Monitoringsplan KIJK
Hoe monitoren we gebouwen en andere objecten tijdens en na de versterking van de IJsseldijk. De dijkversterking gaat over een gebied van meer dan 10 kilometer, van Krimpen aan den IJssel tot Gouderak. De huidige dijk is niet sterk en hoog genoeg om de bewoners goed te beschermen tegen het water. We houden de situatie goed in de gaten tijdens de werkzaamheden. Zo zorgen we ervoor dat er zo min mogelijk schade ontstaat aan gebouwen en andere objecten in de buurt. Met monitoring kunnen we volgen wat er gebeurt en als het nodig is, kan de aannemer de manier van werken aanpassen. In het projectplan staat dat het belangrijk is om schade in de omgeving zoveel mogelijk te voorkomen. In het monitoringsplan leggen wij uit hoe we dit precies gaan doen.
We hebben verschillende meetpunten opgesteld, gebaseerd op eerdere projecten en berekeningen. Deze meetpunten helpen om te controleren of de werkzaamheden de omgeving beïnvloeden. We houden daarbij ook rekening met bijzondere omstandigheden rondom bepaalde objecten.
Wij weten dat de werkzaamheden schade kunnen veroorzaken, zoals scheuren in gebouwen en willen deze schade zoveel mogelijk voorkomen, of in ieder geval verminderen als dat niet kan. We leggen uit hoe dit technisch aangepakt wordt in de ontwerpfase en de uitvoeringsfase van het project.
Wat is schade
“Elke vorm van nadeel die u als bewoner/perceeleigenaar ondervindt”
Dat kan in veel vormen:
- Schade aan stoepje,
- Schade aan hek,
- Schade aan kabels en/of leidingen
- Schade aan woning
- Groot en klein
- Afschuiving van grond
Wij weten dat de werkzaamheden schade kunnen veroorzaken, zoals scheuren in gebouwen en willen deze schade zoveel mogelijk voorkomen, of in ieder geval verminderen als dat niet kan. We leggen uit hoe dit technisch aangepakt wordt in de ontwerpfase en de uitvoeringsfase van het project.
| Klasse | Scheurvorming | Gevolgen |
|---|---|---|
| 0 | tot 0,1 mm | geen |
| 1 | tot 1 mm | geen |
| 2 | tot 5 mm | deuren en ramen kunnen klemmen |
| 3 | tot 1 cm | lekkage, tocht, scheur in baksteen |
| 4 en 5 | meer dan 1 cm | constructieve schade, ontruiming van de woning |

Uitgangspunt project KIJK:
- Klasse 1 schade voor woningen is acceptabel
- Klasse 2 schade voor bijgebouwen is acceptabel
Hoe groot is de kans op schade?
Het voorkomen van schade is erg belangrijk en heeft onze topprioriteit! Tijdens het project kan er schade ontstaan.
- Kleine schades: de kans dat het jou overkomt is klein, maar de kans dat het in het project gebeurt is groot.
- Grote schades (klasse 3 en hoger): de kans is heel klein tot bijna nul.
Toelichting schadepreventie
Als onderdeel van ons ontwerp bekijken we van tevoren wat de gevolgen van de werkzaamheden kunnen zijn. Dit doen we door verschillende berekeningen te maken. Mogelijke gevolgen van de dijkversterking zijn:
- Verzakkingen en vervormingen
- Trillingen
- Verandering in grondwaterstand
Op basis van deze voorspellingen maken we een ontwerp en besluiten we of het nodig is om de situatie te monitoren. Ons proces is als volgt:
- Als er bijna geen effect is, lezen we 2 keer per jaar de hoogtemetingen en de grondwaterpeilen uit.
- Als het effect wel te meten is, maar nog onder de grens blijft, monitoren we actief met speciale meetinstrumenten zoals miniprisma's of inclinometingen.
- Als het effect rond de grenswaarde zit, monitoren we actief en passen we zo nodig de uitvoeringsmethode aan (plan B).
- Als het effect boven de grenswaarde komt, monitoren we actief en passen we, indien mogelijk, plan B toe of herstellen we de schade.
Het gaat hier om schades die vallen binnen schadeklasse 1: scheuren tot 1mm
Monitoring XYZ-Deformatiemetingen

