De eeuwenlange strijd tegen het water

Nederland vecht al sinds de Middeleeuwen tegen de rivieren en de zee.

Het westen van het land kreeg heel vaak te maken met overstromingen. Dit kwam door de lage ligging en de vele rivieren die hier eindigden.

Het gebied waar je nu bent, heeft regelmatig onder water gestaan. Na de Sint- Elisabethsvloed in 1421 zelfs een hele lange tijd, wel tientallen jaren. Op de vloedstandenpaal geeft de gele lijn de waterstand van 1421 aan. De blauwe lijn is de hoogte van het water tijdens de Watersnoodramp van 1953. Het water is in ruim vijf eeuwen flink gestegen.

Tegelijkertijd met het stijgen van het water is de bodem van de polder flink gezakt. De bodem in dit gebied bestaat uit veengrond en daar zit veel water in. Om veengrond te kunnen gebruiken, moet het ontwaterd worden. Dit gebeurt door sloten te graven, waardoor het water langzaam uit de veengrond kan weglopen. Zo daalt het grondwater en wordt de bodem droger. Maar door water uit veengrond te halen, krimpt deze grond als het ware en daalt de bodem. Hij kan met wel twee centimeter per jaar dalen.

Omdat het water in rivieren blijft stijgen en de bodem blijft dalen, zijn sterke en hoge dijken nodig om in dit gebied te kunnen blijven wonen. Daarom is deze dijk tussen 2011 en 2015 opgehoogd en versterkt tussen Bergambacht en Schoonhoven.