Welke vissen zwemmen in de Bergse Plassen?
Aal

De aal, ook wel paling genoemd, heeft een lang en slangachtig lichaam. Hij is bruin tot donkergroen van kleur en kan leven in veel soorten water. Zelfs een klein stukje over land bewegen lukt hem. De aal is een trekvis. Hij groeit op in zoet water, maar zwemt naar zout zeewater om zich voort te planten. In het najaar leggen volwassen alen een reis af van meer dan 5.000 kilometer naar de Sargassozee. Daar leggen ze eitjes. De jonge alen drijven mee met de stromingen van de oceaan. Onderweg veranderen ze in doorzichtige glasaaltjes in glasaaltjes. De hele reis duurt één tot drie jaar. In het voorjaar zwemmen ze vanuit zee via rivieren en kanalen ons land in.
Lees hier meer over de belangrijke rol die de aal/paling heeft. En bekijk onze video ‘de reis van Aaltje’ over hoe visvriendelijke sluizen en gemalen vissen helpen om rond te zwemmen.
Baars

De baars herken je aan zijn donkere strepen en oranjerode vinnen. Deze vis kan meer dan 50 centimeter lang worden. Het is een roofvis die jaagt op kleine vissen, insectenlarven, kikkers en soms jonge eenden. De baars leeft in veel verschillende wateren in Nederland, zoals rivieren, meren en vijvers. Hij houdt vooral van plekken met waterplanten en schuilplaatsen, bijvoorbeeld bij boomwortels. De baars is belangrijk voor het leven in het water. Door andere vissen te eten, helpt hij het evenwicht in het water te bewaren.
Blankvoorn

De blankvoorn is een slanke vis met zilverkleurige schubben. Soms heeft hij een klein rood vlekje in het oog. Deze vis komt veel voor in Nederlandse sloten, meren en rivieren. Blankvoorns leven graag in helder water met wat stroming en veel waterplanten. Ze zwemmen meestal in groepjes en zoeken samen naar voedsel. Ze eten onder andere kleine waterdiertjes, insecten, planten en algen. De blankvoorn is belangrijk voor de natuur. Hij helpt om planten en algen in balans te houden. Ook is hij voedsel voor andere vissen. Zo speelt de blankvoorn een belangrijke rol in het leven onder water.
Brasem

De brasem heeft een hoog en plat lichaam met een zilver‑ tot bronskleur. Het is een veelvoorkomende vis in Nederlandse wateren. Je ziet brasems vaak in grote groepen in rivieren, kanalen en meren. Ze leven vooral in voedselrijk water.
Brasems zoeken hun voedsel op de bodem. Met hun naar voren stekende bek woelen ze in de grond. Zo eten ze kleine waterdiertjes en planten.
Dit woelen heeft effect op het water:
- Voedingsstoffen uit de bodem komen los en verspreiden zich in het water
- Andere dieren en algen kunnen daardoor makkelijker groeien
- Het water wordt troebel door de zwevende deeltjes
Troebel water laat minder licht door. Daardoor groeien onderwaterplanten slechter. Juist deze planten zijn belangrijk, omdat ze zorgen voor zuurstof, voedsel en beschutting. In voedselrijk, troebel water krijgen (blauw)algen meer kans om te groeien.
Snoek

De snoek is een lange, groenige vis met gele stippen en scherpe tanden. Het is een roofvis die jaagt op kleine vissen, kikkers, jonge watervogels en rivierkreeften. In Nederland leeft de snoek in bijna alle soorten water. In het voorjaar paait de snoek in ondiep water met veel planten. Het vrouwtje legt tot wel 200.000 eitjes. De mannetjes bevruchten deze eitjes. Die komen na ongeveer twee weken uit.
Lees hier meer over de snoek als belangrijke speler in het ecosysteem. En bekijk onze video over de snoekenpaaiplaats in het Berg- en Broekpark bij de Bergse Achterplas.
Driedoornige stekelbaars

De driedoornige stekelbaars is een kleine, slanke vis met meestal drie harde stekels op de rug. De vis is zilverkleurig en heeft donkere strepen of vlekken. Ze zijn sterk en kunnen zelfs uit het water springen als ze hindernissen tegenkomen. In het voorjaar krijgen de mannetjes een rode buik en een blauwgroene rug en ogen. In deze periode trekken stekelbaarsjes naar plekken om eitjes te leggen. Daar bouwen de mannetjes een nest en wachten op een vrouwtje om te paaien.