Toelichtingen peilbesluit NNN-gebied Bilwijk

Toelichting gedeeltelijke aanpassen peilbesluit NNN-Bilwijk 25 mei 2025

Samenvatting

In de Krimpenerwaard wordt natuur gerealiseerd. Hiervoor zijn een aantal gebieden in de Krimpenerwaard aangewezen als natuurgebieden. Deze gebieden zijn onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). In 2023 heeft HHSK al een herziening van NNN-peilbesluit Bilwijk vastgesteld. Één van de peilgebieden (lintbebouwing Vlist-Westzijde) binnen peilbesluit Bilwijk heeft als hoofdfunctie bebouwing, in tegenstelling tot de overige gebieden van het peilbesluit Bilwijk met vooral een natuurfunctie.

Tijdens de voorbereiding voor de inrichting van natuurgebied Bilwijk, is door HHSK opnieuw gekeken naar de lintbebouwing langs de West-Vlisterdijk. Naar aanleiding van dit proces en signalen uit de omgeving is naar voren gekomen dat de voorgestelde peilopzet uit 2018 (en nogmaals bevestigd in 2023), niet noodzakelijk en mogelijk onverstandig is.

Om het watersysteem robuust te maken is in 2018 beoordeeld of de lintbebouwing langs de West-Vlisterdijk gekoppeld kon worden aan de stedelijke kern van Haastrecht. Dit zou een peilverhoging van zo’n 15 centimeter bekeken. Dit bleek niet haalbaar, en daarom is een tussenliggend peil van -2,17 / -2,12 m NAP voorgesteld. Hiervoor zou een extra stuw geplaatst worden in het kader van de ontwikkeling van NNN-gebied Bilwijk (gepland 2026). Het voorgestelde peil uit het peilbesluit van 2018 is dus nog niet ingesteld.

Bij nadere omgevingsanalyse in 2023-2024 bleek de (beperkte) peilverhoging technisch niet noodzakelijk, en waren er juist zorgen uit de omgeving over een te hoog waterpeil

In het kader van robuustheid is het wel wenselijk om dit peilgebied te koppelen aan een ander peilgebied. De meest logische oplossing is het dan om de voorgestelde peilopzet terug te draaien en het peilgebied in open verbinding te laten met het peilgebied Vlist-Westzijde (-2,26 / -2,21 m NAP. Dit betekent dat er geen maatregelen getroffen hoeven te worden om dit mogelijk te maken en dat de situatie blijft zoals deze nu is.

Er wordt voorgesteld om voor GPG-1464, Lintbebouwing Vlist-Westzijde een waterpeil in te stellen van -2,26 / -2,21 m NAP.

Daarnaast zijn in deze gedeeltelijke herziening enkele peilgebiedgrenzen gecorrigeerd t.o.v. het eerdere besluit, naar aanleiding van specifieke afspraken van het programmabureau veenweiden met grondeigenaren over exacte ligging van peilscheidingen.

1. Inleiding

Het peilbeheer, oftewel het sturen van de waterstand van het oppervlaktewater, is een belangrijke voorwaarde voor het gebruik van een gebied. Het waterpeil is mede bepalend voor de grondwaterstand, die van belang is voor onder meer groei van gewassen, natuurwaarden en de toestand van funderingen. Het waterpeil heeft daarnaast invloed op de ecologische, landschappelijke en cultuurhistorische waarden.

1.1. Aanleiding

In de omgevingsverordening Zuid-Holland is bepaald dat voor alle wateren binnen het beheergebied van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK) peilbesluiten moeten worden vastgesteld, die zijn toegesneden op de actuele situatie. Daarbij zijn in eerste instantie de toegekende bestemmingen in het bestemmingsplan leidend. In peilbesluiten worden de waterpeilen en de kenmerken van het peilbeheer vastgesteld op basis van een integrale afweging van alle belangen in relatie tot oppervlaktewater en het grondwater. Deze afweging vindt plaats op basis van de geldende wettelijke verplichtingen, regelgeving en beleidsuitgangspunten van HHSK die zijn vastgesteld in de Beleidsuitwerking Peilbeheer (maart 2018).

In de Krimpenerwaard wordt natuur gerealiseerd. Hiervoor zijn een aantal gebieden in de Krimpenerwaard aangewezen als natuurgebieden. Deze natuurgebieden zijn onderdeel van het Natuur Netwerk Nederland (NNN).

In 2023 heeft HHSK al een herziening van NNN-peilbesluit Bilwijk vastgesteld. Hierin zijn voornamelijk voortschrijdend inzicht en specifieke aandachtspunten voor de natuurinrichting verwerkt. Tijdens de voorbereiding voor de inrichting van NNN-gebied Bilwijk, is door HHSK opnieuw gekeken naar de lintbebouwing langs de West-Vlisterdijk, dat buiten de natuurontwikkeling valt. Naar aanleiding van dit proces en signalen uit de omgeving is naar voren gekomen dat de voorgestelde peilopzet uit 2018 niet noodzakelijk en mogelijk onverstandig is. In 2018 is voorgesteld om het waterpeil te verhogen om zo het watersysteem robuuster te maken. Om deze redenen is gekozen het peilbesluit gedeeltelijk te herzien.

Van 24 februari tot en met 7 april 2025 heeft het ontwerp van de partiële herziening ter inzage gelegen. Er zijn gedurende deze periode geen zienswijzen ingediend. Ten opzichte van het ontwerp zijn in de definitieve versie van deze toelichting enkele tekstuele correcties doorgevoerd, zonder gevolgen voor de afweging van de waterpeilen.

1.2. Plangebied

Het plangebied voor de partiele herziening van peilbesluit NNN-Bilwijk bestaat volledig uit GPG-1312 en een klein gedeelte van GPG-1299. Het bevat de lintbebouwing langs de West-Vlisterdijk en het gedeelte van de percelen ten zuiden van Haastrecht dat buiten de NNN-bestemming valt.

Daarnaast is de begrenzing in het noordelijke deel aangepast om aan te sluiten bij het peilgebied van Haastrecht. In figuur 1 is het plangebied te zien.

1.3. Leeswijzer

In hoofdstuk 2 is een gebiedsbeschrijving te lezen van het peilgebied. In hoofdstuk 3 is het beleidskader beschreven. De peilafweging is in hoofdstuk 4 te lezen.

2. Gebiedsbeschrijving

Het plangebied van de partiële herziening grenst in het noorden aan de stedelijke kern Haastrecht. Het noordoostelijke deel wordt begrenst door de Vlist. In het zuiden wordt het gebied deels begrensd door de nieuwe NNN-ontwikkeling die nog in uitvoering is, en deels door het peilgebied ‘Vlist-Westzijde’.

2.1. Watersysteembeschrijving

Het peilgebied lintbebouwing Vlist-Westzijde staat op dit moment nog in open verbinding met het grotere peilgebied Vlist-Westzijde (GPG-1202). Het gebied wordt onder andere van water voorzien middels een wateraanvoer uit de kern Haastrecht. In figuur 2 is het huidige watersysteem weergegeven.

