Besluit algemeen bestuur over peilbesluit Beneden Haastrecht

Peilbesluit Beneden Haastrecht

De verenigde vergadering van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard; op voordracht van dijkgraaf en hoogheemraden van Schieland en de Krimpenerwaard

van 19 januari 2021;

BESLUIT:

Overwegende,

  • dat het vigerende peilbesluit Beneden Haastrecht (geldig vanaf 29 november 2011) tot en met 2020 benoemt hoe wordt omgegaan met het peilbeheer i.r.t. bodemdaling;
  • gelet op het bepaalde in artikel 5.2 van de Waterwet en de artikelen 4.2 t/m 4.5 van de Waterverordening Zuid-Holland.

BESLUIT:

I Het vigerende peilbesluit Beneden Haastrecht zoals bij de overweging genoemd, en eventuele andere peilbesluiten die van toepassing zijn op het gebied zoals aangegeven op de bijbehorende peilbesluitkaart, in te trekken voor dat betreffende gebied.

II De peilen voor het peilbesluit Beneden Haastrecht vast te stellen zoals aangegeven in onderstaande tabel en bijbehorende peilbesluitkaart.

Code peilgebied Naam peilgebied Peil 2021 (m NAP) Schouwpeil 2021 (meter NAP) Peil- indexatie
GPG-1213 Beneden-Haastrecht Flexibel -2,37/-2,32 -2,37 1 cm per 3 jaar vanaf
2022
GPG-1226 Windmolen-westzijde vast -1,67 -1,67
GPG-1224 Windmolen- zuidoostzijde vast -0,78 -0,78

Het schouwpeil is het referentieniveau van het water voor het voeren van de schouw, het afhandelen van vergunningen en het uitvoeren van onderhoud aan watergangen.

In enkele peilgebieden wordt het peil en het schouwpeil periodiek aangepast (geïndexeerd) als gevolg van maaivelddaling. Dit is weergegeven in de rechterkolom van bovenstaande tabel.

Deze peilaanpassingen worden in het najaar van het betreffende jaar doorgevoerd.

De peilen als genoemd in dit besluit en aangegeven op de bijbehorende kaart worden nagestreefd met inachtneming van de volgende bepalingen:

  • Afwijkingen in het oppervlaktewaterpeil kunnen voorkomen door watertransport en weersomstandigheden. Het is daarom niet mogelijk het beschreven peil altijd overal te handhaven. De fluctuaties variëren van plaats tot plaats, door onder meer verhang, opwaaiing, golfslag en weerstand door plantengroei. Rekening dient te worden gehouden met tijdelijke peilfluctuaties rondom het na te streven peil.
  • Ten behoeve van het voorraadbeheer van water en het beperken van maaivelddaling mag het oppervlaktewaterpeil tijdens bovengemiddeld droge jaren tot 5 centimeter hoger worden gehandhaafd. Er is sprake van bovengemiddelde droogte als er in de periode 1 april – 1 oktober een bovengemiddeld neerslagtekort is op tenminste één van de nabije KNMI stations Rotterdam Zestienhoven of Cabauw.
  • Ten behoeve van het voorraadbeheer van water, het beperken van maaivelddaling en de waterkwaliteit mag het oppervlaktewaterpeil tijdens extreme droogte hoger worden gehandhaafd in de peilgebieden waar dit mogelijk is. Dit geldt enkel indien het landelijk neerslagtekort zoals bepaald door het KNMI groter is dan in de 5% droogste jaren. Om welke peilgebieden en om hoeveel centimeter dit gaat, wordt bepaald in de calamiteitenstructuur.
  • Voor toepassing van dit besluit geldt het Normaal Amsterdams Peil (NAP) als referentiepeil.

Dit peilbesluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na bekendmaking ervan.

Rotterdam, 31 maart 2021

de verenigde vergadering voornoemd,

secretaris,

voorzitter,