1. Inleiding

1.1. Aanleiding
1.2. Doelstelling
1.3. Procedure
1.4. Leeswijzer

2. Beleidskader

2.1. Beleid provincie Zuid-Holland
Omgevingsbeleid
Beleid natuur en waterkwaliteit
Beoogde natuurdoelen
2.2. Beleid HHSK
2.3. Gemeentelijk beleid

3. Huidige situatie

3.1. Ligging
3.2. Hoogte ligging
3.3. Huidige peilen en drooglegging
3.4. Huidig gebruik en waarden

4. Peilafweging en Peilvoorstellen

4.1. Doelstellingen
4.2. Peilafweging
4.3. Peilvoorstel
4.4. Schouwpeil
4.5. Instelling nieuwe peilen

5. Effecten

Bodemdaling
Wateroverlast
Grondwater
Waterkwaliteit en ecologie
Cultuurhistorie en archeologie

1. Inleiding

1.1. Aanleiding

Eind 2014 hebben de Provincie Zuid-Holland (PZH), de voormalige gemeenten van de Krimpenerwaard en het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK) de Gebiedsovereenkomst Krimpenerwaard 2014-2021 vastgesteld en ondertekend. In deze overeenkomst staan de afspraken over het aanleggen en beheren van het Natuur Netwerk Nederland (NNN; voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) in de regio met de verschillende partijen. De partijen trekken samen op om de natuurdoelen te realiseren in de Krimpenerwaard.

Deze natuurdoelen vragen veelal om hogere waterpeilen dan destijds in de peilbesluiten vastgelegd waren. Daarom zijn in 2016 en 2018 diverse peilbesluiten voor delen van de Krimpenerwaard opgesteld. Één van deze gebieden is gebied De Nesse natuur, ten noordwesten van Berkenwoude.

Voor dit gebied is in 2016 een peilbesluit vastgesteld, met uitzondering van enkele percelen ten zuiden van de Nesse Tiendweg die binnen de NNN vallen, maar een agrarisch gebruik kennen. Hiervoor geldt tot op heden het peilbesluit De Nesse uit 2011.

In maart 2019 is door de Gemeente Krimpenerwaard het bestemmingsplannen Veenweiden vastgesteld, waarin aan onder meer deze percelen de functie natuur is toegekend. Daarom wordt voor deze drie percelen nu een specifiek peilbesluit genomen.

Figuur 1: ligging plangebied (rood op kaart) en het hele peilgebied 'De Nesse Natuur'

1.2. Doelstelling

Het doel van het peilbesluit is de belanghebbenden duidelijkheid en rechtszekerheid te bieden ten aanzien van de te handhaven peilen. Met het peilbesluit verplicht HHSK zich om binnen redelijke grenzen te doen wat nodig is om de peilen en peilmarges te handhaven.

1.3. Procedure

Het peilbesluit volgt de openbare voorbereidingsprocedure van de Algemene wet Bestuursrecht (AwB). Het ontwerp peilbesluit is gedurende zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode hebben twee belanghebbenden zienswijzen op het ontwerp peilbesluit ingediend. Na behandeling van de zienswijzen is het peilbesluit vastgesteld door de Verenigde Vergadering van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. De zienswijzen en beantwoording zijn opgenomen in de Nota van Beantwoording’.

1.4. Leeswijzer

Dit document betreft de toelichting op het peilbesluit ‘Stuw De Nesse’.

In hoofdstuk 2 zijn het relevante beleid en de belangrijkste uitgangspunten toegelicht. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van de belangrijke gebiedskenmerken. In hoofdstuk 4 zijn de peilafwegingen en peilvoorstellen beschreven. Hoofdstuk 5 geeft de effecten van de wijzigingen in peilen weer.

2. Beleidskader

Het beheer van het waterpeil (verder: peilbeheer) is een van de kernactiviteiten van HHSK. Artikel 5.2 van de Waterwet schrijft het waterschap voor om voor daartoe aan te wijzen grond- en oppervlaktewaterlichamen onder zijn beheer één of meer peilbesluiten vast te stellen (Waterwet, 2009). In een peilbesluit worden waterpeilen of bandbreedten waarbinnen waterpeilen kunnen variëren vastgesteld, die gedurende daarbij aangegeven perioden zo veel mogelijk worden gehandhaafd.

De Omgevingsvisie en Omgevingsverordening van provincie Zuid-Holland bevatten de provinciale beleidskaders hoe HHSK het peilbeheer moet uitvoeren. Het beleid van HHSK ten aanzien van peilbeheer is opgenomen in de Beleidsuitwerking Peilbeheer (HHSK (a), maart 2018).