Figuur 1 het huidige watersysteem van het peilgebied lintbebouwing Vlist-Westzijde

Wanneer het NNN-gebied Bilwijk gereed is, verandert het watersysteem van dit peilgebied. Van de sloten die op dit moment nog in open verbinding staan met het peilgebied Vlist-Westzijde, blijft er één in open verbinding. Dit is de meest oostelijke watergang langs de West-Vlisterdijk. De andere watergangen worden middels een dam afgesloten van het (hogere) natuurpeil dat in Bilwijk wordt gerealiseerd. Dit is in figuur 2 weergegeven.

Figuur 2 het toekomstig watersysteem van het peilgebied lintbebouwing Vlist-Westzijde

2.2. Grondgebruik

De percelen in het noorden van het gebied, tegen de kern Haastrecht aan, hebben op dit moment nog een agrarische functie. De gemeente voert in samenwerking met projectontwikkelaars een verkenning uit om te kijken in hoeverre woningbouw op deze percelen mogelijk is. De andere percelen in dit gebied hebben een woon-, agrarische of bedrijfsbestemming.

Het plangebied grenst aan de NNN-ontwikkeling Bilwijk, maar is zelf geen onderdeel van de NNN. Dit peilbesluit heeft geen invloed op deze NNN-ontwikkeling.

2.3. Waterveiligheid

Het peilgebied wordt aan de noordoostelijke zijde begrenst door de boezemkering van de Vlist.

2.4. Bodemopbouw

De ondergrond bestaat voornamelijk uit veen. Op enkele plekken ligt er een centimeters dikke kleilaag. Vanwege deze ondergrond is dit gebied zeer gevoelig voor zetting en veenoxidatie.

2.5. Hoogteligging

De maaiveldhoogte in het peilgebied ligt ongeveer tussen de -1,8 en -1,4 m NAP. De agrarische percelen in het noorden van het gebied hebben ongeveer een maaiveldhoogte tussen de -1,8 en -1,6 m NAP. De percelen die worden gebruikt voor wonen of bedrijvigheid in het zuiden liggen iets hoger tussen ongeveer -1,6 en -1,2 m NAP.

3. Beleidskaders

3.1. Nationaal beleid

In artikel 2.41 van de omgevingswet is bepaald dat Waterschappen voor, door de omgevingsverordening bepaalde watergangen, peilbesluiten opstellen. In deze peilbesluiten moeten waterstanden of bandbreedten waarbinnen waterstanden kunnen variëren worden vastgesteld.

3.2. Provinciaal beleid

In artikel 7.5 van de omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland is in aanvulling op de omgevingswet aangegeven voor welke gebieden er een peilbesluit moet worden vastgesteld. Daarnaast moeten deze peilbesluiten actueel zijn.

3.3. Doelen peilbeheer HHSK

In het Waterbeheerplan 2022-2027 heeft HHSK als doel opgenomen: “We houden het gebied bewoonbaar en bruikbaar, voorzien in de waterbehoefte en bevorderen de waterkwaliteit door een afgewogen en energie-efficiënt peilregime”.

Een belangrijk middel om dit doel te bereiken is peilbeheer. HHSK streeft met het peilbeheer de volgende doelen na:

  1. De instandhouding van waterkeringen en waterscheidingen.
  2. Beperken van vernattings- en verdrogingsschade aan functies.
  3. Beperken van bodemdaling, ongewenste kwel en bodeminstabiliteit.
  4. Versterken van de veerkracht en het aanpassingsvermogen van het watersysteem voor extreme omstandigheden, klimaatveranderingen en zeespiegelstijging.
  5. Beschermen en waar mogelijk verbeteren van de ecologische kwaliteit van - in het bijzonder - het water en de oevers.
  6. Beperken van de aan- en af te voeren hoeveelheid water (kosten, energie, ecologie).
  7. Voldoende mogelijkheden en voorzieningen om het water(-peil) onder gewone en buitengewone omstandigheden te kunnen waarborgen.
  8. Een doelmatig en (kosten-)effectief uitvoerbaar peilbeheer; voor nu en later.

Deze doelen worden onder meer vormgegeven in peilbesluiten. Hierin hanteren we voor de waterpeilen en drooglegging strategieën die zo goed mogelijk aansluiten bij het gebruik en de diverse functies van het water en het gebied, ook op de lange termijn.

3.4. Uitgangspunten peilbeheer HHSK

In de vorige paragraaf is beschreven welke doelen HHSK nastreeft voor het peilbeheer. Samengevat houden deze doelen in dat we voor de waterpeilen en de drooglegging strategieën toepassen die zo goed mogelijk aansluiten bij het gebruik en de diverse functies van het water en het gebied, ook op de langere termijn.

De uitgangspunten zijn verder per thema ingedeeld. Daarnaast is een toelichting op het uitgangspunt vermeld waar dat nodig is.

3.4.1. Algemene uitgangspunten

Waar mogelijk kiezen we voor flexibel peilbeheer. Het waterpeil wordt zoveel mogelijk binnen een marge geregeld. Hiermee kan worden ingespeeld op de weersverwachting en kan de beschikbare waterberging zo goed mogelijk worden benut. Een zo natuurlijk mogelijk peilbeheer waardoor de aanvoer van de hoeveelheid water wordt beperkt is gunstig voor de waterkwaliteit. Het flexibele peil wordt als bandbreedte vastgelegd in het peilbesluit.

In stedelijk gebied vindt niet of zeer beperkt peilaanpassing plaats. In stedelijke gebieden (inclusief stedelijk groen, sportvoorzieningen, volkstuinen) is vaak sprake van tegenstrijdige belangen door verschillende funderingstypen, vloer- en terreinhoogten en mogelijke effecten op infrastructuur. De meeste voorzieningen zijn afgestemd op het bestaand waterpeil. De eigenaren en gebruikers dragen zorg voor beheer en onderhoud van zijn/haar perceel, waaronder het ophogen van het perceel.

Gestreefd wordt naar het tenminste niet verslechteren van de situatie voor natuur en milieu door keuzes in dit peilbesluit. Als door peilbeheer positief effect kan optreden op natuurwaarden, wordt dit meegewogen in de peilafweging.

Peilaanpassing moet er niet toe leiden dat het watersysteem niet meer voldoet aan de in de Omgevingsverordening Zuid-Holland uitgewerkte normen voor wateroverlast vanuit watersystemen.

Waar archeologische en cultuurhistorische waarden in het geding zijn zoeken we in overleg met eigenaren, gebruikers, gemeente en provincie naar goede oplossingen om die te beschermen, bijvoorbeeld door afwijkende peilen.

Peilverlaging passen we in principe niet toe. Peilverlaging (het vergroten van de drooglegging door het oppervlaktewaterpeil te verlagen) versterkt de maaivelddaling en leidt tot een verdergaande versnippering en kwetsbaarheid van het watersysteem. Alleen waar een peilverlaging onderdeel uitmaakt van een maatregelpakket dat per saldo gunstig is voor het watersysteem, bijvoorbeeld door het samenvoegen van peilvakken, kan een zekere peilverlaging worden overwogen.

