Vragen en antwoorden over waterplantengroei in de Rotte
In de Rotte groeien nu meer waterplanten dan anders. Dit komt door het aanhoudende droge, warme en zonnige weer. Het water is warmer, er is minder stroming en er zijn veel voedingstoffen in het water. Waterplanten kunnen dan flink groeien.
In het najaar en winter sterven de waterplanten weer af. Dat is een natuurlijk proces. Waterplanten hebben zonlicht nodig om te groeien. Ze groeien dan ook vooral in het voorjaar en de zomer. Waterplanten hebben een sleutelrol in het onderwaterleven. Ze zorgen voor zuurstof en vormen het voedsel en leefgebied voor allerlei waterdieren. Onderwaterplanten dragen bij aan goede waterkwaliteit en biodiversiteit.
In de Rotte groeien onder andere gedoornd hoornblad en smalle waterpest. Dit zijn algemene waterplanten die goed groeien in voedselrijk water. Tussen de planten zijn ook draadalgen zichtbaar, lichtgroene draadachtige wieren. De planten groeien los in het water. Ze kunnen zich verspreiden via afgebroken plantendelen. Daarom verwijderen we waterplanten alleen waar dat nodig is voor het beheer van de vaarstrook en het watersysteem.
Extreme plantengroei kan op sommige plekken de aan- en afvoer van water bemoeilijken. Dit komt in de Rotte zelden voor. Waterplanten worden door zwemmers, roeiers en mensen op een boot soms als hinderlijk ervaren. In wateren met een vaarfunctie onderhoudt de vaarwegbeheerder de vaarstrook, door die te maaien als er heel veel planten groeien. Dit gebeurt met oog voor de natuur. Waterplanten helpen namelijk om het water helder en gezond te houden. Dat is belangrijk voor de leefomgeving, natuur en recreatie. Zwemmen in open water is op eigen risico. De Rotte is geen officiële zwemlocatie. Het is een vaarweg, die intensief wordt gebruikt door sport- en recreatievaart. In vaarwater zwemmen is gevaarlijk. Ook zwemmen bij bruggen, sluizen en gemalen heeft risico’s. Daar zijn bijvoorbeeld draaikolken, onverwachte stromingen en ongelijke bodems. Vaak geldt een zwemverbod. Vind een veilige zwemplek in de buurt op de website zwemwater.nl.
Waterplanten zijn belangrijk voor gezond en helder water. Toch maaien we soms een deel van deze planten weg. Dit doen we in wateren met een vaarfunctie waar wij als waterschap vaarwegbeheerder zijn. Een voorbeeld daarvan is de Rotte. Op het deel tussen de Irenebrug en de kruising met het Noorderkanaal/Boezem maaien we hier eind juli 2026 de vaarstrook. Dit doen we voor de sport- en recreatievaart en de aan- en afvoer van water. Voor het maaien gebruiken we een maaiverzamelboot, die maait de planten en haalt het maaisel direct uit het water. Zo blijven er geen plantenresten achter. Bij het maaien van de vaarstrook laten we ernaast voldoende waterplanten staan voor vissen, andere waterdieren en goede waterkwaliteit.
Waterplanten zijn belangrijk voor een goede waterkwaliteit. Ze zorgen voor zuurstof in het water, vormen een leefgebied voor vissen en andere waterdieren en ze helpen om het water helder te houden. Daarom verwijderen we alleen waterplanten waar dat noodzakelijk is voor het aan- en afvoeren van water en de vaarfunctie.
Als er veel waterplanten in de Rotte groeien, maaien we de vaarstrook. Ook maaien we waterplanten in officieel aangewezen zwemlocaties. En daar controleren we in het zwemseizoen (mei t/m september) regelmatig de kwaliteit van het zwemwater. Zwemmen in open water is op eigen risico. De Rotte is geen officiële zwemlocatie. Het is een vaarweg, die intensief wordt gebruikt door sport- en recreatievaart. In vaarwater zwemmen is gevaarlijk. Ook zwemmen bij bruggen, sluizen en gemalen heeft risico’s. Daar zijn bijvoorbeeld draaikolken, onverwachte stromingen en ongelijke bodems. Vaak geldt een zwemverbod. Vind een veilige zwemplek in de buurt op de website zwemwater.nl.
Meestal niet. Smalle waterpest is een invasieve exoot die al heel lang in Nederland aanwezig is. De plant komt bijna overal voor. Daardoor is bestrijding niet haalbaar.
De plant is bovendien niet altijd een probleem. Hij biedt schuilplekken voor vissen en andere waterdieren. Beheer is alleen nodig als de plant problemen veroorzaakt, bijvoorbeeld voor de aan- en afvoer van water of in kwetsbare natuurgebieden.
Ook kan verwijderen juist zorgen voor verdere verspreiding. Losgeraakte stukjes groeien vaak weer uit tot nieuwe planten. Daarom kijken we per locatie of beheer echt nodig is.