Beeldenboek: onderhoud sloten en oevers
Aan de slag met uw sloot
Water speelt een belangrijke rol in uw leefomgeving. In de laaggelegen polders van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK) zorgen sloten voor het opvangen, vasthouden en afvoeren van water. Naast voldoende water en droge voeten is een goede waterkwaliteit belangrijk.
Onderhoud zorgt er voor dat de sloot voldoende water kan vasthouden en transporteren. Een goed onderhouden sloot draagt bij aan een goede (ecologische) waterkwaliteit, biodiversiteit en past binnen de omgeving.
Watertransport
Om water aan en af te voeren is er voldoende ruimte nodig in de sloot. Die ruimte noemen we een stroombaan. Onderwaterplanten en oeverplanten in deze stroombaan kunnen het water belemmeren. Drijvende planten zijn meestal geen probleem voor het watertransport

Figuur 1. Voldoende ruimte voor waterdoorvoer en waterkwaliteit
Waterberging
Sloten moeten ook water kunnen bergen. Dat betekent dat ze water vasthouden na veel regen of om droogte te bestrijden. Daarvoor moet de sloot zijn vorm behouden: de breedte van de sloot en het talud moeten hetzelfde blijven. De waterberging zit in de ruimte tussen de waterlijn en de insteek, zie figuur 2.

Figuur 2. De waterberging zit tussen de waterlijn en de insteek.
Waterkwaliteit
Water en oevers zijn belangrijk voor dieren in en om het water. Op goed onderhouden oevers groeien verschillende planten. Planten in het water zijn goed voor vissen, watervogels, kikkers en insecten zoals libellen. In voedselrijk water groeien minder soorten planten, maar die groeien vaak snel waardoor het water niet goed weg kan. Vaak is het genoeg om dan een deel van de planten te verwijderen en een deel te laten staan.
Wie zorgt voor de sloot?
We zorgen samen voor de sloot. In de legger van het waterschap staat wie de sloot moet onderhouden. Dat kan het hoogheemraadschap zijn, de gemeente of de eigenaar van de grond naast de sloot.Heeft u een sloot naast uw grond die u moet onderhouden? Dan deelt u deze sloot vaak met andere bewoners of bedrijven. Dat betekent dat u samen voor de sloot kan zorgen. U hoeft het dus niet alleen te doen.Wilt u weten welk deel van de sloot u moet onderhouden? Kijk dan op: www.hhsk.nl/loket/onderhoud, of neem contact met ons op via info@hhsk.nl of telefoonnummer 010 45 37 200.
Welk onderhoud is nodig?
- Verwijder een deel van de waterplanten.
- Maai de oever aan één zijde en laat de andere kant staan
- Verwijder vuil en bladeren uit het water
- Snoei overhangende takken
- Herstel ingezakte taluds (de schuine kant van de sloot)
Rekening houden met planten en dieren
Bij het onderhoud aan de sloot is het belangrijk altijd een deel van de planten in en langs het water te laten staan. Zo is er altijd leefgebied voor verschillende soorten dieren en planten.
De beste periode om het onderhoud uit te voeren is in de maanden september en oktober. Soms is extra onderhoud in de zomer nodig. Dan moet altijd goed gelet worden op het sparen van broedende vogels en nesten.
Bij het onderhoud aan de sloot mag je gebruik maken van de gedragscode voor waterschappen.
Hoeveel moet ik maaien?
Hoe vaak en hoe uitgebreid het onderhoud moet zijn, hangt af van hoe breed de sloot is en hoeveel verharding er is. We hebben alle sloten in ons gebied ingedeeld in kleuren. De kleur bepaalt welk onderhoud nodig is.
| Overige sloot | Smaller dan 3 meter | 3 tot 6 meter breed | Breder dan 6 meter |
|---|---|---|---|
| Stedelijk gebied | Blauw | Geel | Groen |
| Glastuinbouw | Blauw | Blauw | Geel |
| Akkerbouw | Blauw | Geel | Groen |
| Veenweide | Geel | Groen | Groen |
| Natuurgebieden | Groen | Groen | Groen |
Blauw = 90% maaien Geel = 75% maaien Groen = 50% maaien
Welke sloot welke kleur heeft, kunt u zien via de kaart op onze website.
Controle op onderhoud: de schouw
Het hoogheemraadschap controleert jaarlijks of de sloten, plassen en singels in het gebied goed zijn onderhouden. Dit heet de ‘schouw’.
Is uw sloot niet in orde? Dan vragen wij u eerst om het onderhoud te doen. Doet u dit niet of niet goed, dan kan het hoogheemraadschap het onderhoud doen. U moet dit dan betalen.
Gebruik van het beeldenboek
In dit beeldenboek staat waar sloten aan moeten voldoen tijdens de controle door het waterschap (de schouw). We hebben regels voor het ‘doorstroomprofiel’ (het deel van de sloot waar planten weg moeten zijn om water aan of af te voeren) en voor de ‘natte oevers’ (het deel van de oever dat in het water staat).
Het beeldenboek is voor alle personen en organisaties die betrokken zijn bij het onderhoud van de sloten, en die te maken krijgen met de schouw.
Begrippen
In het voorbeeldprofiel hieronder staan de gebruikte begrippen.