3.4.2. Peilgebieden en peilscheidingen

We streven naar vergroting van de veerkracht en doelmatigheid van het watersysteem door de versnippering van peilgebieden te beperken en te zorgen voor een robuuste inrichting. Hierbij kijken we naar de volgende punten:

» Omvang peilgebieden - Aan de hand van hoogtecijfers, grondgebruik, hydrologische berekeningen, praktijkervaringen en andere informatie zoeken we naar een goede balans tussen de omvang en begrenzing van het peilgebied, het peilregime en de betrokken belangen. Daarbij besteden we ook aandacht aan de gevolgen voor de bodemdaling, kwel en bodemstabiliteit. Waar mogelijk voegen we peilgebieden samen. Verschillen in functie, drooglegging en het daaraan gekoppelde systeemgedrag kunnen aanleiding zijn om een onderverdeling van peilgebieden te overwegen. In streefbeelden geven we eventueel aan waar het wenselijk is om peilgebieden in de toekomst samen te voegen of anders in te richten.

» Peilscheidingen en kunstwerken - De begrenzing tussen peilgebieden wordt gevormd door percelen, gronddammen, keerwanden, stuwen en gemalen. De peilscheidingen moeten het maximale waterpeil kunnen keren, zodat de bergingscapaciteit wordt benut en geen afwenteling plaatsvindt naar andere peilgebieden. Bij het ontwerp van de peilscheidingen en kunstwerken en betrekken we ook de kosten van inrichting, beheer en onderhoud. Water- en energieverlies wordt zoveel mogelijk beperkt.

» Watergangen - Het water van en naar een peilgebied wordt in principe altijd aan- en afgevoerd via een hoofdwatergang . De inlaten, gemalen en stuwen staan in of aan die hoofdwatergang. HHSK onderhoudt de hoofdwatergangen en peilregelende kunstwerken, waardoor het peilbeheer zo goed mogelijk wordt gegarandeerd.

3.4.3. Functieverandering

Het peilbesluit is gebaseerd op de manier waarop de grond nu gebruikt wordt, of op basis van vastgestelde plannen gebruikt zou moeten worden. Dit noemen we de functie van de grond. Bestemmingen in het bestemmingsplan zijn daarbij leidend.

Structurele aanpassingen van het peil in verband met functieveranderingen en ruimtelijke ingrepen worden voor realisatie, wanneer dit kan, vastgelegd in het peilbesluit.

4. Peilafweging

In 2018 is bij een integrale afweging een waterpeil van FLEX -2,17 / -2,12 m NAP vastgesteld. Op basis van vernieuwde inzichten en zorgen uit de omgeving, blijkt dat de juistheid en uitvoerbaarheid van de conclusies uit dit onderzoek twijfelachtig is. Daarom is er opnieuw naar de peilafweging gekeken en is HHSK tot een andere conclusie gekomen dan in 2018.

4.1. Afweging uit 2018

De conclusies uit het bebouwingsonderzoek kunnen worden onderverdeeld in twee delen. Enerzijds de afweging wat betreft de drooglegging en funderingen en anderzijds de gebiedsinrichting zoals dit in 2018 was voorzien.

4.1.1. Drooglegging en funderingen

Uit het bebouwingsonderzoek blijkt dat het waterpeil van FLEX -2,24 / -2,19 m NAP, nagenoeg de optimale drooglegging geeft voor de bebouwing langs de West-Vlisterdijk. Alle woningen hebben een drooglegging groter dan 0,75 meter. Bij deze drooglegging zijn er geen nadelige effecten op funderingen. Vanuit deze conclusies volgt de aanbeveling op het huidige peil te handhaven (FLEX -2,24 / -2,19 m NAP)[1].

4.1.2. Gebiedsinrichting

In het kader van robuustheid van het watersysteem is aanbevolen om de lintbebouwing te koppelen aan de kern Haastrecht. Hierbij is uitgegaan van een waterpeil van -2,17 / -2,12 m NAP voor de kern Haastrecht. Uit deze conclusie volgt de aanbeveling om het waterpeil te verhogen en te koppelen aan de kern Haastrecht.

4.1.3. Onjuistheden bebouwingsonderzoek

Na herevaluatie van deze conclusies en aanbevelingen is er een onjuistheid gevonden in het waterpeil van de kern Haastrecht. Hiervan is het waterpeil -2,08 m NAP in plaats van FLEX -2,17 / -2,12 m NAP. In het peilbesluit uit 2018 is hierdoor een nieuw peilgebied ontstaan (Lintbebouwing Vlist-Westzijde). Hierdoor is het voornemen om het watersysteem robuuster te maken dus teniet gedaan. Er ontstaat juist een extra peilgebied, wat ongunstig kan zijn voor de waterkwaliteit, beheer en onderhoud.

4.1. Afweging heden

Kijkende naar huidige waterstanden en zorgen uit de omgeving, enkele bewoners maken zich zorgen over toenemende kans op wateroverlast bij hogere slootwaterstanden, is het onwenselijk om alleen in het kader van robuustheid dit peilgebied te koppelen aan de kern Haastrecht. Het voorgestelde waterpeil zou dan worden verhoogd naar -2,08 m NAP. Dit zou betekenen dat de drooglegging van de laagstgelegen woning dan 0,56 meter wordt.

In het kader van robuustheid is het wel wenselijk om dit peilgebied te koppelen aan een ander peilgebied. Het meest logisch is het dan dus om de voorgestelde peilopzet terug te draaien en het peilgebied in open verbinding te laten met het peilgebied Vlist-Westzijde (-2,26 / -2,21 m NAP).

Daarnaast was er aanleiding om de ligging van de peilgebiedgrens in peilbesluit Bilwijk te corrigeren, naar aanleiding van specifieke afspraken van het programmabureau veenweiden met grondeigenaren over exacte ligging van peilscheidingen. Ook deze wijzigingen zijn in deze partiele herziening verwerkt.

4.2. Conclusie

De voorgestelde peilopzet uit 2018 wordt ingetrokken. Voor het peilgebied Vlist-Westzijde wordt een waterpeil voorgesteld van FLEX -2,26 / -2,21 m NAP. Dit is het waterpeil wat op dit moment ook wordt gevoerd in het gebied. Het gebied met de lintbebouwing blijft in open verbinding met peilgebied Vlist-Westzijde.

4.3. Effecten

De voorgestelde grensaanpassingen en peilaanpassingen ten opzichte van het peilbesluit uit 2023 leiden tot de volgende effecten:

Natuurontwikkeling

Er worden geen effecten verwacht op de natuurontwikkeling in het naastgelegen peilgebied.

Fysisch-chemische waterkwaliteit

De voorgestelde wijzigingen hebben een positieve invloed op de fysisch-chemische waterkwaliteit omdat de robuustheid van het watersysteem wordt vergroot.