In dit hoofdstuk wordt een kort overzicht gegeven van de meest direct relevante beleidskaders van provincie Zuid-Holland, HHSK en de gemeente Krimpenerwaard

2.1. Beleid provincie Zuid-Holland

Omgevingsbeleid

De Provincie Zuid-Holland stelt in de Omgevingsvisie (par. 4.2) dat de kwaliteit en functionaliteit van water optimaal moeten zijn en daarom permanent om verbetering en bescherming vragen (Provincie Zuid-Holland, 2019). Bij aanpassingen aan het watersysteem gelden twee uitgangspunten: de maatregelen zijn klimaatbestendig en de natuurlijke processen krijgen, waar dat kan, meer ruimte of worden beter benut.

Het provinciale beleid bevat geen richtlijnen voor de drooglegging of andere technisch- inhoudelijke criteria voor het peilbeheer.

Het instrument voor de peilafweging is het peilbesluit. In de Omgevingsverordening Zuid- Holland, art. 4.2 lid 1 is bepaald dat voor alle wateren binnen het beheergebied van

HHSK peilbesluiten moeten worden vastgesteld: “Het algemeen bestuur draagt zorg voor de actuele peilbesluiten, die in ieder geval toegesneden zijn op veranderingen in zowel de omstandigheden ter plaatse als de aanwezige functies en belangen”.

Beleid natuur en waterkwaliteit

Diverse vormen van ruimtegebruik, waaronder de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) Zuid-Holland, zijn in de Verordening Ruimte 2014 begrensd. De begrenzing van het NNN in de Krimpenerwaard is in 2019 gewijzigd vastgesteld.

De huidige ecologische doelstellingen voor het watersysteem zijn, op basis van de systematiek van de Kaderrichtlijn Water, vastgelegd in “Voortgangsnota Europese Kaderrichtlijn Water 2016-2021” van de provincie Zuid-Holland. De realisatiestrategie voor deze doelen is opgenomen in het “KRW-plan 2016-2021” van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. De waterpeil gerelateerde maatregelen in de Krimpenerwaard zijn gekoppeld aan de inrichtingsplannen van het Natuur Netwerk Nederland (NNN).

Beoogde natuurdoelen

De Provincie legt de na te streven natuurdoelen vast in het natuurbeheerplan. Dit plan wordt jaarlijks geactualiseerd. Op 17 juli 2020 is het Natuurbeheerplan 2021 vastgesteld door Gedeputeerde Staten.

In natuurgebied de Nesse ligt voor de natuur op het land de focus op het ontwikkelen van een waardevol gebied voor weidevogels door het realiseren van hoge dichtheden en kansen voor zogenaamde kritische soorten. Botanische doelen worden slechts beperkt nagestreefd in dit gebied. Voor de natuur in het water is het streven het versterken van de ecologische kwaliteit (planten, macrofauna en vis) horend bij veensloten. Het peilbeheer levert een bijdrage aan deze waterkwaliteitsdoelstellingen.

2.2. Beleid HHSK

HHSK heeft als doel in het Waterbeheerplan 2016-2021 opgenomen: “We houden het gebied bewoonbaar en bruikbaar, voorzien in de waterbehoefte en bevorderen de waterkwaliteit door een afgewogen en energie-efficiënt peilregime”.

Een belangrijk middel voor dit doel is het peilbeheer. HHSK streeft met het peilbeheer de volgende doelen na (Beleidsuitwerking peilbeheer, 2018):

  1. De instandhouding van waterkeringen en waterscheidingen.
  2. Beperken van vernattings- en verdrogingsschade aan functies.
  3. Beperken van maaivelddaling, ongewenste kwel en bodeminstabiliteit.
  4. Versterken van de veerkracht en het aanpassingsvermogen van het watersysteem voor extreme omstandigheden, klimaatveranderingen en zeespiegelstijging.
  5. Beschermen en waar mogelijk verbeteren van de ecologische kwaliteit van - in het bijzonder - het water en de oevers.
  6. Beperken van de aan- en af te voeren hoeveelheid water (kosten, energie, ecologie).
  7. Voldoende mogelijkheden en voorzieningen om het water(-peil) onder gewone en buitengewone omstandigheden te kunnen waarborgen.
  8. Een doelmatig en (kosten-)effectief uitvoerbaar peilbeheer; voor nu en later.

