De Loet

Wist u dat de Loet een veenrivier is die door de natuur is gevormd en loopt van de Zuidbroeksemolen in Berkenwoude tot de Breekade in Krimpen aan den IJssel?

De Krimpenerwaard is een veengebied dat na de ijstijden ontstond door een zeespiegelstijging, omdat het klimaat veranderde en de aarde warmer werd. Met de zeespiegel steeg ook het grondwater. In deze vochtige tijd konden plantenresten in het water niet verteren, waardoor in de loop van duizenden jaren een dikke veenlaag ontstond. Het westen van Nederland werd zo één groot veengebied. Het grondwater liep via een natuurlijke weg terug naar zee, waardoor in het gebied meerdere veenriviertjes ontstonden. Eén daarvan is de Loet.

Vanaf circa het jaar 1000 werd begonnen met de ontginning van de Krimpenerwaard. Dit gebeurde door haaks sloten te graven op de rivieren de Lek, IJssel en Vlist. Zo kon het water weglopen uit de veengrond. Water uit de Loet stroomde eerst naar de Lek. Later is het water omgeleid naar de IJssel. Die rivier lag lager dan de Lek en zo kon het water makkelijker wegstromen. In dezelfde tijd zijn waarschijnlijk dijken aangelegd langs de Lek en IJssel. Op de drooggemaakte stukken veengrond langs de rivieren gingen mensen wonen. Rond de Loet stonden in die tijd ongeveer 40 huizen. In de tweede fase van de ontginning van de Krimpenerwaard tussen 1200 en 1500 verdween de bewoning langs de Loet. De kans is groot dat dat kwam door wateroverlast. Na 1500 werd de Krimpenerwaard helemaal ontgonnen door drooggemaakte gebieden op elkaar aan te sluiten.

Zo ontstond polder Den Hoek en Schuwagt. De polder werd eerst drooggehouden met windmolens. Een van de molens loosde water op de Loet. Vanaf 1868 gebeurt de bemaling van de polders door het stoomgemaal Reinier Blok aan de Breekade in Krimpen aan den IJssel. Begin 20e eeuw wordt de stoommachine vervangen door een motor. Sinds 2003 wordt het water afgevoerd naar het gemaal Johan Veurink – een stukje verder op aan de Breekade - en dan naar de Hollandsche IJssel.