Ecologische kwaliteit

De voorgestelde wijzigingen hebben een positieve invloed op de ecologische kwaliteit omdat de robuustheid van het watersysteem wordt vergroot.

Bodemdaling

Eventuele positieve effecten van de peilopzet uit 2018 en 2023 op de bodemdaling worden teniet gedaan. Ten opzichte van het peilbesluit uit 2023 is dit dus een negatief effect. Omdat het een smalle strook direct langs de Vlist betreft, wordt het effect hiervan als gering ingeschat.

Waterhuishouding

De voorgestelde wijzigingen hebben een positieve invloed op de waterhuishouding omdat de robuustheid van het watersysteem wordt vergroot.

Bebouwing en wegen

De voorgestelde wijzigingen hebben een positief effect op de woningen en grondgebruik in het gebied.

Waterkeringen

De voorgestelde wijzigingen hebben geen effect op de waterkering.

Kabels en leidingen

De voorgestelde wijzigingen hebben geen effect op kabels en leidingen in de ondergrond.

4.4. Beheermarge

De waterpeilen zoals omschreven in de voorgaande paragrafen zijn de waterpeilen die worden gehandhaafd binnen dit peilbesluit. Deze waterpeilen gelden onder normale omstandigheden. Fluctuaties als gevolg van aan- en afvoer van water, weersomstandigheden zoals hevige regenval en opwaaiing kunnen voorkomen. Bij het peilbeheer wordt ernaar gestreefd dat het in het peilbesluit vastgelegde waterpeil als gemiddelde van deze fluctuaties wordt bereikt. De grootte van de marges is afhankelijk van de kenmerken van het peilgebied. Belangrijke aspecten hierbij zijn de grootte van het peilgebied, de locatie van een gemaal (met aan- en afslagpeil) en de locatie en kenmerken van stuwen en inlaten. Daarnaast spelen ook de afmetingen en de begroeiing van de (hoofd)watergangen met de daarin aanwezige duikers en bruggen een rol.

4.5. Schouwpeil

Het schouwpeil is het referentieniveau voor de controle van de waterdiepte. In de peilgebieden waar een flexibel waterpeil wordt vastgelegd, is het schouwpeil gelijk aan de ondergrens van de bandbreedte.

Het schouwpeil is opgenomen in het peilbesluit.

Begrippenlijst

Afwijkend peil

Zie Peilafwijking.

Bandbreedte

Het verschil tussen een boven- en ondergrens, bijvoorbeeld bij een flexibel waterpeil.

Beheermarge

De beheermarge is de tijdelijke afwijking van het waterpeil in een peilgebied die optreedt als gevolg van natuurlijke verschijnselen en ingrepen die nodig zijn om het streefpeil te handhaven. Voorbeelden hiervan zijn: tijdelijk verhang door aan en uitzetten van het gemaal, verhoging van het waterpeil tijdens wateraanvoer of door opwaaiing of afwaaiing.

Bodemdaling

Zie maaivelddaling.

Drooglegging

Het hoogteverschil tussen de waterspiegel/het waterpeil in een waterloop en het naastgelegen grondoppervlak/maaiveld.

Flexibel peil

Een peilregime waarin een waterstand tussen een vastgestelde onder- en bovengrens wordt nagestreefd. Dit kan op verschillende manieren ingevuld worden.

Hoogwatervoorziening

Vergunde peilafwijking waar een hoger waterpeil wordt gevoerd dan in het vastgestelde peilgebied. Ook “opmaling” genoemd.

Indexatie

Zie “peilindexatie”.

Maaivelddaling

De mate waarin de bovenkant van de bodem daalt in een bepaalde tijd. Diverse processen kunnen de daling veroorzaken.

Onderbemaling

Vergunde peilafwijking waar een lager waterpeil wordt gevoerd dan in het vastgestelde peilgebied.

Ontwateringsdiepte

Het verschil tussen het maaiveld (bovenzijde grond) en de grondwaterstand op dat punt.

Opmaling

Vergunde peilafwijking waar een hoger waterpeil wordt gevoerd dan in het vastgestelde peilgebied. Ook “hoogwatervoorziening” genoemd.

Peil

Hoogte van het oppervlaktewater ten opzichte van NAP (Normaal Amsterdams Peil). Ook “waterpeil” genoemd.

Peilafweging

Afweging op welke hoogte het waterpeil ingesteld moet worden.

Peilafwijking

Een afgebakend gedeelte van een peilgebied waarvoor een watervergunning van toepassing is voor een van het peilbesluit afwijkend waterpeil. Dit kan een opmaling of hoogwatervoorziening zijn bij een hoger peil. Of een onderbemaling bij een lager peil.

Peilbeheer

Inspanningsverplichting voor het beheren van het waterpeil van het oppervlaktewater in een bepaald gebied, gericht op het handhaven van het vastgestelde peilregime of waterhoogte binnen de vastgestelde bandbreedte.

Peilbesluit

Besluit van een waterschap over de hoogte van het waterpeil.

Peilbesluitgebied

Het gebied waar een besluit van een waterschap over de hoogte van het waterpeil in oppervlaktewater van kracht is.

Peilgebied

Een peilgebied is een waterstaatkundige eenheid waarbinnen hetzelfde waterpeil of peilregime wordt beheerd.

Peilfixatie

Het gelijk houden van het waterpeil ten opzichte van NAP, ook als er sprake is van maaivelddaling.

Peilindexatie

Geleidelijke aanpassing van het waterpeil aan een verandering, zoals de maaivelddaling.

Peilscheiding

Een peilscheiding is een dam, stuw, overstort- of doorlaatconstructie of natuurlijke hoogteligging die twee peilgebieden van elkaar scheidt.

Schouwpeil

In het peilbesluit vastgesteld waterpeil dat het referentieniveau is voor het voeren van de schouw, het afhandelen van vergunningen en het uitvoeren van onderhoud aan watergangen. Bij een flexibel waterpeil wordt in principe de ondergrens aangehouden als schouwpeil.

Veenoxidatie

De afbraak van venig materiaal in de bodem als er zuurstof bij het veen kan komen.

Vigerend peilbesluit

Het op het moment van schrijven (van deze toelichting) officieel van toepassing zijnde peilbesluit.

Waterpeil

Vastgelegde hoogte van het oppervlaktewater ten opzichte van NAP (Normaal Amsterdams Peil). Ook “peil” genoemd.

Waterstand

Hoogte van het oppervlaktewater op een bepaald moment ten opzichte van NAP (Normaal Amsterdams

[1] Het waterpeil van -2,24 / -2,19 m NAP werd in 2018 gevoerd. Het waterpeil in 2025 is vanwege indexatie -2,26 / -2,21 m NAP

Toelichting peilbesluit Bilwijk 14 februari 2023

1. Inleiding

1.1. Aanleiding

Het belang van peilbeheer

Het peilbeheer, oftewel het sturen van de waterstand van het oppervlaktewater, is een belangrijke voorwaarde voor het gebruik van een gebied. Zeker in een waterrijk gebied dat onder de zeespiegel ligt zoals de Krimpenerwaard. Het waterpeil is mede bepalend voor de grondwaterstand, die van belang is voor onder meer de groei van gewassen, natuurwaarden en de toestand van funderingen. Het waterpeil heeft invloed op de ecologische, landschappelijke en cultuurhistorische waarden.