Dit wordt onder meer vormgegeven in peilbesluiten. Hierin hanteren we voor de waterpeilen en drooglegging strategieën die zo goed mogelijk aansluiten bij het gebruik en de diverse functies van het water en het gebied, ook op de langere termijn.

De voor dit plangebied belangrijkste uitgangspunten uit de beleidsuitwerking zijn:

  • Het waterpeil en de drooglegging (het hoogteverschil tussen oppervlaktewater en terrein) zijn geen doelen op zich. Wel vormen ze belangrijke randvoorwaarden voor het gebruik van de grond en het water. Het peil wordt in de praktijk bepaald aan de hand van een integrale belangenafweging.
  • In natuurgebieden streven we naar een zo ‘natuurlijk’ mogelijk peilregime, dat wil zeggen: hoog in natte perioden en lager in droge perioden.
  • We streven naar vergroting van de veerkracht en doelmatigheid van het watersysteem door de versnippering van peilgebieden te beperken en te zorgen voor een robuuste inrichting.

2.3. Gemeentelijk beleid

Gemeenten zijn volgens de wet Ruimtelijke Ordening verplicht om voor hun hele grondgebied bestemmingsplannen vast te stellen. Een bestemmingsplan is dan ook een plan waarin de gemeenteraad vastlegt welke functies waar zijn toegestaan. Daarnaast bevat een bestemmingsplan de regels die gelden voor een dergelijke functie.

Het ruimtelijk kader voor dit gebied is het bestemmingsplan Veenweiden Krimpenerwaard. Dit plan heeft in februari 2021 de status ‘vastgesteld’, op basis van een besluit uit 2019. Tegen het plan loopt een aantal beroepsprocedures.

De drie percelen hebben de bestemming natuur. Daarnaast is er sprake van een dubbelbestemming i.v.m. archeologische waarden.

In het bijbehorend Inrichtingsplan Krimpenerwaard zijn de natuurdoelen en daarvoor benodigde maatregelen benoemd. Bij de maatregelen is o.a. benoemd dat het peilbeheer aansluit op het omliggende reeds gerealiseerde natuurgebied, d.w.z. verkleinen van de drooglegging en toename van de flexibele peilbeheermarge.

3. Huidige situatie

3.1. Ligging

Het natuurgebied De Nesse is zo’n 300 ha groot en wordt begrensd door de watergang Berkenwoudse Boezem, de wegen Tiendweg en Schaapjeszijde, en de kade Oudelandse Landscheiding. Aan de zuidoostkant van deze peilscheiding ligt ook een gebied met een natuurfunctie, de Berkenwoudse Driehoek.

Figuur 2: ligging natuurgebieden De Nesse en Berkenwoudse Driehoek

De drie percelen waar deze herziening van het peilbesluit over gaat, liggen aan de noordzijde van het gebied, aan de Nesse Tiendweg.

Figuur 3: Ligging percelen plangebied peilbesluit Stuw De Nesse

3.2. Hoogte ligging

De ‘mediaan’ hoogteligging van de drie percelen is respectievelijk van west naar oost - 2,13 m NAP, -2,15 m NAP en -2,17 m NAP. Dit is licht hoger dan de gemiddelde maaiveldhoogte van gebied De Nesse, die rond de -2,2 m ligt.

3.2. Huidige peilen en drooglegging

Begin 2021 bedraagt het peil op de percelen -2,68 m tot -2,63 m NAP, gelijk aan het ten noordwesten gelegen peilgebied ‘De Nesse agrarisch’. De watergang ten zuiden van de Tiendweg staat onder een brug in verbinding met het noordelijk gelegen peilgebied.

Figuur 4: Watergangen in en om peilgebied Stuw De Nesse

Door dammen aan de zuidoostkant van de percelen en diverse schotten in de watergangen nabij de Nesse Tiendweg is er een scheiding met het peilgebied ‘De Nesse Natuur, dat een hoger peil van -2,46 tot – 2,31 kent. Via een stuw, weergegeven in Figuur 4, watert dit gebied met een hoger peil af naar het gebied met lager peil. De watergang waarin deze stuw ligt, heeft op basis van de legger van HHSK de status hoofdwatergang. De andere watergangen hebben de status ‘overige watergang’.

De huidige maaiveldhoogte van de percelen bevindt zich in de buurt van de -2,15 meter. Daarmee bedraagt de drooglegging bij het huidig peil zo’n 45 a 50 centimeter. Dit is afgeleid op basis van de AHN2014 en vigerende peilen. Vanwege opgetreden bodemdaling sinds 2014 kan de werkelijke maaiveldhoogte en drooglegging enkele centimeters lager zijn.

