht leidt tot een structureel mindere waterkwaliteit. Het effect van de piekafvoer is continu.
HHSK onderzoekt momenteel op welke plek de omleiding het best kan aansluiten op de Derde Tocht.
Ja. In Westergouwe wordt een flexibel peil van 30 cm gehanteerd. Dit is vastgelegd in de watervergunning.