Bestuurlijke en juridische context: het peilbesluit

In de omgevingsverordening Zuid-Holland is bepaald dat voor alle wateren binnen het beheergebied van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK) peilbesluiten moeten worden vastgesteld, die zijn toegesneden op de actuele situatie. Daarbij zijn in eerste instantie de toegekende bestemmingen in het bestemmingsplan leidend. In peilbesluiten worden de waterpeilen en de kenmerken van het peilbeheer vastgesteld op basis van een integrale afweging van alle belangen in relatie tot oppervlaktewater en het grondwater. Deze afweging vindt plaats op basis van de geldende wettelijke verplichtingen, regelgeving en beleidsuitgangspunten van HHSK die zijn vastgesteld in de Beleidsuitwerking Peilbeheer (maart 2018).

Natuurontwikkeling in de Krimpenerwaard

In de Krimpenerwaard ligt sinds de vaststelling van het Nationaal Natuurbeleidsplan in 1990 een grote natuuropgave. Sindsdien is in verschillende gebiedsprocessen gewerkt aan de vormgeving en realisatie van die natuuropgave, destijds onderdeel van de zogenaamde Ecologische Hoofdstructuur en tegenwoordig onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN).

Eind 2014 hebben de Provincie Zuid-Holland (PZH), de voormalige gemeenten van de Krimpenerwaard en het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK) de Gebiedsovereenkomst Veenweiden Krimpenerwaard ondertekend. In deze overeenkomst staan concrete afspraken over de realisatie van het Natuurnetwerk Nederland in de regio met de verschillende partijen.

Een van de gebieden waar deze gebiedsovereenkomst over gaat, is gebied Bilwijk.

Voor de wijziging van bestemming van het nieuw in te richten gebied heeft de gemeente een bestemmingsplan vastgesteld (gemeente Krimpenerwaard, 2019). Voor het mogelijk maken van de waterstandsverandering heeft het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard zes peilbesluiten vastgesteld (HHSK, 2018). Peilbesluit Bilwijk is één van deze zes peilbesluiten.

Kleine grenswijzigingen van de NNN-gebieden, een beter inzicht in het watersysteem, actuele inzichten over de termijn van realisatie van de natuurinrichting, een beroepsprocedure over peilgebiedsgrenzen en beter inzicht in de gewenste waterstanden voor de in te richten natuur hebben ertoe geleid dat het peilbesluit aangepast wordt.

Plangebied

Het plangebied voor peilbesluit Bilwijk 2022 is in figuur 1 weergegeven.

2. Gebiedsbeschrijving

Gebiedskenmerken, functies en ontwikkelingen van het gebied zijn mede bepalend voor het te voeren peilbeheer en peilafwegingen. We beschrijven in dit hoofdstuk kenmerken die van invloed zijn op de peilafwegingen.

Deze gebiedsbeschrijving gaat specifiek in op het gebied
Bilwijk. Voor een meer algemene toelichting op de NNN-Krimpenerwaard en de gebiedskenmerken in relatie tot het peilbeheer wordt verwezen naar de ‘Toelichting peilbesluiten NNN Krimpenerwaard (2018).

2.1. Ligging en grondgebruik

De Krimpenerwaard ligt tussen de rivieren Lek, Hollandsche IJssel en het veenstroompje de Vlist. Ten noorden van het gebied ligt Gouda, in het westen Krimpen aan den IJssel en aan de zuidoostkant de kern Schoonhoven. Het gebied heeft een oppervlakte van ca. 14.200 ha. Het peilbesluitgebied ligt ten westen en ten zuiden van Haastrecht, tussen de Vlist en de N207.

Huidig grondgebruik

Het huidig grondgebruik anno 2023 is hoofdzakelijk agrarisch grasland en natuur. In het oosten en het westen van het peilbesluitgebied zijn al een aantal natuurgebieden gerealiseerd in 2009.

Grondgebruik op basis van bestemmingsplan

In het bestemmingsplan Veenweiden Krimpenerwaard (onherroepelijk sinds juni 2021) heeft het gebied Bilwijk de bestemming natuur. Daarnaast is de dubbelbestemming archeologische waarden (met verschillende gradaties) en de deels de gebiedsaanduiding stiltegebied toegekend. Aan enkele percelen is de bestemming ‘agrarisch met waarden’ toegekend.

Natuurdoelstellingen

Voor het NNN in de Krimpenerwaard is in de Gebiedsovereenkomst Krimpenerwaard (2014) en het Natuurbeheerplan van de Provincie Zuid-Holland (2018) een bepaalde verhouding in natuurtypen bepaald. Deze verhouding is grofweg in te delen in:

Waternatuur komt binnen alle natuurtypen voor in de vorm van sloten, vaarten, plassen en poelen. Bij de lokalisatie van de verschillende natuurtypen is het van belang de beste potenties te benutten, maar ook om een (natte)verbindingszone voor soorten te creëren door het gebied heen. Veel soorten van vochtige en natte graslanden, zowel flora als fauna, zijn slechte verspreiders. Door het creëren van een natuurlint van natte, soortenrijke graslanden en moerasstapstenen, ontstaan er leefgebied en mogelijkheden voor (genetische) uitwisseling voor deze slechte verspreiders.

Hoewel de procentuele onderverdeling van de natuurtypen de indruk wekt dat ze strikt gescheiden zijn, is er op landschapsniveau op veel plekken een overlap tussen de typen. Zo profiteren weidevogels van botanische graslanden en komen er in de oude beboste blokboezems vaak ook botanische graslanden voor. De hoofddoelen zijn vertaald naar doelen per perceel en watergang (zogenaamde natuurbeheertypen).

De natuurdoelstelling is nader vormgegeven in het Inrichtingsplan Krimpenerwaard, wat ook een bijlage is bij het bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard. De natuurdoelen voor Bilwijk zijn weergegeven in figuur 2.

Ook kent het gebied specifieke waternatuurdoelen. Het watersysteem heeft de status KRW-waterlichaam (‘natuurgebieden zuid’). De ecologische doelstellingen, uitgesplitst in doelen voor waterplanten, macrofauna en vis zijn door de provincie Zuid-Holland vastgelegd. Over de voortgang van realisatie van deze doelen rapporteert de waterbeheerder HHSK naar de Rijksoverheid, en Nederland naar de Europese Commissie.

2.2. Peilbeheer

Peilbeheer in 2023

Het peilbesluitgebied NNN-Bilwijk is in 2023 onderdeel van een overgangsperiode, waarin de peilen veelal gelijk zijn aan een aangrenzend gebied. Het gebied ligt deels in peilgebied Bergambacht. Het meest westelijke deel heeft het peil van peilgebied Stolwijk en Berkenwoude. Een deel aan de oostzijde heeft het peil van Beneden Haastrecht. Het bestaande peilgebied Laag-Bilwijk valt volledig binnen het NNN-peilbesluit.

