Vragen en antwoorden
U kunt de verschillende onderwerpen openklappen en de vragen en antwoorden lezen, maar u kunt ook een zoekwoord invullen.
Bij sonderingsonderzoek wordt in elke laag van de bodem de weerstand gemeten. Dit wordt gedaan door een bodemonderzoeker. De bodemonderzoeker drukt een kegelvormige punt, ook wel de conus genoemd, in de grond tot soms wel 40 meter diepte. Op deze manier wordt in elke laag van de bodem de weerstand gemeten. Aan de hand van deze meetresultaten kan worden vastgesteld wat voor soort bodemlaag aanwezig is, zoals klei, veen of zand. De sondering meet ook de zogenaamde ‘indringweerstand’. De 'indringweerstand' van de bodem is een maat voor de weerstand die de bodem biedt tegen het indringen van de conus tijdens het sonderen. Het geeft informatie over de dichtheid en sterkte van de bodem op verschillende dieptes. Een hoge indringweerstand kan wijzen op een compacte of stevige bodem, terwijl een lage indringweerstand kan wijzen op een lossere of zwakkere bodem. Deze sonderingen worden op verschillende plaatsen langs de dijk uitgevoerd, zowel door het asfalt heen als in het binnen- en buitentalud.