Te meten parameter:
Hiermee kunnen verzakking en deformaties van panden worden gemeten
Bedoeld voor:
Het monitoren en bewaken van mogelijke zettingen en deformaties van een gebouw.
Hoe wordt er gemeten:
De hoogtemetingen met de meetboutjes zijn bedoeld om in de toekomst eventuele schade aan gebouwen te kunnen verklaren. Sinds 2022 zijn we begonnen met deze metingen om te zien hoe de panden normaal gesproken reageren op de natuurlijke bodemdaling. Tijdens de werkzaamheden kijken we of de panden anders reageren door het werk, in vergelijking met de normale bodemdaling in het gebied. Na de werkzaamheden is het advies aan de bewoners om de hoogtemeetboutjes te laten zitten. De mini-prisma’s worden alleen gemeten tijdens de werkzaamheden. We doen deze metingen als er kans is op vervormingen of schade aan gebouwen.
Monitoring Peilbuizen - achtergrond

Te meten parameter:
De grondwaterstand helpt om de freatische lijn (de grens tussen droog en natte grond) te bepalen
Bedoeld voor:
We meten de grondwaterstand in de dijk en bij een paar huizen in de buurt.
Hoe wordt er gemeten:
Dit soort monitoring geeft informatie over de waterstand binnen de dijk en het effect van de damwand op de grondwaterlijn. De peilbuizen lezen automatisch de waterstanden uit voor intern onderzoek
Monitoring Inclinometingen - actief

Te meten parameter:
De hellingshoek van de grond en de geplaatste damwand worden gemeten.
Bedoeld voor:
We houden toezicht op plekken waar de grond mogelijk zijwaarts kan verschuiven. Dit is belangrijk om schade te voorkomen.
Hoe wordt er gemeten:
Deze monitoring is bedoeld om afwijkingen tijdens de werkzaamheden te meten. Als de werkzaamheden klaar zijn en de grond weer stabiel is, stoppen we met deze metingen.
Monitoring Trillingsmeters - actief

