Vragen en antwoorden over het Middengebied Zuidplaspolder
De neerslag en verdamping zijn door het jaar heen niet in balans. Daarnaast worden de effecten van klimaatverandering steeds groter en onvoorspelbaarder. Zo worden regenbuien steeds heviger en komen deze in de toekomst vaker voor. Ook komt droogte vaker voor en worden de droge periodes langer. Het watersysteem moet het grootste deel van deze extremen opvangen. Een belangrijke maatregel om dit bereiken is het realiseren van een zo groot mogelijke peilfluctuatie. In principe geldt daarbij de stelregel: hoe groter de bandbreedte, hoe minder water af- en aangevoerd hoeft te worden. Afhankelijk van de ruimtelijke invulling (taludshelling, wateroppervlakten, overloopgebieden, etc.) kunnen aan- en afvoer dan nog iets toe- of afnemen.
Flexibel peil bij de ontwikkeling van gebieden
Bij ontwikkeling van gebieden moet hier rekening mee worden gehouden. Dit kan door regenwater zoveel mogelijk vast te houden tijdens natte periodes om dit water te kunnen gebruiken tijdens droge periodes (dit vraagt bijvoorbeeld een flexibele bandbreedte in peilbeheer). Dit zorgt ervoor dat zo min mogelijk zoet water (van buiten het gebied) hoeft te worden aangevoerd tijdens droge periodes. Bij een bandbreedte van 50 cm is dit jaarlijks een reductie van 34%. Dit is belangrijk, want de beschikbaarheid van zoet water in droge periodes wordt steeds minder vanzelfsprekend. Minder aanvoeren van water van buitenaf zorgt ook voor een verbetering van de waterkwaliteit en heeft een positief effect op de ecologie. Als laatste zorgt een flexibel peil ervoor dat er meer flexibiliteit in het watersysteem om ruimte voor aanpassingen te creëren. Ervaring in andere ontwikkelingen in de Zuidplaspolder, zoals Westergouwe en Glasparel+, heeft ons geleerd dat we in de praktijk vaak aanpassingen moeten maken die vooraf niet zijn voorzien op de tekentafel.