Antwoorden op veelgestelde vragen over RDKW
Er blijft voldoende water over, daar hoeft u zich geen zorgen over te maken. Als er niet voldoende water zou zijn zetten wij dit ook niet over naar de Hollandsche IJssel. Kortom we bewaken de watervoorraad in de Krimpenerwaard.
Dit wordt onderzocht door ingenieursbureau Witteveen en Bos en is onderdeel van een lopende studie binnen dit project. De uitkomsten van de studie zullen in de toekomst terug te vinden zijn op onze website.
HHSK heeft in gesprekken met het Rijk/Regio over de zoetwatermaateregelen aangegeven dat voor het realiseren van de doorvoerroute, beschikbaarheid van zoetwater in de Lek een randvoorwaarde is. In de landelijke waterverdeling wordt gestuurd op het zo lang mogelijk in stand houden van een zoetwaterbuffer in de Lek ter hoogte van het inlaatpunt Krimpenerwaard. Het grootste deel van Nederland is afhankelijk van de Rijnafvoer die via Lobith binnenkomt.
Effect van wind blijft in grote polders merkbaar, onafhankelijk van de doorvoer. Bij de aanleg van de robuuste doorvoerroute verbreden we de sloten en vergroten we de doorvoercapaciteit, waardoor de peilopzet / het verhang afneemt. De klachten zouden dus minder moeten worden door het oplossen van de knelpunten in de doorvoerroute.
Bij de uitwerking van het Definitief Ontwerp beoordelen we de kans en de omvang van het probleem voor de robuuste doorvoerroute. Op basis hiervan nemen we eventuele maatregelen, denk hierbij aan een bedienprotocol, een aantal stuwen of lokaal aanbrengen van beschoeiing.
Ook voor inzet van de huidige doorvoer gaat het hoogheemraadschap het bedienprotocol aanscherpen. Hierbij onderzoeken we of er stoppunten in moeten worden gebouwd en of we de waterstand verder moeten verlagen bij Gemaal Verdoold.