Te meten parameter:
We meten de trillingen die gebouwen kunnen voelen.
Bedoeld voor:
Bouwwerkzaamheden en bouwverkeer kunnen trillingen veroorzaken die schade aan gebouwen kunnen geven.
Hoe wordt er gemeten:
Deze monitoring is bedoeld om te grote en ongewenste trillingen tijdens het werk te volgen. Er wordt ook een klein netwerk van trillingsmeters geplaatst om de bestaande en natuurlijke trillingen te meten. De trillingen bij gebouwen worden beoordeeld volgens de SBR Richtlijn, deel A, Schade aan bouwwerken, 2017. Het doel is dat de kans op schade maximaal 1% mag zijn.
Monitoring bouwkundige opname
Om te bepalen hoe de gebouwen er nu voor staan, zijn er in 2022 bouwkundige opnames gemaakt van alle panden die door het werk beïnvloed kunnen worden. Bij deze opnames zijn bestaande gebreken, zoals scheuren en vervormingen, zowel met foto’s als in tekst vastgelegd. In 2022 is alleen de buitenkant van de gebouwen opgemeten.
Deze eerste opname was beperkt (alleen de buitenkant en geen scheurstickers) en moet twee maanden voor de start van de werkzaamheden herhaald worden. Maximaal twee maanden voordat de werkzaamheden beginnen in het betreffende gebied, wordt er opnieuw een bouwkundige opname van alle panden gedaan. Hierbij worden de veranderingen sinds de eerste opname vastgelegd in een logboek.
Dit logboek laat zien of de bestaande gebreken zijn verslechterd, zoals meer scheuren of uitbreiding van de gebreken. Deze veranderingen worden bekeken om te bepalen of ze door de werkzaamheden van derden zijn veroorzaakt of door andere factoren. Dit helpt te begrijpen of de veranderingen wel of niet door de dijkwerkzaamheden van combinatie KIGO komen.
Monitoring interventiewaarde
De metingen worden vergeleken met de vooraf bepaalde interventiewaarden in de specifieke monitoringsplannen voor het dijkvak. Deze interventiewaarden worden, indien nodig, per bouwfase vastgesteld.
Een interventiewaarde is een soort waarschuwingssignaal. Het geeft aan dat er onverwachte veranderingen in de omgeving kunnen zijn. Als de interventiewaarde wordt overschreden, betekent dit dat de werkzaamheden meer invloed hebben op de omgeving dan verwacht. Dit kan op de lange termijn tot schade leiden.
Wanneer de interventiewaarde wordt overschreden, moeten de beheersmaatregelen uit de werkplannen worden uitgevoerd. Ook kan het nodig zijn om extra monitoring te doen
| Object | Criteria vervorming |
|---|---|
| Monument (pand) |
Maximaal schadeklasse 1 (In uitzonderlijke gevallen schadeklasse 0) |
| Pand |
Maximaal schadeklasse 1 (In uitzonderlijke gevallen schadeklasse 2) |
| Bijgebouwen, schuren, etc. |
Maximaal schadeklasse 2 (In uitzonderlijke gevallen schadeklasse 1) |
| (Grote) kunstwerken |
Maximaal schadeklasse 1 wordt toegestaan (of: bij uitzondering maatwerk) |
Mogelijke effecten van dijkversterkingen

Afbeelding: Zetting door aangrenzend ophogen
Een veelvoorkomend probleem is dat er extra grond wordt toegevoegd aan of naast een bestaande dijk, terwijl een gebouw dichtbij de dijk staat.
De extra grond (1) veroorzaakt verzakking (2), die direct of indirect via negatieve kleef aan de funderingspalen invloed heeft op de fundering van gebouwen en objecten in de buurt (3). Dit leidt tot vervorming van het gebouw (4).

Afbeelding: Zijwaartse grondvervorming door ophogen in nabije omgeving
Een vergelijkbaar probleem ontstaat door het aanbrengen van extra grond als ophoging of voorbelasting op of naast een bestaande dijk, terwijl het gebouw iets verder van de dijk staat. De extra grond (1) zorgt voor horizontale vervorming van de grond (2), wat direct of indirect via horizontale gronddruk de fundering (paalfundering of fundering op staal) van gebouwen en objecten in de buurt beïnvloedt (3). Dit leidt tot vervorming van het gebouw (4). Het zijwaarts verschuiven van de ondergrond kan onverwachts toenemen als het gewicht van de extra grond (1) en de waterdruk in de klei- en veenlagen (2) de ondergrond zijdelings wegduwen (squeezing).

Afbeelding: Afschuiving/instabiliteit
Een ander mechanisme dat kan optreden bij het aanbrengen van een grondlichaam, is het plotseling afschuiven (instabiliteit) van de ophoging tijdens de bouwfase.
Het gewicht van de extra grond (1) en de waterdruk in de klei- en veenlagen (2) kunnen een plotselinge afschuiving veroorzaken (3). Dit kan leiden tot grote vervormingen en extra druk op nabijgelegen gebouwen (4).

Afbeelding: Bouwverkeer
In dit project zal gebruik worden gemaakt van de bestaande infrastructuur. Bouwverkeer en machines kunnen trillingen veroorzaken (1). Deze trillingen verplaatsen zich via stevige grondlagen naar de omgeving (2). Dit kan invloed hebben op de funderingen van nabijgelegen gebouwen en objecten (3), waardoor deze gebouwen kunnen gaan trillen (4).