In het peilbesluit uit 2018 is opgenomen dat, tot instelling van het peil voor de natuurfunctie, er een overgangssituatie van kracht is. Op dit moment worden in de volgende peilgebieden, dit overgangspeil gevoerd:

Beoogd peilbeheer op basis van geldend peilbesluit

In het peilbesluit van 2018 is er per peilgebied een specifiek waterpeil vastgesteld voor het te voeren peil na inrichting van de natuurgebieden. De peilgebiedsgrenzen van dit peilbesluit zijn anders dan de peilbesluiten uit 2011. volgende peilgebieden en waterpeilen zijn in 2018 vastgesteld:

3. Beoogde situatie

3.1. Inleiding

In dit hoofdstuk worden de natuur- en wateropgave voor gebied Bilwijk beschreven op basis van de in 2021 binnen het programma Veenweiden opgedane inzichten. Hierbij worden specifiek de veranderingen belicht ten opzichte van de uitgangspunten die ten grondslag lagen aan de in 2018 en 2016 genomen peilbesluiten. Vervolgens wordt op basis van deze uitgangspunten in hoofdstuk 4 een peilvoorstel gedaan.

3.2. Watersysteemvereisten

In het NNN-gebied Bilwijk worden met name de natuurbeheertypen kruiden- en faunarijk grasland, vochtig weidevogelgrasland, nat schraalland en moeras gerealiseerd. Deze vallen onder de natuurdoelen botanische natuur en kleinschalige landschapselementen. Om deze natuurdoelen te realiseren moet het gebied aan diverse randvoorwaarden voldoen. In het inrichtingsplan Krimpenerwaard zijn deze beschreven. De randvoorwaarden zijn hieronder verder toegelicht.

Drooglegging percelen

De natuur op de percelen is sterk afhankelijk van de grondwaterstand, welke weer mede wordt bepaald door de drooglegging. Per natuurdoel is een bepaalde drooglegging gewenst:

Botanische natuur

In de visie op het natuurgebied in de Krimpenerwaard (strategiegroep Veenweidepact, 2007) is de relatie tussen gewenste grondwaterstanden en oppervlaktewaterpeilen verder uitgewerkt voor de graslanden. De wenspeilen voor het oppervlaktewaterpeil zijn voor graslanden gezamenlijk een winterpeil tussen 0 en 30 cm min maaiveld en een zomerpeil tussen 15 en 45 cm min maaiveld.

Voor de realisatie van de botanische doelen is het ook nodig de veraarde en fosfaatrijke bovenlaag te verwijderen. Daarvoor is gepland percelen te gaan afplaggen. De plagdiepte is per perceel bepaald op basis van bodemonderzoek. De beoogde drooglegging wordt dus zowel bepaald door de plagdiepte als het oppervlaktewaterpeil.

Weidevogeldoelen

Een beperkte drooglegging in combinatie met (kleine) verschillen in hoogteligging van het maaiveld leidt tot verschillen in grasgroei en daarmee tot broedgelegenheid voor verschillende weidevogelsoorten. Ook in de kuikenperiode zal de grasvegetatie een structuur hebben die veel geschikter is om in te foerageren dan die van vegetaties op gangbaar beheerde percelen. Een beperkte drooglegging in het voorjaar (0 – 0,20 m) zorgt voor een relatief trage groeisnelheid van het gras, waardoor het gras ook voor de weidevogelkuikens een geschikt opgroeigebied is.
In het peilbesluit in 2018 was uitgegaan van een voorjaarsdrooglegging van 15-30 cm. Onderzoek elders in Nederland en ook het evaluatie-onderzoek binnen de Krimpenerwaard (Polder De Nesse en Berkenwoudse Driehoek) heeft echter uitgewezen dat voor ‘goed weidevogelgrasland’ met bijbehorende doelsoorten een maximale voorjaarsdrooglegging van 20 cm beter past.

Kleinschalige landschapselementen

Binnen het natuurtype kleinschalige landschapselementen komen verschillende natuurbeheertypen voor die kunnen verschillen in hun eisen ten aanzien van de drooglegging. Bestaande landschapselementen als eendenkooien en geriefbosjes vereisen in de meeste gevallen geen peilaanpassing. Nieuwe landschapselementen als moeras of ruigteveld kunnen aanleiding geven tot specifieke wensen voor het peilbeheer vooral voor de beheerbaarheid en het voorkomen van verbossing.

Per natuurbeheertype is aan de hand van de gewenste grondwaterstanden een onder en bovengrens bepaald voor de optimale drooglegging door het seizoen heen. In tabel 1 zijn de meest kritische en meest voorkomende natuurbeheertypen weergegeven met de bijbehorende gewenste onder en bovengrens van drooglegging voor dat type. Voor de waternatuur is de drooglegging ook van belang i.v.m. de afbraak van veen en de daarbij vrijkomende stoffen (stikstof, fosfaat, sulfaat).

Tabel 1, gewenste drooglegging van de meest kritische natuurbeheertypen.
vochtig hooiland
(N10.02)
kruiden- en faunarijkgrasland
(N12.02)
Nat schraalland (N10.01) Vochtig weidevogelgrasland (N13.01)
winter zomer winter zomer
0 tot 0,20 meter 0,20 tot 0,30 meter 0,15 tot 0,30 meter 0,30 tot 0,45 meter

Door aanpassen van het waterpeil kan gebiedsbreed de gewenste drooglegging zo goed mogelijk worden benaderd. Hiervoor is een eigen watersysteembegrenzing nodig per peilgebied.

Om de natuurbeheertypen vochtig hooiland en nat schraalland te verkrijgen is het soms nodig om de voedselrijke bovenlaag te verwijderen door te plaggen.

Waterkwaliteit

Voor de waternatuurdoelen en in mindere mate ook de landnatuurdoelen is de waterkwaliteit een randvoorwaarde. Om de waterkwaliteit te verbeteren is vermindering van de voedselrijkdom nodig. Dit gebeurt o.a. door het verminderen van de mestgift, het aanpassen van de drooglegging en door te plaggen.

Peilfluctuatie

Naast de hoogte van het peil, is de variatie van de peilhoogte door het seizoen heen van belang. Een natuurlijk peilverloop gaat uit van een hoge (grond)waterstand in het voorjaar (februari/maart) en een lage (grond)waterstand aan het einde van de zomer (juli/augustus). Hoge (grond)waterstanden vertragen de grasgroei en zorgen voor de juiste vochttoestand in de percelen voor het realiseren van de natuurdoelen. Ook de ontwikkeling van waardevolle oevervegetatie is gebaat bij een natuurlijke fluctuatie over de seizoenen. Deze peilfluctuatie wordt zoveel als mogelijk gestuurd door neerslag en verdamping, maar moet waar nodig worden bijgestuurd door het in- en uitlaten van water. Voor het vasthouden van schoon regenwater en het beperken van inlaat van water van buiten het gebied is een ruime peilmarge nodig. Als algemene richtlijn geldt een marge van ca. 15 cm.