Figuur 3. Voorbeeldprofiel met veel gebruikte begrippen

Figuur 4. Oeverplanten zijn planten die met de wortels in de (water)bodem groeien en altijd boven het water uitsteken.

Figuur 5. Onderwaterplanten zijn planten die grotendeels onderwater groeien. Bloeiende delen steken boven het water uit.

Figuur 6. Drijfbladplanten zijn planten die met hun bladeren op het water drijven. De planten kunnen wortelen in de bodem, maar ze kunnen ook vrij op het water drijven.
Blauwe sloten
Blauwe sloten zijn meestal smaller dan drie meter en bieden weinig ruimte voor planten. Deze sloten liggen in gebieden met veel verharding, zoals in de stad. Hier stroomt het water na een regenbui snel naar de sloot. In gebieden met veel kassen zijn sloten smaller dan zes meter ook blauw.
Schouwbeeld
Op het moment van de schouw (1 november – 15 november) is het doorstroomprofiel bijna niet begroeid met water- en oeverplanten. In de oevers staan wat waterplanten.
Kwaliteitsnorm:
- Maximale begroeiing met waterplanten: 10% van het profiel
- Maximale begroeiing met oeverplanten: 10% van de waterbreedte
- Maximale begroeiing drijfbladplanten: Geen eis
- Duikers, roosters en inlaten (buizen om water een gebied in te laten stromen) zijn vrij van begroeiing.
Hoeveel mag blijven staan per zijde?
Oeverplanten van sloten tot 4 meter breed: Minimaal 25 centimeter brede rand, Maximaal 10% van de waterbreedte.
Oeverplanten van sloten breder dan 4 meter: Minimaal 50 centimeter brede rand, Maximaal 10% van de waterbreedte.

Figuur 7. Schouwbeeld blauwe sloot per oever

Figuur 8. Schouwbeeld blauwe sloot één zijde

Gele sloten
Gele sloten hebben meer ruimte voor planten. Het zijn sloten smaller dan drie meter in veenweide gebied. Ook sloten tussen drie en zes meter breed in stedelijk en akkerbouwgebied zijn geel. In gebieden met veel kassen zijn sloten breder dan zes meter ook geel.
Schouwbeeld
Op het moment van de schouw (1 november – 15 november) is het doorstroomprofiel voor een deel begroeid met water- en oeverplanten.
Kwaliteitsnorm:
- Maximale begroeiing met waterplanten: 20% van het profiel
- Maximale begroeiing met oeverplanten: 15% van de breedte
- Maximale begroeiing drijfbladplanten: Geen eis
- Duikers, roosters en inlaten (buizen om water een gebied in te laten stromen) zijn vrij van begroeiing.
Hoeveel mag blijven staan per zijde?
Oeverplanten van sloten tot 4 meter breed: Minimaal 25 centimeter brede rand, Maximaal 15% van de waterbreedte.
Oeverplanten van sloten breder dan 4 meter: Minimaal 50 centimeter brede rand, Maximaal 15% van de waterbreedte.

Figuur 9. Schouwbeeld gele sloot per oever

Figuur 10. Schouw gele sloot één zijde
Groene sloten
Groene sloten hebben de meeste ruimte voor planten. Dit zijn bredere sloten die liggen in een gebied met veel ruimte om water te bergen zoals veenweide- en natuurgebieden.
Schouwbeeld
Op het moment van de schouw (1 november – 15 november) is het doorstroomprofiel voor een belangrijk deel begroeid met water- en oeverplanten.
Kwaliteitsnorm:
- Maximale begroeiing met waterplanten: 50% van het profiel
- Maximale begroeiing drijfbladplanten: Geen eis
- Duikers, roosters en inlaten (buizen om water een gebied in te laten stromen) zijn vrij van begroeiing.
Hoeveel mag blijven staan aan één of beide zijden?
Oeverplanten van sloten tot 4 meter breed: Minimaal 25 centimeter brede rand, Maximaal 30% van de waterbreedte.
Oeverplanten van sloten breder dan 4 meter: Minimaal 50 centimeter brede rand, Maximaal 15% van de waterbreedte.