Afbeelding: Schade door inbrengen damwandplanken en buispalen
In dit project wordt op verschillende delen van de dijkverbetering gebruikgemaakt van damwandplanken en buispalen.
Het inbrengen van de damwanden en buispalen veroorzaakt via de damplank een trillingsbron (1) waarvan de energie via draagkrachtige lagen wordt doorgegeven aan de omgeving (2), welke doorwerken op de daarop geplaatste fundering van nabijgelegen panden en objecten (3) en resulteren in een opgelegde pandtrilling (4). In onderstaande afbeelding is een schetsmatig overzicht gepresenteerd van dit mechanisme.
Voor project KIJK wordt uitgegaan van intrillen en drukken van damwanden en inboren en drukken van buispalen. Deze inbreng methode worden trillingsarm genoemd. Ondanks deze trillingsarme inbrengwijze komen ook hier trillingen vrij in de ondergrond.

Afbeelding: Zetting door inbrengen damwandplanken en buispalen
In dit project wordt voorzien op diverse delen de dijkverbetering middels damwandplanken en buispalen uit te voeren.
Het inbrengen van damwandplanken en buispalen kan een trillingsbron veroorzaken (1) waarvan de energie in zandlagen verdichting kan veroorzaken welke in een wigvorm/zettingstrog wordt doorgegeven aan de omgeving (2), welke doorwerken op de (fundering van) nabijgelegen panden en objecten (3) en resulteren in een opgelegde pandvervorming (4).

Afbeelding: Verandering in grondwaterstand
Een verlaging van de grondwaterstand kan bijvoorbeeld gebeuren door bemalingswerkzaamheden bij bouwputten. Of bij het afsluiten van ondergrondse stromingen door de damwand.
Door de daling van de grondwaterstand neemt de druk op de grondkorrels toe (1), wat kan leiden tot bodemdaling (2). Deze daling kan direct of via negatieve kleef op de palen invloed hebben op de fundering van nabijgelegen gebouwen en objecten (3), wat kan leiden tot vervorming van de gebouwen (4). Een ander aandachtspunt is dat houten funderingen mogelijk langdurig droog komen te staan (5)

Afbeelding: Zetting door ontgraving
Tijdens ontgraving, bij het vervangen van keermuren en ontgraven tussen panden en de Type I, ontstaat grond ontspanning (1) welke in een wigvorm wordt doorgegeven aan de omgeving (2). Dit werkt door op de daarop geplaatste fundering van nabijgelegen panden en objecten (3) en resulteren in een opgelegde pandvervorming (4). De toestromende wig veroorzaakt een verticale alsook horizontale grondvervorming
Communicatie monitoringsresultaten
Er zijn verschillende momenten waarop we contact opnemen met bewoners, pandeigenaren en beheerders over de omgevingsmonitoring:
- Twee maanden voor de start van de werkzaamheden is er een algemene informatiebijeenkomst, waarbij ook de monitoring wordt besproken.
- We kondigen de bouwkundige opnames aan en voeren deze uit.
- Voor het plaatsen van (extra) meetpunten op particulier terrein of eigendom doen we een aankondiging.
- We melden de start van de werkzaamheden, inclusief het begin van de omgevingsmonitoring.
- Als we beheersmaatregelen moeten uitvoeren of de monitoring moeten aanpassen, geven we dat door.
- Bij het afronden van de monitoring nemen we contact op.
- Als pandeigenaren de meetresultaten willen opvragen, bijvoorbeeld vanwege een schadeclaim, streven we ernaar om deze binnen 10 werkdagen te leveren.
De meetresultaten worden niet actief gecommuniceerd, tenzij een pand- of woningeigenaar specifiek om de resultaten vraagt. Het contact met pandeigenaren en bewoners wordt verzorgd door Omgevingsmanagement, terwijl het monitoringsteam inhoudelijke ondersteuning biedt.