3.4. Huidig gebruik en waarden

De percelen zijn nu (begin 2021) in particulier gebruik voor houden van paarden en extensief agrarisch gebruik. De huidige natuurwaarden bevinden zich vooral in de botanisch waardevolle perceelranden. De oevers bevatten een groot aantal kruidensoorten. Er zijn veel lokale variaties aanwezig van zowel lage bloemrijke oevervegetaties als meer structuurrijke delen en delen met zegge vegetaties.

Op het meest westelijke perceel bevindt zich een houtwal met onder meer elzen.

De waarde voor weidevogels is nu beperkt en de ecologische kwaliteit van het water is matig.

4. Peilafweging en Peilvoorstellen

4.1. Doelstellingen

De primaire belangen voor het peilbeheer in natuurgebied de Nesse zijn de ontwikkeling van natuur op het land en in het water. Voor de natuur op het land ligt de focus op het ontwikkelen van een waardevol gebied voor weidevogels. Botanische doelen worden slechts beperkt nagestreefd in dit gebied. Voor de natuur in het water is het streven het versterken van de ecologische kwaliteit (planten, macrofauna en vis) horend bij de veensloten. De doelen zijn nader gespecificeerd in het Inrichtingsplan Krimpenerwaard.

Overige belangen die medebepalend zijn voor het peilbeheer zijn het beperken van bodemdaling, de uitvoerbaarheid van het beheer van het gebied en het tegengaan van afwenteling naar de omgeving.

4.2. Peilafweging

Voor de weidevogels is vooral de drooglegging van de percelen bepalend: een beperkte drooglegging draagt bij aan een meer gevarieerde begroeiing van het land en daarmee aan broedgelegenheid voor verschillende weidevogelsoorten. De beperkte drooglegging draagt ook bij aan een geschikt voedselaanbod in de bodem. De beperkte drooglegging zorgt ten slotte voor een relatief trage groeisnelheid van het gras in het voorjaar, waardoor het gras ook voor de weidevogelkuikens een geschikt opgroeigebied is. Een goede drooglegging voor weidevogels is circa 0 tot 20 cm in het broedseizoen, met als indicatieve verdeling dat 10% van het gebied plas-dras is, 40% een drooglegging van circa 10 cm en 50% een drooglegging van 20 cm heeft. Buiten het broedseizoen zijn er geen specifieke eisen aan het peilbeheer vanuit weidevogels.

Voor de waternatuur is het peilbeheer mede bepalend voor de nutriënten- en sulfaatbelasting. De nutriënten- en sulfaatbelasting moeten voldoende laag zijn. Het aanbrengen van een hydrologische scheiding tussen natuur en landbouwgebied zorgt ervoor dat het natuurgebied niet onnodig wordt belast vanuit het omliggend landbouwgebied. Deze interne belasting in het natuurgebied kan worden verminderd door extensivering van het grondgebruik, vermindering van de drooglegging van de percelen – en daardoor minder veenafbraak - en door vergroten van de ruimte voor vasthouden van regenwater door vergroten van de peilfluctuatie.

Voor de ontwikkeling van een gevarieerde oevervegetatie van voldoende omvang is ook een natuurlijke peilfluctuatie nodig, waarbij het vooral van belang is dat er zomers oeverdelen droogvallen zodat oeverplanten daar kunnen kiemen en ontwikkelen.

Bodemdaling kan worden beperkt door de drooglegging te verminderen.

Voor het beheer van het gebied is het nodig dat de percelen zomers voldoende droog zijn om maaibeheer en slootonderhoud te kunnen uitvoeren. Een gemiddelde drooglegging van ca. 30 cm is afdoende, omdat de grondwaterstand zomers veelal lager is door het neerslagtekort.

4.3. Peilvoorstel

Het huidig peil is een flexibel peil van NAP -2,68 m tot -2,63 m. De centrale delen van de percelen hebben een drooglegging ca 45 tot 50 cm. De huidige drooglegging is daarmee duidelijk groter dan de hiervoor genoemde gewenste drooglegging voor de beoogde natuur.

Het voorstel is het peil te verhogen naar NAP -2,46 m tot -2,31 m. Naar verwachting zal daarmee in een groot deel van het voorjaar een drooglegging van ca 15 cm bereikt worden. Deze drooglegging is passend bij de weidevogeldoelstelling.

Figuur 5: Berekende drooglegging bij de voorgestelde bovengrens van het peil (NAP - 2,31 m)

Bij een peil aan de onderkant van de bandbreedte zal het gebied een periode een drooglegging van ca 30 cm hebben, waardoor ook het beheer uitgevoerd kan worden.

Tabel 1: peilvoorstel peilgebied GPG-1004 Stuw De Nesse
Vigerend peil 2020 obv peilbesluit 2011 Peilvoorstel 2021
NAP -2,68 meter tot NAP -2,63 meter NAP-2,46 meter tot NAP-2,31 meter

De waterpeilen zoals omschreven in bovenstaande tabel, zijn de waterpeilen die worden gehandhaafd onder normale omstandigheden. Fluctuaties als gevolg van aan- en afvoer van water, weersomstandigheden zoals hevige regenval en opwaaiing kunnen ertoe leiden dat er kortstondige afwijkingen van het beschreven peil optreden. Het waterschap heeft dan een inspanningsplicht om het peil weer binnen de beschreven bandbreedte te brengen.

4.4. Schouwpeil

Het schouwpeil is het referentieniveau voor de controle van de waterdiepte. In de peilgebieden waar een flexibel waterpeil wordt vastgelegd, is het schouwpeil gelijk aan de ondergrens van de bandbreedte. Concreet betreft dit een peil van NAP -2,46 m.

4.5. Instelling nieuwe peilen

De instelling van de nieuwe peilen vindt plaats na:

  • Vaststelling en publicatie van het peilbesluit;
  • Het onherroepelijk zijn van het bestemmingsplan Veenweiden voor deze percelen.
  • Realisatie van een stuw nabij de Tiendweg die peilgebied ‘De Nesse Natuur’ en ‘De Nesse agrarisch’ van elkaar scheidt;
  • Het verwijderen van de huidige peilscheidingen en kunstwerken aan de zuidzijde van de Tiendweg.

Deze uitvoeringsmaatregelen zijn reeds opgenomen in het Programma Veenweiden.

Figuur 6: Locaties met gefaseerde instelling van het peil

Bij instelling wordt gestreefd naar behoud van de in paragraaf 3.4 genoemde botanisch waardevolle perceelranden. Daarom wordt in een deel van het gebied het peil gefaseerd, in een periode van vier jaar, verhoogd. Dit betreft de watergangen aangeduid in Figuur 6.

De gefaseerde peilverhoging gebeurt in vier stappen van 5 centimeter per jaar.

In de hoofdwatergang die de afwatering van heel peilgebied De Nesse verzorgt, vindt de peilopzet in een kortere periode plaats i.v.m. het waterhuishoudkundig belang.

De gefaseerde peilopzet zorgt ervoor dat er tijdelijk een peilgebied met een ‘tussenpeil’, lager dan het natuurpeil en hoger dan het agrarisch peil ontstaat. De hiertoe benodigde maatregelen worden uitgevoerd binnen het programma Veenweiden.

5. Effecten

Het in het vorige hoofdstuk voorgestelde peil wordt bereikt door een peilverhoging. In dit hoofdstuk worden de effecten daarvan beschreven.

Bodemdaling

Peilopzet om de natuurdoelen te bereiken heeft een positief effect op het tegengaan van de bodemdaling. Door de peilopzet neemt de drooglegging af, waardoor veenoxidatie afneemt.

Wateroverlast

Bij de afwateringsituatie voor gebied De Nesse is rekening gehouden met de hogere waterstanden. Overtollige afvoer wordt in het natuurgebied geborgen en vertraagd afgevoerd. Voor de functie natuur zelf is geen inundatienorm vastgelegd.

Grondwater

Door de functie van de Tiendweg als peilscheiding mag geen significant effect worden verwacht van op de grondwaterstand ten noorden van het plangebied.

Ten zuiden van het plangebied, in het gebied dat nu ingericht is als natuur t.b.v. weidevogels wordt de grondwaterstand aan de randen beter beheersbaar. Dit doordat de zone waarin een hoger en lager peil aan elkaar grenzen aanzienlijk wordt verkort.

Waterkwaliteit en ecologie

Door het creëren van één peilgebied binnen natuurgebied de Nesse is het optimaal mogelijk (voedselarm) neerslagwater vast te houden, wat bijdraagt aan de waterkwaliteitsdoelen. Het hogere waterpeil zorgt verder voor betere leefomstandigheden voor weidevogels.

Door de geleidelijk peilopzet wordt getracht de botanische waarden in de oeverzones te behouden.

Cultuurhistorie en archeologie

De voorgestelde peilen hebben geen negatieve invloed op cultuurhistorische of archeologische waarden.