Aanvoer van schoon water

Hoewel de aanvoerbehoefte van water met voorgaande aanpak wordt beperkt, zal aanvoer van water nodig blijven. Voor de waternatuur is daarbij vooral het fosfaatgehalte bepalend.

4. Peilafweging

4.1. Doelstellingen peilbeheer

De aangewezen functie van NNN-gebied Bilwijk is natuur. De primaire doelstellingen van het peilbeheer in Bilwijk zijn het versterken van de waternatuur, het verder ontwikkelen van de huidige weidevogelpopulatie en het ontwikkelen van botanische waarden. Voor de natuur op het land ligt de focus op het ontwikkelen van vochtig hooiland, nat schraalland, kruiden- en faunarijk grasland en vochtig weidevogelgrasland.

Voor de waternatuur is het streven het versterken van de ecologische kwaliteit (planten, macrofauna en vis) horend bij de veensloten. Het peilbeheer moet bijdragen aan het behalen van het Goed Ecologisch Potentieel (GEP) conform de KRW.

HHSK streeft ernaar om via het peilbeheer bij te dragen aan het beperken van bodemdaling in het veenweidegebied. Omdat veenafbraak vooral in drogere periodes plaatsvindt, wanneer de grondwaterspiegel uitzakt, is daarvoor vooral het peilbeheer in het zomerhalfjaar van belang.

4.2. Peilgebieden

4.2.1. Peilgebied GPG-1298 – Laag Bilwijk

Vigerend waterpeil: -2,15 meter / -2,08 meter NAP

Beoogd waterpeil: -2,15 meter / -2,08 meter NAP

Dit peilgebied bevat één grenswijziging. In het peilbesluit uit 2018 stonden de percelen behorende bij de woning in Peilgebied GPG-1309, en daarmee de peilgebiedsgrens, niet goed ingetekend. In dit peilbesluit worden deze grenzen aangepast. Deze grenswijziging is weergegeven in bijlage 6. Het waterpeil in dit peilgebied wijzigt niet ten opzichte van het, in 2018 genomen, peilbesluit.

4.2.2. Peilgebied GPG-1308 – Bilwijkerweg 1

Vigerend waterpeil: -2,24 meter / -2,19 meter NAP

Beoogd waterpeil: -2,26 meter / -2,21 meter NAP

GPG-1308 is in dit peilbesluit administratief gezien een apart peilgebied maar in de praktijk is het dat niet. Dit peilgebied staat namelijk in open verbinding met het peilgebied Stolwijk en Berkenwoude. Zodra het peilbesluit Stolwijk en Berkenwoude wordt herzien, wordt dit peilgebied toegevoegd aan het peilgebied Stolwijk en Berkenwoude. Het waterpeil in dit peilgebied wordt gelijk aan het waterpeil in peilgebied Stolwijk en Berkenwoude, namelijk -2,26 / -2,21 m NAP.

In het peilbesluit uit 2018 stond een verkeerd waterpeil weergegeven voor het peilgebied Stolwijk en Berkenwoude. Het juiste waterpeil wordt in dit peilbesluit vastgesteld.

4.2.3. Peilgebied GPG-1309 – Bilwijkerweg 2

Vigerend waterpeil: -2,26 m / -2,21 m NAP

Beoogd waterpeil: -2,26 m / -2,21 m NAP

GPG-1309 is in dit peilbesluit administratief gezien een apart peilgebied maar in de praktijk is het dat niet. Dit peilgebied staat namelijk in open verbinding met het peilgebied Stolwijk en Berkenwoude. Zodra het peilbesluit Stolwijk en Berkenwoude wordt herzien, wordt dit peilgebied toegevoegd aan het peilgebied Stolwijk en Berkenwoude. Het waterpeil in dit peilgebied wordt gelijk aan het waterpeil in peilgebied Stolwijk en Berkenwoude, namelijk -2,26 / -2,21 m NAP.

In het peilbesluit uit 2018 stonden de percelen behorende bij de woning in dit peilgebied, en daarmee de peilgebiedsgrens niet goed ingetekend. In dit peilbesluit is dit aangepast. Dit is weergegeven in bijlage 6.

4.2.4. Peilgebied GPG-1355 – Natte as Vlist Westzijde

Vigerend waterpeil: -2,35 m / -2,30 m NAP

Beoogd waterpeil: -2,35 m / -2,20 m NAP

Dit peilgebied is nieuw ten opzichte van het peilbesluit uit 2018. De reden om dit peilgebied te realiseren is het specifieke natuurdoel in dit gebied (de Natte As), namelijk Veenmoeras. Hiervoor is hoger waterpeil nodig met een grote bandbreedte. Om dit gebied van water te voorzien is een aanvoersloot toegevoegd ten zuiden van dit gebied. Deze loopt door tot de Bilwijkerweg, waar de inlaat goed bereikbaar is voor beheer en onderhoud. Het waterpeil in dit peilgebied wordt aan de bovenkant van de bandbreedte vergroot naar -2,35 / -2,20 m NAP.

4.2.5. Peilgebied GPG-1297 – Beneden Haastrecht

Vigerend waterpeil: -2,35 m / -2,30 m NAP

Beoogd waterpeil: -2,35 m / -2,30 m NAP

In dit peilgebied veranderen alleen de grenzen. Door het midden van het plangebied tot de Korte Tiendweg wordt een strook (Natte As) aan GPG-1355 toegevoegd. Het waterpeil in peilgebied GPG-1297 blijft zoals in 2018 besloten:

-2,35 / -2,30 meter NAP.

4.2.6. Peilgebied GPG-1299 - Vlist Westzijde

Vigerend waterpeil: -2,15 meter / -2,08 meter NAP

Beoogd waterpeil: -2,15 meter / -2,08 meter NAP

In dit peilgebied wordt de begrenzing in het noorden aangepast. Hier liggen een aantal percelen van een agrariër die buiten de NNN-begrenzing vallen. In het besluit van 2018 waren deze percelen onderdeel van peilgebied GPG-1299. Om aan te sluiten aan het gewijzigd bestemmingsplan dat in 2018 is aangepast wordt het gebied bij GPG-1312 toegevoegd. Deze grenswijziging is in bijlage 6 weergegeven. In dit peilgebied blijft het waterpeil zoals in 2018 besloten: -2,15 / -2,08 m NAP.

4.2.7. Peilgebied GPG-1312 – Lintbebouwing Vlist Westzijde

Vigerend waterpeil: -2,17 meter / -2,12 meter NAP

Beoogd waterpeil: -2,17 meter / -2,12 meter NAP

In dit peilgebied wordt een gedeelte van GPG-1299 toegevoegd vanwege de wijziging in het bestemmingsplan waardoor deze percelen buiten de natuurontwikkeling vallen. Deze grenswijziging is te zien in bijlage 6. Het waterpeil in dit peilgebied blijft gelijk als in 2018 besloten: -2,17 tot -2,12 m NAP.

