Antwoorden op veelgestelde vragen over RDKW
Nee, dit is helaas geen mogelijkheid om als maatregel mee te nemen. Bij de berekeningen is namelijk al vanuit gegaan dat de hoofdwatergangen op de gewenste onderhoudsdiepte en, indien nodig, gebaggerd zijn.
De effecten van een eventuele tijdelijke peilverhoging worden in kaart gebracht. Hierbij wordt ook gekeken naar de effecten op oeverkanten, als gevolg van het vertrappen van oevers door drinkend vee, het minder kunnen uitrijden van mest, grotere kans op afkalving door bredere watergangen.
De verwachting van agrariërs is dat de tijdelijke peilverhoging geen effect heeft op grondwaterstanden in het perceel. Wel zijn er zorgen geuit over de impact voor de grondeigenaren en de opgave voor verhoging van de grondwaterstand (tegengaan CO2-emissies en bodemdaling) en de bemestingsvrije zones die groter worden langs een hoofdwatergang e.d.
De huidige inlaatcapaciteit is niet groot genoeg om zowel aan de gewenste doorvoer én de watervraag voor de Krimpenerwaard te voorzien. De inlaatcapaciteit is afhankelijk van het getijde op de Lek en komt op ongeveer 7,5 m3 per seconde bij gemaal Krimpenerwaard. Bij een piekwatervraag in de Krimpenerwaard is de huidige capaciteit van de inlaat te beperkt om naast de waterbehoefte van de Krimpenerwaard ook nog voldoende op de Hollandsche IJssel te zetten voor de zoetwaterbuffer. HHSK voert in dit project ook een verkenning uit naar mogelijkheden voor uitbreiding van de inlaatcapaciteit bij gemaal Krimpenerwaard.
Dit is momenteel nog niet bekend. De eventuele effecten op de leiding van de Gasunie moeten nog nader worden onderzocht.
Het is mogelijk om de Elserwetering mee te laten stromen door de peilgrens te verleggen maar het huidige watersysteem is te beperkt:
- Om de peilgrens te passeren en gebruik te maken van de Elserwetering moet de Tiendwetering in Zuidbroek worden afgesloten van de Elserwetering, evenals andere watergangen die nu met de Elserwetering verbonden zijn;
- De berging die uit het lagere peilvak wordt genomen, moet worden gecompenseerd;
- Er moet een grote in- en aflaat komen in het watersysteem tussen Bergambacht en Zuidbroek;
- Om een behoorlijke hoeveelheid water door Zuidbroek te krijgen zal je een nieuwe watergang naar het noorden moeten graven;
- Hierbij kruisen we de kade waar de gasleiding ligt.
Kortom, we zien het verleggen van de peilgrens niet als een realistische optie. Het zou ontzettend veel geld kosten en weinig toegevoegde waarde hebben, doordat er geen knelpunten worden omzeild.
Ja, dit is mogelijk maar wij voorzien hier toekomstige problemen. Omdat de doorvoerroute voor een langere tijd (zelfs maanden) ingezet moet kunnen worden, bestaat de kans op schade aan oevers. Daarom beogen de waterschappen juist een robuuste doorvoerroute te realiseren, die bij een jaarlijkse inzet van enkele maanden geen problemen en dus schade voor de grondeigenaren oplevert.
Het afdammen zien wij als risicovol, omdat bij onverwacht hevige neerslag deze dammen er niet snel uitgehaald kunnen worden en dan kunnen leiden tot wateroverlast in het gebied.
Wel onderzoeken we de mogelijkheid om op deze trajecten aangrenzende (hoofd)watergangen tijdelijk af te dammen, met flexibel instelbare stuwen, waarmee we indien nodig snel kunnen omschakelen van een doorvoer- naar een afvoersituatie. Hierdoor kunnen we plaatselijk een peilopzet realiseren en het verhang (helling van de waterspiegel) vergroten. Dit heeft een positief effect op de uiteindelijke verbredings-/verdiepingsopgave.
Uit onderzoek is gebleken, dat de afgelopen jaren veel waterplanten in nagenoeg alle watergangen in de Krimpenwaard zijn verdwenen door de aanwezigheid van grote getalen Amerikaanse rivierkreeften. De waterplanten verdwenen eerst in het westen van de Krimpenerwaard en later pas in het oosten. Dit is gelijk aan de verspreiding van de kreeften. Afgelopen jaar is gebleken, dat de waterplanten weer terugkomen na het wegvangen van de kreeften.
Het baggerbeleid van HHSK is al vele tientallen jaren gelijk. Daarbij zijn er grote verschillen in waterdiepte tussen de hoofdwatergangen en de kavelsloten. In het verleden groeiden waterplanten in al deze sloten. In het project “Samen naar schoon water” in peilgebied Bergambacht verschenen juist waterplanten na extra baggeren. Het is daarom niet aannemelijk dat het baggeren zorgt voor verdwijnen van de waterplanten.
In het vaarwegbeleid van HHSK is vastgesteld dat deze verbinding niet op een vaarroute ligt. Daarom wordt dit niet meegenomen in het project. Het realiseren van een nieuwe vaarwegverbinding tussen de polders Bergambacht en Stolwijk valt buiten de beheertaken van HHSK. Daarnaast is het realiseren van een sluis op deze locatie zeer complex in verband met de aanwezige ondergrondse infrastructuur van de Gasunie en dus een zeer kostbare aangelegenheid.
Dit is niet mogelijk. Een extra onderdoorgang onder de N210 is niet wenselijk omdat er al een grote brug is en de kosten van een nieuwe brug niet opwegen tegen de voordelen elders.
Specifiek voor peilverhoging in relatie tot de impact op slootkanten wordt al veel onderzoek gedaan. In het project RDKW nemen we ook de resultaten van deze onderzoeken uit andere projecten mee.
Specifiek voor peilverhoging in relatie tot de impact op slootkanten wordt al veel onderzoek gedaan. In het project RDKW nemen we ook de resultaten van deze onderzoeken uit andere projecten mee.
Nee, dit is niet onderzocht maar is niet realistisch qua kosten en baten.
Dit wordt in de volgende fase verder uitgewerkt. Per locatie wordt bepaald welke oeverbeschoeiing noodzakelijk is. Dat kan een andere beschoeiing zijn dan een wiepenbeschoeiing (takkenbossen).
De breedte van de voorziene natuurvriendelijke oevers is gerelateerd aan de breedte van de aanliggende sloot en KRW doelstellingen. Een breedte van vijf meter is het minimum voor deze brede sloten waar de doorvoerroute doorheen loopt. In polder Kattendijk (NNN deelgebied met aangepast peil) zijn zowel vijf meter brede als drie meter brede oevers aangelegd veelal afhankelijk van de sloot:
- Hoofdwatergangen en verbindingszone: vijf meter
- Kavelsloot: drie meter