Figuur 11. Schouwbeeld groene sloot

Figuur 12. Schouwbeeld groene sloot

Sloten met krabbenscheer
We houden bij de schouw rekening met natuurbescherming zoals in de Omgevingswet staat en in de gedragscode voor waterschappen.
Krabbenscheer
Krabbenscheer is een kenmerkende waterplant voor laagveengebieden. De waterplant is belangrijk voor een goede ecologische waterkwaliteit en als leefgebied voor de beschermde libel (de groene glazenmaker) en de zwarte stern. De aanwezigheid van krabbenscheer betekent een redelijk goede waterkwaliteit.
In het leefgebied van beschermde libellen (waaronder de groene glazenmaker) blijft na onderhoud ten minste 50% van de krabbenscheerplanten staan. De krabbenscheer mag alleen worden verwijderd in de periode van 1 oktober tot 1 december.
Krabbenscheerplanten drijven vanaf de zomer (juni/juli) op het water. Water stroomt meestal onder de planten door. In het najaar zakken de planten naar de waterbodem waardoor water boven de planten kan doorstromen.
Schouwbeeld
Op het moment van de schouw (1 november – 15 november) is een deel van het water en of de waterbodem bedekt met krabbenscheerplanten.
Kwaliteitsnorm:
- De sloot is voor maximaal 50% begroeid met krabbenscheer.

Overhangende takken en struiken
Soms hangen struiken, bomen en takken in of over de sloot. Dit kan de doorstroming van water en het zonlicht tegenhouden. Dat is niet goed voor de aan- en afvoer van water en de waterkwaliteit. Ook kunnen overhangende takken het moeilijk maken om de sloot te bereiken en te onderhouden.
Om onderhoudsmachines te laten passeren zonder risico op schade aan bomen of materieel is het belangrijk om ruimte vrij te houden op en boven de onderhoudsstroken.
Niet alle takken en bomen hoeven weg!
In de praktijk kijken we naar de omstandigheden. Het is niet nodig om een bosplantsoen die tot aan de insteek groeit, te snoeien of te kappen. In die gevallen passen we onze onderhoudswijze aan. Maar als takken vanaf uw tuin of stuk grond onderhoud vanaf het water (of vanaf de overzijde van het water) moeilijk maken, moet de eigenaar deze takken snoeien.
In eigen tuinen zijn geen onderhoudsstroken. Maar ook daar kunnen takken over het water hangen en het onderhoud moeilijk maken.
Om hittestress te voorkomen, en voor schaduw voor waterleven en biodiversiteit, moet er ruimte blijven voor enkele bomen en struiken nabij het water. Overhangende takken zijn belangrijk voor dieren zoals libellen en verschillende vogels zoals de ijsvogel.
Schouwbeeld
Tijdens de schouw wordt gekeken of
Alle wateren: Er takken, bomen of struiken in het water hangen die de doorstroming of het onderhoud blokkeren
Primair water: Er takken, struiken of bomen over het water hangen, die het onderhoud van het water en de oevers moeilijk maken.
Kwaliteitsnorm:
- Er groeien geen takken, bomen of struiken vanaf uw tuin of stuk grond in het water
- Takken en bomen zijn tot minimaal twee meter boven het water gesnoeid of verwijderd
- Takken en bomen die in onderhoudsstroken staan, zijn tot minimaal vier meter gesnoeid of verwijderd

Beschermen van de slootkanten (taluds)
De schuine kant van de sloot tussen land en water noemen we het talud of de oever. Oeverplanten en oeverconstructies zoals beschoeiingen beschermen de oever tegen afkalven. Bij afkalven brokkelt een deel van de oever af. Om de slootkant te beschermen, is het belangrijk om een deel van de oeverplanten te laten staan. Bij het onderhoud knipt u alleen de planten af tot net boven de waterlijn.
Het beschermen van de slootkant is meestal in uw eigen belang. Het gaat om het beschermen van uw eigen stuk grond. Begroeiing op de natte oevers biedt daarnaast enige bescherming tegen graafschade door de rivierkreeft. Ten slotte is een goed begroeide oever goed voor de waterkwaliteit en dieren in en om de sloot.

Foto- en illustratieverantwoording
Tekeningen: Jasper de Ruiter (Tringa paintings)
Illustraties planten in schouwbeelden gegenereerd met Copilot en Dall-E
Tekening krabbenscheer: Bram Rijksen (Tauw)
Onderwaterfoto's figuur 4, 5 en 6: Willem Kolvoort
Overige foto’s: Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK)