De Stolwijkerschutsluis
Dit kwam door drie grote rivieroverstromingen in het gebied kort achter elkaar; in 1726, 1751 en 1760. Om inwoners uit de armoede te helpen, werd een plan bedacht om het gebied geschikt te maken voor landbouw. Daar konden mensen van leven.
De grond geschikt maken was gemakkelijker gezegd dan gedaan. De bovenste laag van de grond in de Krimpenerwaard bestond uit ongeveer tweeëneenhalve meter veen. Die moest eerst worden weggegraven, zodat de kleigrond daaronder tevoorschijn kwam. Op die kleigrond konden mensen dan groenten en fruit zaaien of bijvoorbeeld koeien houden. De veengrond kon worden verkocht als turf. Gedroogd veen, met andere woorden turf, werd toen veel gebruikt als brandstof en leverde veel geld op. Het gebied zou zo uit de armoede komen.
In 1797 gaf het provinciaal bestuur toestemming voor het plan. Voordat met het weggraven van het veen mocht worden gestart, moesten eerst een ringdijk en ringvaart om het gebied heen worden gelegd. Er moest een noodsluis komen in de IJsseldijk tussen Krimpen aan den IJssel en Krimpen aan de Lek om water bij overstromingen door een eventuele dijkdoorbraak makkelijk te kunnen lozen. Ten slotte moesten rond het gebied een aantal schutsluizen worden gebouwd om de turf met schepen weg te kunnen brengen om te verkopen. Een van die sluizen is de Stolwijkerschutsluis.
Na de aanleg van de sluis in 1800 begon het weggraven van veen in 1804. Na een goede start volgden al snel tegenslagen. De veengrond was minder geschikt als turf dan werd verwacht. Er werd meer turf aangeboden dan gevraagd. En grondeigenaren waren niet meer zo enthousiast om veen weg te graven. Omdat de prijzen van landbouwproducten stegen, wilden zij liever hun land meteen bebouwen dan eerst afgraven. Daarom werd het afgraven van veen na vijftien jaar alweer gestopt. De sluis werd daarna niet meer onderhouden en werd helemaal afgesloten in 1832 om het gebied goed tegen het water te blijven beschermen. In 1853 stopt de vervening van de Krimpenerwaard officieel bij Koninklijk Besluit.
Na herstelwerkzaamheden ging de sluis in 1889 weer open voor de scheepvaart. Dat kwam omdat er behoefte was aan een verkeersroute voor bouwmaterialen en landbouwproducten. Omdat steeds meer verkeer over de weg ging en de sluis zo steeds minder belangrijk werd voor de scheepvaart, verloor de sluis in 1988 zijn functie. Voor de sluis werd een stalen damwand geplaatst, zodat hij werd afgesloten van de Hollandsche IJssel. Het hoogheemraadschap van de Krimpenerwaard wilde de sluis gaan slopen. Vanuit een stichting werd toen actie ondernomen om de sluis te houden en in 1990 kreeg de sluis de status van rijksmonument.
Vanaf 2000 hebben verschillende organisaties zich ingezet om de sluis te laten opknappen. Nadat meerdere partijen geld toezegden, begon deze restauratie halverwege 2010. Eind 2011 was hij klaar. Nu kunnen er weer recreatieboten door de sluis varen.