4.3. Afwijkende peilen

In het peilbesluitgebied liggen geen peilafwijkingen.

4.4. Effecten

De voorgestelde grensaanpassingen en peilaanpassingen ten opzichte van het peilbesluit uit 2018 leiden tot de volgende effecten:

Natuurontwikkeling

De voorgestelde wijzigingen hebben een positief effect op de natuurdoelstellingen.

Fysisch-chemische waterkwaliteit

De voorgestelde wijzigingen hebben een positief effect op de fysisch-chemische waterkwaliteit doordat in enkele gebieden door de vergroting van de bandbreedte langer regenwater kan worden vastgehouden.

Ecologische kwaliteit

De voorgestelde wijzigingen hebben een positief effect op de ecologische kwaliteit.

Bodemdaling

De inrichting van peilgebied GPG-1355 heeft een positief effect op het tegengaan van bodemdaling. Het waterpeil in GPG-1355 wordt verhoogd ten opzichte van het peilbesluit uit 2018.

Waterhuishouding

Er komt een peilgebied bij (GPG-1355) met bijbehorende kunstwerken.

Bovengrondse infrastructuur

De voorgestelde wijzigingen hebben geen effect op de bovengrondse infrastructuur.

Kabels en leidingen

De voorgestelde wijzigingen hebben geen effect op kabels en leidingen in de ondergrond.

Er zijn geen overige effecten te verwachten van de wijzigingen ten opzichte van het in 2018 vastgestelde peilbesluit.

4.5. Beheermarge

De waterpeilen zoals omschreven in de voorgaande paragrafen zijn de waterpeilen die worden gehandhaafd binnen dit peilbesluit. Deze waterpeilen gelden onder normale omstandigheden. Fluctuaties als gevolg van aan- en afvoer van water, weersomstandigheden zoals hevige regenval en opwaaiing kunnen voorkomen. Bij het peilbeheer wordt ernaar gestreefd dat het in het peilbesluit vastgelegde waterpeil als gemiddelde van deze fluctuaties wordt bereikt. De grootte van de marges is afhankelijk van de kenmerken van het peilgebied. Belangrijke aspecten hierbij zijn de grootte van het peilgebied, de locatie van een gemaal (met aan- en afslagpeil) en de locatie en kenmerken van stuwen en inlaten. Daarnaast spelen ook de afmetingen en de begroeiing van de (hoofd)watergangen met de daarin aanwezige duikers en bruggen een rol.

4.6. Schouwpeil

Het schouwpeil is het referentieniveau voor de controle van de waterdiepte. In de peilgebieden waar een flexibel waterpeil wordt vastgelegd, is het schouwpeil gelijk aan de ondergrens van de bandbreedte.

Het schouwpeil is opgenomen in het peilbesluit.

Begrippenlijst

Afwijkend peil

Zie Peilafwijking.

Bandbreedte

Het verschil tussen een boven- en ondergrens, bijvoorbeeld bij een flexibel waterpeil.

Beheermarge

De beheermarge is de tijdelijke afwijking van het waterpeil in een peilgebied die optreedt als gevolg van natuurlijke verschijnselen en ingrepen die nodig zijn om het streefpeil te handhaven. Voorbeelden hiervan zijn: tijdelijk verhang door aan en uitzetten van het gemaal, verhoging van het waterpeil tijdens wateraanvoer of door opwaaiing of afwaaiing.

Bodemdaling

Zie maaivelddaling.

Drooglegging

Het hoogteverschil tussen de waterspiegel/het waterpeil in een waterloop en het naastgelegen grondoppervlak/maaiveld.

Flexibel peil

Een peilregime waarin een waterstand tussen een vastgestelde onder- en bovengrens wordt nagestreefd. Dit kan op verschillende manieren ingevuld worden.

Hoogwatervoorziening

Vergunde peilafwijking waar een hoger waterpeil wordt gevoerd dan in het vastgestelde peilgebied. Ook “opmaling” genoemd.

Indexatie

Zie “peilindexatie”.

Maaivelddaling

De mate waarin de bovenkant van de bodem daalt in een bepaalde tijd. Diverse processen kunnen de daling veroorzaken.

Onderbemaling

Vergunde peilafwijking waar een lager waterpeil wordt gevoerd dan in het vastgestelde peilgebied.

Ontwateringsdiepte

Het verschil tussen het maaiveld (bovenzijde grond) en de grondwaterstand op dat punt.

Opmaling

Vergunde peilafwijking waar een hoger waterpeil wordt gevoerd dan in het vastgestelde peilgebied. Ook “hoogwatervoorziening” genoemd.

Peil

Hoogte van het oppervlaktewater ten opzichte van NAP (Normaal Amsterdams Peil). Ook “waterpeil” genoemd.

Peilafweging

Afweging op welke hoogte het waterpeil ingesteld moet worden.

Peilafwijking

Een afgebakend gedeelte van een peilgebied waarvoor een watervergunning van toepassing is voor een van het peilbesluit afwijkend waterpeil. Dit kan een opmaling of hoogwatervoorziening zijn bij een hoger peil. Of een onderbemaling bij een lager peil.

Peilbeheer

Inspanningsverplichting voor het beheren van het waterpeil van het oppervlaktewater in een bepaald gebied, gericht op het handhaven van het vastgestelde peilregime of waterhoogte binnen de vastgestelde bandbreedte.

Peilbesluit

Besluit van een waterschap over de hoogte van het waterpeil.

Peilbesluitgebied

Het gebied waar een besluit van een waterschap over de hoogte van het waterpeil in oppervlaktewater van kracht is.

Peilgebied

Een peilgebied is een waterstaatkundige eenheid waarbinnen hetzelfde waterpeil of peilregime wordt beheerd.

Peilfixatie

Het gelijk houden van het waterpeil ten opzichte van NAP, ook als er sprake is van maaivelddaling.

Peilindexatie

Geleidelijke aanpassing van het waterpeil aan een verandering, zoals de maaivelddaling.

Peilscheiding

Een peilscheiding is een dam, stuw, overstort- of doorlaatconstructie of natuurlijke hoogteligging die twee peilgebieden van elkaar scheidt.

Schouwpeil

In het peilbesluit vastgesteld waterpeil dat het referentieniveau is voor het voeren van de schouw, het afhandelen van vergunningen en het uitvoeren van onderhoud aan watergangen. Bij een flexibel waterpeil wordt in principe de ondergrens aangehouden als schouwpeil.

Veenoxidatie

De afbraak van venig materiaal in de bodem als er zuurstof bij het veen kan komen.

Vigerend peilbesluit

Het op het moment van schrijven (van deze toelichting) officieel van toepassing zijnde peilbesluit.

Waterpeil

Vastgelegde hoogte van het oppervlaktewater ten opzichte van NAP (Normaal Amsterdams Peil). Ook “peil” genoemd.

Waterstand

Hoogte van het oppervlaktewater op een bepaald moment ten opzichte van NAP (Normaal Amsterdams Peil)